8.1 t/m 8.3 Gedrag 4 Havo

8.1 t/m 8.3 Gedrag
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

8.1 t/m 8.3 Gedrag

Slide 1 - Tekstslide

Gedrag:
Alle waarneembare activiteiten van een dier of een mens.
Ethologie: studie van gedrag van dieren.

Slide 2 - Tekstslide

Gedrag
Onder gedrag valt een heleboel, niet alleen bewegingen.
Denk ook aan: geluid maken, geurstoffen afscheiden, van kleur veranderen, staan, slapen etc.

Gedrag is vaak gericht op handhaven of verbeteren van de lichamelijke toestand van het dier..
Vergroten van overlevenskans en voortplantingssucces.

Slide 3 - Tekstslide

Gedrag
Is (vaak) opgebouwd uit opeenvolgende handelingen. 
Zoekgedrag bij honden.

Gedrag vaak een reactie op prikkels. De reactie noem je ook wel een respons.

Slide 4 - Tekstslide

gedragsketen
Balts

Bronst (bij zoogdieren)

Slide 5 - Tekstslide

Wat is GEEN gedrag.
A
Leerling slaapt in de les.
B
Een vleesetende plant vangt een vlieg
C
Hond rolt in het gras.
D
Vogel zit stil op een tak.

Slide 6 - Quizvraag

bs 2: gedrag beschrijven
Gedrag bestaat uit handelingen. Als deze handelingen samen een doel hebben dan noem je dit een gedragssysteem ->
voedingsgedrag, kookgedrag, studeergedrag etc.

Als de ene handeling leidt tot een volgende handeling noem je dit een gedragsketen.

Slide 7 - Tekstslide

gedrag beschrijven
Objectief!
*ethogram 
lijst van alle soorten gedrag die bij een dier voorkomen.

*protocol
lijst van waargenomen gedragingen bij een dier.

Slide 8 - Tekstslide

ethogram
protocol

Slide 9 - Tekstslide

Is dit een ethogram
en/of een protocol?
A
Zowel een ethogram als een protocol
B
Ethogram
C
Protocol
D
Geen van beiden

Slide 10 - Quizvraag

Hoe beschrijft een etholoog gedrag? En wat is dan een juist voorbeeld?
A
objectief
B
subjectief
C
De kat tikt een bolletje wol voor zich uit.
D
De kat is vrolijk aan het spelen met een bolletje wol.

Slide 11 - Quizvraag



Gedragselementen, gedragsketens en gedragssystemen horen allemaal bij gedrag. Wat betekenen de begrippen?
Gedragssystemen
Gedragselement
Gedragsketen
Gedrag
Een serie opeenvolgende elementen van gedrag
Samenhangende gedragsketens
Meerdere gedragssystemen samen
Aparte handeling

Slide 12 - Sleepvraag

Welke beschrijving van het getoonde gedag is juist?
A
De hond probeert de kat te knuffelen
B
De kat vindt de hond irritant
C
De hond duwt zijn kop tegen de kat
D
De kat knipoogt naar de hond

Slide 13 - Quizvraag

3. Het ontstaan van gedrag.
  • erfelijk gedrag --> aangeboren vb. gelaatsuitdrukkingen

  • aangeleerd gedrag --> ervaring vb. eten met mes en vork

Slide 14 - Tekstslide

* prikkels en motivatie.
  • Interne prikkels --> normwaarde --> homeostase

  • Externe prikkels --> zintuigen

  • Motivatie = bereidheid om bepaalde gedragssystemen uit te 
                              voeren.

  • Periodieke invloeden zoals daglengte en temperatuur

Slide 15 - Tekstslide

Sleutelprikkels en supranormale prikkels
Sleutelprikkel = prikkel die zorgt dat bepaald gedrag wordt uitgevoerd.

Supranormale prikkel = kunstmatige prikkel dat een sterker gedrag opwekt dan de natuurlijke sleutelprikkel.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Video

Sleutelprikkel / supranormale prikkel
Sleep de stukjes tekst naar de juiste plek
sleutelprikkel
supranormale prikkel
De benen van een fotomodel worden met fotoshop verlengd
je reageert op het huilen van een baby
een merel voert het jong zodra het jong zijn bekje opendoet
het supergrote ei in het nest wordt beter bebroed
Babydieren zijn zooooo schattig

Slide 19 - Sleepvraag


Wat is ethologie?

A
Het bestuderen van gedrag
B
Het beïnvloeden van gedrag
C
Het gedrag van dieren veranderen
D
Het gedrag van mensen veranderen

Slide 20 - Quizvraag

Wat is gedrag?
A
Alles wat een mens of dier weet
B
Lopen, iets pakken, lachen
C
Alles wat een mens of dier verkeerd doet
D
Alles wat mensen en dieren doen

Slide 21 - Quizvraag

Geef de juiste volgorde
timer
0:20
A
Prikkel-zintuig-hersenen-reactie
B
Gedrag-hersenen-prikkel
C
Prikkel- zintuig- reactie-hersenen
D
Zintuig-reactie-prikkel

Slide 22 - Quizvraag

Geluiden, geuren en kleuren kunnen prikkels zijn die bij dieren leiden tot bepaald gedrag. Welke van deze prikkels kunnen een rol spelen bij het voortplantingsgedrag van dieren?
A
alleen geluiden en geuren
B
alleen geuren en kleuren
C
alleen geluiden en kleuren
D
zowel geluiden, als geuren en kleuren

Slide 23 - Quizvraag

Gedrag wordt veroorzaakt door?
timer
0:10
A
inwendige prikkels
B
uitwendige prikkels
C
zowel inwendige als uitwendige prikkels

Slide 24 - Quizvraag