6.2.2 biotoop onder de loep

Thema 6
je groene omgeving

6.2 biotoop onder de loep

Vanaf bladzijde 106 werkboek

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerroute 6Leerroute HLeerroute VLeerjaar 1

In deze les zitten 12 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Thema 6
je groene omgeving

6.2 biotoop onder de loep

Vanaf bladzijde 106 werkboek

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

Huiswerkcontrole


Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

§ 6.2 opdracht 1 t/m 6

Vanaf bladzijde 154

Werkboek vanaf bladzijde 112

6.2 biotoop onder de loep 2

Doelstelling:


Je leert dat elke soort een eigen leefomgeving heeft.

Je leert hoe planten en dieren samen leven.



6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

Waarom een eigen plek?

Je kunt in een park onderzoeken welke planten en dieren er leven.


Waar leven ze precies?


In een boom of juist eronder?

Waarom precies op dat plekje?

6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

Concurenten

6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

De koolmees zoekt insecten op de takken en de bladeren.

De specht en de boomkruiper zoeken beide op de boomstam.

6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

De boomkruiper peutert met z’n dunne snaveltje de insecten uit de spleten van de schors.

6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

Een specht heeft een stevige snavel waarmee hij tegen de boomstam roffelt. Hij maakt zo de schors kapot en kan de insecten onder de schors pakken.

6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

Zijn planten ook concurenten?

6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

Hoe leven veel organismen bij elkaar?

In het park leven veel verschillende organismen. Dat komt doordat een park veel plekken heeft met verschillende abiotische factoren.

6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

Elk organisme heeft zijn eigen plek. Op die plek zijn de abiotische factoren goed en is er genoeg voedsel te vinden. Zo’n plek heet een habitat; de woonplaats die een dier of plant binnen een biotoop heeft.


6.2 biotoop onder de loep 2

Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc


Zelfstandig werk


§ 6.2 opdracht 7 t/m 15

Vanaf bladzijde 159

Werkboek vanaf bladzijde 113


Nectar deel 1 h/v leerjaar 1 1/2abc

6.2 biotoop onder de loep 2