1-Je kunt voorbeelden noemen van een natuurlijke en een kunstmatige lichtbron.
2-Je kunt beschrijven hoe je voorwerpen in je omgeving ziet.
3-Je kunt uitleggen wat een spectrum is en hoe je een spectrum zichtbaar maakt.
4-Je kunt uitleggen hoe je een voorwerp met een bepaalde kleur ziet bij verschillende kleuren licht.