cross

Herhaling H5

Herhaling H5
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo gLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Herhaling H5

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Productiesectoren
Primaire sector
- Landbouw
- Visserij
- Winning van delfstoffen
Secundaire sector
- Industrie
- Bouw
- Ambachten (bakker)
Tertiaire sector
- Commerciële dienstverlening, bijv. winkels, banken, transportbedrijven
Quartaire sector
- Niet- commerciële dienstverlening, bijv. gezondheidszorg, onderwijs, overheidsdiensten
1.
2.
3.
4.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Organogram/
Bedrijfskolom
Leidinggevende functie
Uitvoerende functie

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

CAO


CAO = 
collectieve arbeidsovereenkomst

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bruto- en nettoloon
  • Brutoloon = afgesproken loon met werkgever 
  • Nettoloon = brutoloon - (loonbelasting - sociale premies)

  • TIP: BRUTOLOON IS ALTIJD HOGER DAN NETTOLOON

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Werkloosheid
Je bent werkloos als:
  • tussen 15 en pensioenleeftijd (67 jaar)
  • geen baan
  • actief op zoek naar een baan

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ricardo is 17 jaar. Het minimumjeugdloon van een 17-jarige is €602,20 per maand. Maandelijks verdiend hij 10% meer dan het minimumjeugdloon. Hoeveel verdiend Ricardo per maand?
A
€60,22
B
€66.242
C
€662,42
D
€541,98

Slide 7 - Quizvraag

602,20 / 100 x 10 = €60,22
602,20 + 60,22 = €662,42

Let op: geld altijd met 2 getallen achter komma
Als Ricardo €662,42 per maand verdiend. Hoeveel verdiend hij per week?
A
€165,61
B
€165,60
C
€152,86
D
€152,87

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een NV heeft aandelen die alleen eigenaren kopen. De aandelen zijn niet voor iedereen te koop.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

NV mag iedereen aandelen kopen. BV is alleen voor eigenaren. 
Wat is een VOF?
A
Vennoot onder formele sector
B
Vennoot over de formele sector
C
Vennootschap onder firma
D
Vennootschap over firma

Slide 10 - Quizvraag

VOF = vennootschap onder firma. = een onderneming met meer eigenaren die samen de leiding hebben.
De arbeidsmarkt is het geheel van vraag naar arbeid en aanbod van arbeid.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is werkgelegenheid?
A
Geheel van vraag naar arbeid en aanbod van arbeid
B
Als het aanbod van arbeid groter is dan de vraag
C
aanbod van arbeid van de beroepsbevolking
D
bestaat uit alle arbeidsplaatsen bij bedrijven en de overheid

Slide 12 - Quizvraag

A = arbeidsmarkt
B = werkloosheid
C= beroepsbevolking
D = werkgelegenheid
Wat staat onder meer beschreven in de algemene wet gelijke behandeling?
Dat er geen onderscheid gemaakt mag worden op basis van:
A
Arm, rijk
B
Geslacht, ras, leeftijd, afkomst
C
Slimheid
D
of je een fulltime of parttime baan wilt

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

in 2015 hebben 15.000 mannen in gemeente Dinkelland een baan. In 2020 hebben 17.000 mannen in gemeente Dinkelland een baan. Bereken met hoeveel % het is gestegen in 2 jaar.
A
2.000
B
13,33%
C
88,24%
D
11,75%

Slide 14 - Quizvraag

(nieuw-oud) / oud x 100
(17.000 - 15.000) / 15.000 x 100
Wat is een nadeel van zwart werken?
A
Je verdiend minder
B
Je moet sociale premies afdragen
C
Je bent niet verzekerd

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als vermindering van koopkracht leidt tot een daling van de vraag naar goederen en diensten, ontstaat er...
A
Structurele werkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke instelling beoordeelt of je recht hebt op een WW-uitkering?
A
VOF
B
UWV
C
VNF
D
ANWB

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat voor een soort afspraken kun je terugvinden in de cao?

Slide 18 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

I: Voor geschoold werk heb je een diploma nodig.

II: Een vakkenvuller is een voorbeeld van ongeschoold werk.
A
1 is juist, 2 is juist
B
1 is juist, 2 is onjuist
C
2 is onjuist, 1 is juist
D
Beide antwoorden zijn onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit wat een oproepcontract is.

Slide 20 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit hoe een proeftijd werkt.

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

I: Brutoloon is het geld wat je uiteindelijk krijgt.

II: Nettoloon is het geld waar alle sociale premies en belasting af zijn gehaald.
A
Beide zijn juist
B
1 is onjuist, 2 is juist
C
1 is juist, 2 is onjuist
D
Beide zijn onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

I: In een eenmanszaak is één persoon de baas.
II: In een eenmanszaak kan niet meer dan één persoon werken.
A
Beide zijn juist
B
1 is juist, 2 is onjuist
C
1 is onjuist, 2 is juist
D
Beide zijn onjuist

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke motieven kan een mens hebben om te gaan werken. Noem er 4.

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leg uit wat de voordelen van een vof zijn.

Slide 25 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

In Nederland maken wij onderscheid tussen 4 verschillende productiesectoren. Leg uit welke dit zijn.

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een bakker is een voorbeeld van een beroep uit de industriële sector.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat te doen? 
Maken opgaven:

Herhalingsopdrachten op blz 149 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies