Vertrouwenspersoon WJB

Vertrouwenspersonen op Het WJB
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnPraktijkonderwijsLeerjaar 1-5

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Vertrouwenspersonen op Het WJB

Slide 1 - Tekstslide

Aan het einde van de les:

  •  Ik kan uitleggen wat een vertrouwd persoon is en bij wie je terechtkan.
  •  Ik kan het verschil uitleggen tussen een mentor en een vertrouwenspersoon.
  •  Ik kan uitleggen wanneer een mentor of vertrouwenspersoon informatie moet delen.

Slide 2 - Tekstslide

Weet jij wie de vertrouwenspersonen zijn op het WJB?
A
Ja
B
Nee
C
Ik heb wel een idee
D
Ik twijfel

Slide 3 - Quizvraag

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Vertrouwenspersonen
Mevrouw Droste--> Vaak te vinden in lokaal 2.07
Mevrouw Coutinho--> Vaak te vinden in lokaal 1.06

Contact maken:
Wil je praten?
Je mag ons ook altijd een berichtje sturen via Teams of Magister.

Zet in je bericht in welke klas je zit. Dan kunnen we je opzoeken of een afspraak met je maken.

Je hoeft in het bericht nog niet te vertellen wat er aan de hand is. Je mag gewoon schrijven: ‘Ik wil graag even praten.’

Slide 6 - Tekstslide

Bij wie kan je terecht?
Soms zit je ergens mee.
Je bent verdrietig, boos of bang.
Of er gebeurt iets wat jij niet fijn vindt.

Praten kan helpen.
Je hoeft het niet alleen op te lossen.

Slide 7 - Tekstslide

Wat is een vertrouwd persoon?
Een vertrouwd persoon is iemand bij wie jij je veilig voelt. Deze persoon:
  • luistert naar jou;
  • neemt jou serieus;
  • laat jou uitpraten;
  • denkt met jou mee.

Dat kan bijvoorbeeld je moeder, opa, tante, mentor of trainer zijn. En op school kan dit de BREEK zijn.

Vraag: Waaraan merk jij dat je iemand kunt vertrouwen? Je hoeft geen naam te noemen.

Slide 8 - Tekstslide

Wat doet je mentor?
Je mentor helpt jou op school. Je kunt praten over:

  • je schoolwerk en stage;
  • hoe het gaat in de klas;
  • problemen met anderen;
  • zorgen thuis of op school.

Je mag ook persoonlijke dingen vertellen.

Slide 9 - Tekstslide

Vertelt je mentor iets door?
Je mentor gaat voorzichtig om met jouw verhaal.

Soms moet je mentor informatie delen: bijvoorbeeld met je ouders of iemand op school die jou kan helpen.

Dat gebeurt als het nodig is voor jouw begeleiding of veiligheid.

Slide 10 - Tekstslide

Wat is een vertrouwenspersoon?
Een vertrouwenspersoon is iemand op school bij wie je altijd terecht kunt als je ergens mee zit. Een vertrouwenspersoon heeft een speciale taak op school.

Je kunt daar terecht als:
  • je wordt gepest of buitengesloten;
  • iemand jou discrimineert;
  • iemand iets zegt of doet wat jij niet wilt;
  • je je onveilig voelt;
  • Je een probleem hebt met een medewerker van school ( iedereen die bij WJB werkt)

De vertrouwenspersoon luistert. Samen bespreken jullie welke hulp mogelijk is.

Slide 11 - Tekstslide

Wat doet de vertrouwenspersoon?
  • Luisteren naar je verhaal
  • De vertrouwenspersoon luistert en stelt vragen.
  • Samen zoeken naar een oplossing.
  • Je krijgt tips of samen wordt er een plan gemaakt.


Slide 12 - Tekstslide

 Blijft jouw verhaal geheim?
De vertrouwenspersoon vertelt jouw verhaal niet zomaar door. Jullie bespreken samen wat een volgende stap kan zijn.

Maar soms is hulp van anderen nodig: bijvoorbeeld als jij of iemand anders in gevaar is.
Soms verplicht de wet de vertrouwenspersoon om iets te melden.

De vertrouwenspersoon legt zo veel mogelijk vooraf uit wat er gedeeld moet worden en waarom.

Je mag eerst vragen hoe dit werkt, voordat je jouw verhaal vertelt.

Slide 13 - Tekstslide

Wat is het verschil?
Een vertrouwd persoon: Iemand bij wie jij je veilig voelt. Jij kiest wie dat is.

Je mentor: Helpt jou met school en met hoe het met jou gaat. Soms moet je mentor informatie delen om jou goed te begeleiden.

De vertrouwenspersoon: Heeft een speciale taak bij onveiligheid en gedrag dat jij niet wilt. Gaat zorgvuldig om met jouw verhaal en bespreekt met jou welke hulp mogelijk is.

Je mentor kan ook een vertrouwd persoon zijn, maar kan het kan ook een andere medewerker binnen de school zijn.

Slide 14 - Tekstslide

1. Wie kan voor jou een vertrouwd persoon zijn?
A
Alleen je mentor.
B
Alleen iemand uit je familie.
C
Iemand bij wie jij je veilig voelt, zoals een docent.
D
Alleen de vertrouwenspersoon.

Slide 15 - Quizvraag

Wat is het verschil tussen een mentor en een vertrouwenspersoon?
A
Je mentor helpt bij school en hoe het met je gaat. De vertrouwenspersoon helpt bij onveiligheid en ongewenst gedrag.
B
Je mentor helpt alleen bij huiswerk. De vertrouwenspersoon helpt alleen bij ruzie.
C
Je mentor vertelt alles door. De vertrouwenspersoon houdt altijd alles geheim.
D
Je mentor helpt alleen de klas. De vertrouwenspersoon helpt alleen ouders.

Slide 16 - Quizvraag

Je vertelt iets aan de vertrouwenspersoon. Wat gebeurt er met jouw verhaal?
A
De vertrouwenspersoon vertelt het altijd aan je ouders.
B
De vertrouwenspersoon vertelt het aan alle docenten.
C
De vertrouwenspersoon houdt alles geheim, ook bij gevaar.
D
De vertrouwenspersoon vertelt het niet zomaar door. Soms moet die hulp inschakelen of iets melden.

Slide 17 - Quizvraag

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Slide 18 - Open vraag

Weet jij na deze les beter bij wie je terechtkunt als je wilt praten?
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll

Slide 20 - Tekstslide