ENGELS IN DE PRAKTIJK BIJ HOOFDSTUK 1 2 EN 3

Engels 
Ik kan mezelf voorstellen
Ik kan de werkwoorden to be, to have en to do gebruiken in de tegenwoordige en verleden tijd.
1 / 9
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 6

In deze les zitten 9 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Engels 
Ik kan mezelf voorstellen
Ik kan de werkwoorden to be, to have en to do gebruiken in de tegenwoordige en verleden tijd.

Slide 1 - Tekstslide

My name is Patricia Möring
I live in Beetsterzwaag
I work in Sneek at VSO Sneek
I am married and have two children out of my first marriage
My daughter is 29, my son is nearly 25 years old

Slide 2 - Tekstslide

Stel jezelf voor in hele zinnen:
zeg je naam, leeftijd, waar je woont, waar je naar school gaat en wat een hobby van je is.

Slide 3 - Open vraag

Werkwoord to be:
I am
You are
He/She/it I
Werkwoord 'to be' dat betekent 'zijn'
I

You
he/she/it

We
They
am

are
is

are
are

Slide 4 - Tekstslide

Werkwoord to be:
I am
You are
He/She/it I
Werkwoord 'to be'
I

You
he/she/it

We
They
am

are
is

are
are
was

were
was

were
were

Slide 5 - Tekstslide

Werkwoord to be:
I am
You are
He/She/it I
Werkwoord 'to have' dat betekent 'hebben'
I

You
he/she/it

We
They
have

have
has

have
have

Slide 6 - Tekstslide

Werkwoord to be:
I am
You are
He/She/it I
Werkwoord 'to have'
I

You
he/she/it

We
They
have

have
has

have
have
had

had
had

had
had

Slide 7 - Tekstslide

Werkwoord to be:
I am
You are
He/She/it I
Werkwoord; 'to do'
I

You
he/she/it

We
They
do

do
does

do
do

Slide 8 - Tekstslide

Werkwoord to be:
I am
You are
He/She/it I
Werkwoord; 'to do'
I

You
he/she/it

We
They
do

do
does

do
do
did

did
did

did
did

Slide 9 - Tekstslide