Assenstelsel en coordinaten

Werken met het assenstelsel

1 / 7
volgende
Slide 1: Slide
newEditorWiskundeSecondary Education

In deze les zitten 7 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Werken met het assenstelsel

Deze slide heeft geen instructies

Dit ga ik leren

Ik kan de kwadranten van het assenstelsel herkennen en gebruiken om coördinaten te tekenen, een passende stapgrootte te kiezen en een grafiek te tekenen met behulp van een tabel.

De gebruiker gaf meerdere doelen. Deze slide combineert ze in één studentvriendelijke 'Ik kan...'-zin, omdat ze inhoudelijk één leslijn vormen binnen het werken met het assenstelsel.

2-1 assenstelsel tekenen

  • Een assenstelsel heeft een horizontale as: de x-as

  • En een verticale as: de y-as

  • Het snijpunt van beide assen heet de oorsprong

  • De oorsprong heeft coördinaat (0,0)

  • Op beide assen werk je met gelijke stapjes

Benadruk dat leerlingen eerst de assen en de oorsprong moeten herkennen voordat ze coördinaten kunnen plaatsen.

De vier kwadranten

  • Het assenstelsel is verdeeld in 4 kwadranten

  • Je telt ze tegen de klok in

  • Rechtsboven: 1e kwadrant

  • Linksboven: 2e kwadrant

  • Linksonder: 3e kwadrant

  • Rechtsonder: 4e kwadrant

Een veelgemaakte fout is de kwadranten met de klok mee tellen. Noem dit expliciet.

Coördinaten lezen

Een coördinaat schrijf je als (x,y). Het eerste getal zegt hoe ver je over de x-as gaat. Het tweede getal zegt hoe ver je daarna omhoog of omlaag gaat langs de y-richting.

Gebruik eventueel de formulering: 'lopen op de gang, dan trap op of af' om de volgorde x daarna y concreet te maken.

Assen en kwadranten

In een assenstelsel is de x-as horizontaal en de y-as verticaal. Het snijpunt heet de oorsprong en heeft coördinaat (0,0).

x-as
y-as
oorsprong
(0,0)
kwadrant
stapgrootte
grafiek
(1,1)

Controleert de kernbegrippen uit de eerste uitlegblokken.

Een punt tekenen

  • Begin bij de oorsprong

  • Ga eerst naar x

  • Ga daarna naar y

  • Voorbeeld: (4,-2)

  • 4 naar rechts, 2 omlaag

Benadruk dat negatief op de x-as naar links is en negatief op de y-as naar beneden.