Lesdag 8 Niet Aangeboren Hersenletsel

Niet Aangeboren Hersenletsel
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Niet Aangeboren Hersenletsel

Slide 1 - Tekstslide

NAH

Slide 2 - Woordweb

Slide 3 - Tekstslide

Feiten en cijfers
Jaarlijks krijgen zo’n 46.000 mensen een beroerte of CVA.
Niet-aangeboren hersenletsel is de belangrijkste doodsoorzaak bij kinderen en jongeren.
Elk jaar lopen circa 140.000 mensen hersenletsel op van wie er 10.000 dit niet overleven.
Van de 130.000 hersenletselpatiënten per jaar die overleven zijn er 19.000 kinderen en jongeren van 0 tot 24 jaar.
Elk jaar komen er ongeveer 40.000 mensen bij die forse blijvende beperkingen overhouden aan hersenletsel.
In Nederland wonen ongeveer 650.000 mensen die beperkingen ervaren als gevolg van hersenletsel.
                                                                                                                                                                    bron: Hersenz.nl

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Video

Oorzaken 
  • Traumatisch
  • Niet traumatisch

Slide 6 - Tekstslide

Noem voorbeeld traumatisch hersenletsel

Slide 7 - Open vraag

Noem voorbeeld niet traumatisch hersenletsel

Slide 8 - Open vraag

Diffuus hersenletsel
= verspreid en zonder scherpe grenslijn
Schade over groter deel van de hersenen
Dit kan vb.door zuurstof tekort


Focaal hersenletsel
= plaatselijk 
 

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Video

Traumatisch hersenletsel
Niet traumatisch hersenletsel
Hersenkneuzing
Herseninfarct
Zwangerschapscomplicaties
Whiplash
Zuurstofgebrek

Slide 11 - Sleepvraag

Wat is van onderstaande van toepassing op focaal hersenletsel
A
De schade is over een groot deel van de hersenen verspreid
B
Het heeft te maken met het voorste deel van je hersenen
C
Onstaat meestal na een directe klap op het hoofd
D
Schade ontstaat op latere leeftijd

Slide 12 - Quizvraag

Welke uitspraak is van toepassing op diffuus hersenletsel
A
Schade is over een groter deel van de hersenen
B
Komt alleen maar bij kinderen voor
C
Er onstaat een schedelbreuk
D
Ontstaat na val wanneer hersenen 'geschud' zijn

Slide 13 - Quizvraag

Slide 14 - Video

Breuk in levenslijn






                                 leven voor en leven na 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

Zorg voor mensen met NAH
Acute fase, medisch gericht. 
Herstel fase, revalidatie
Participatie fase, chronische fase

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Zichtbare gevolgen
  • Verlamming

Onzichtbare gevolgen
  • verandering in denken
  • verandering in emoties
  • veranderingen in gedrag





https://hersenz.nl/hersenletsel/gevolgen-van-niet-aangeboren-hersenletsel 

Slide 19 - Tekstslide

Waar richt de chronische fase zich op?
A
Op de medische zorg.
B
Aanleren van nieuwe vaardigheden.
C
Evalueren van de zorg.
D
Participeren in maatschappij.

Slide 20 - Quizvraag

Zichtbare gevolgen
Onzichtbare gevolgen
Geheugenstoornissen
Hemiparese
Verstoorde controle
Taalstoornissen
Hemianopsie
Concentratiestoornissen

Slide 21 - Sleepvraag

Gevolgen voor de relatie
Toekomstbeeld spat uit een
Hoe geef je nog vorm aan een bestaande relatie
Hoe ontstaan nieuwe relaties
Wat is haalbaar........

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Video

Welke gevolgen zie je in de video?

Slide 24 - Woordweb

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Link

Onderscheid drie type zorgvrager

  • De voorbijganger: zorgvrager heeft een beperkt ziektebesef en erkent niet dat hij een probleem heeft. De zorgvrager heeft dan ook nog geen hulpvraag.


  • De zoeker: zorgvrager heeft enig ziektebesef. Dit komt vaak terug in een vage of slecht omlijnde hulpvraag. De zoeker weet dat er iets met hem aan de hand is, maar wat, weet hij niet.


  • De klant: zorgvrager is zich bewust van zijn ziektebeeld. Hij/zij heeft een duidelijke vraag, maar weet niet welke hulpmiddelen hij in kan zetten.

                                                                                                                                                                            Arno Prinsen

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Link

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide