Vleeseters (carnivoren) eten alleen dierlijk voedsel. Ze hebben een vrij kort darmkanaal, omdat vlees gemakkelijk te verteren is. De buikholte is daardoor klein.
Vleeseters hebben knipkiezen. Dat zijn scherpe kiezen waarmee ze vlees in stukken knippen, zodat het snel kan worden doorgeslikt (zie afbeelding 4.1). De bovenkaak is breder dan de onderkaak, waardoor de kiezen langs elkaar glijden zoals bij een schaar.
De hoektanden zijn meestal groot, spits en scherp (zie afbeelding 4.2). Ze worden gebruikt om de prooi te doden en stukken vlees los te scheuren. Ze kunnen ook worden gebruikt ter verdediging.