Gedrag

Inhaalweek les 1: Gedrag
Lesdoelen:
  • Je kunt uitleggen wat biologen verstaan onder gedrag
  • Je kunt beschrijven hoe ethologen onderzoek doen naar gedrag
  • Je kunt uitleggen hoe gedrag ontstaat

Begrippen: prikkel (intern en extern), respons, gedragssysteem, gedragsketen, ethogram, protocol, motivatie, sleutelprikkel, supranormale prikkel
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Inhaalweek les 1: Gedrag
Lesdoelen:
  • Je kunt uitleggen wat biologen verstaan onder gedrag
  • Je kunt beschrijven hoe ethologen onderzoek doen naar gedrag
  • Je kunt uitleggen hoe gedrag ontstaat

Begrippen: prikkel (intern en extern), respons, gedragssysteem, gedragsketen, ethogram, protocol, motivatie, sleutelprikkel, supranormale prikkel

Slide 1 - Tekstslide

Wat is GEEN gedrag.
A
Leerling slaapt in de les.
B
Bloem draait zich naar de zon.
C
Hond rolt in het gras.
D
Vogel zit stil op een tak.

Slide 2 - Quizvraag

Ethologie
tak van biologie waarbij de studie van het gedrag van dieren centraal staat

Slide 3 - Tekstslide

1. Wat is gedrag?

= alle waarneembare activiteiten van mens en dier.

--> opgebouwd uit handelingen (gedragselementen)


--> prikkels: invloeden uit milieu op organisme

--> respons: reactie van dier op prikkel

distelvink

Slide 4 - Tekstslide

2. Gedrag beschrijven
  • Gedragssysteem: handelingen met een gemeenschappelijk doel, bv voedingsgedrag, voortplantingsgedrag

  • Gedragsketen: effect van de ene handeling leidt tot een volgende handeling. Bv voortplantingsgedrag stekelbaars

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Ethogram: objectieve beschrijving van verschillende handelingen
Protocol: lijst van achtereenvolgens waargenomen handelingen
Onderzoek naar gedrag: objectief (feitelijk)

Slide 7 - Tekstslide

Hoe beschrijft een etholoog gedrag? En wat is dan een juist voorbeeld?
A
objectief; de kat tikt een bolletje wol voor zich uit.
B
subjectief; de kat tikt een bolletje wol voor zich uit.
C
objectief; de kat is vrolijk aan het spelen met een bolletje wol.
D
subjectief; de kat is vrolijk aan het spelen met een bolletje wol.

Slide 8 - Quizvraag

3. Het ontstaan van gedrag.
  • erfelijk gedrag --> aangeboren (vb. gelaatsuitdrukkingen)

  • aangeleerd gedrag --> ervaring (vb. eten met mes en vork)

  • anatomie --> lichaamsbouw

  • fysiologie --> behoeften

Slide 9 - Tekstslide

* prikkels en motivatie.
  • Interne prikkels (bv honger/dorst)  --> normwaarde --> homeostase 

  • Externe prikkels --> zintuigen

  • Motivatie (drang) = bereidheid om bepaalde gedragssystemen uit te 
                              voeren.

  • Periodieke invloeden zoals daglengte en temperatuur --> voortplantingsgedrag

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Prikkels
Sleutelprikkel: Een prikkel waarop altijd hetzelfde gedrag volgt.

Supranormaleprikkel: Een overdreven sleutelprikkel,  is effectiever in het veroorzaken van het gedrag dan een sleutelprikkel. 


Slide 12 - Tekstslide

Sleutelprikkel
Supranormale prikkel

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Welk soort prikkels stonden afgebeeld op de vorige dia?
A
Sleutelprikkels
B
Supranormale prikkels
C
Sleutelprikkels en supranormale prikkels

Slide 15 - Quizvraag

Hoe noemen we de sleutelprikkels bij een baby of jong dier?
A
Kinderprikkels
B
Kindersleutels
C
Kindergedrag
D
Kinderschema

Slide 16 - Quizvraag