Instrumenten en zangstemmen (Muziek havo), les 1: Uitleg

KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

INSTRUMENTEN EN ZANGSTEMMEN

Examenstof muziek havo

1 / 24
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over idiofonen, membranofonen, het drumstel, elektronische instrumenten, houten en koperen blaasinstrumenten, snaarinstrumenten, de zangstemmen sopraan, alt, tenor en bas en klankprocessen (contrast, menging, verschuiving), met foto's en 4 luisterfragmenten.

Onderdelen in deze les

KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

INSTRUMENTEN EN ZANGSTEMMEN

Examenstof muziek havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: A1/A2 i (klankkleur: instrumenten, zangstemmen, klankprocessen). Image credit: Godwin Borg / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan instrumenten en zangstemmen op gehoor en op een foto herkennen, ze de juiste naam geven en klankprocessen benoemen.

Deze slide heeft geen instructies

Welke instrumenten en stemmen herken je aan hun klank? Noem er zoveel je kunt.

Verwachte woorden: piano, gitaar, drums, viool, trompet, fluit, zang, orgel. Zet de woorden op het bord in groepen: slaan, blazen, snaren, elektronisch en stem. Zo bouw je de drie blokken van de les op. Let alvast op de naam: leerlingen zeggen vaak fluit of trommel, terwijl het examen blokfluit, panfluit, kleine trom of snaredrum vraagt.

Een xylofoon en een marimba

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

IDIOFONEN

  • Een idiofoon is een slaginstrument dat klinkt door het materiaal zelf, zonder vel.

  • Metaal: triangel, bekkens, tamtam, cowbell, buisklokken en klokkenspel.

  • Met klankstaven: xylofoon, marimba en vibrafoon. Klepperen: claves en woodblock.

  • Schudden of schrapen: maraca's, shaker, cabasa, guiro en rasp.

Syllabus A1/A2 i: slaginstrumenten, idiofonen. Op het examen hoeven leerlingen deze paren niet uit elkaar te houden: klokkenspel en celesta, xylofoon en marimba, claves en woodblock, maraca's en shaker, cabasa en guiro en rasp, tamtam en gong, beatring en tamboerijn. Schrijf maraca's of shaker, niet sambaballen. Veelgemaakte fout: de triangel of de hihat bij de instrumenten met een vel rekenen. Luister na deze dia naar het fragment. Image credit: Vassia Atanassova (Spiritia) / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Video: Richard O'Meara: Restless, voor marimba (Koen Plaetinck, kanaal AVROTROS Klassiek). Wat leerlingen horen: een marimba die alleen speelt, zonder begeleiding. De klank komt van houten klankstaven die met stokjes worden aangeslagen, dus een idiofoon. Kijkvraag: klinkt dit instrument door een vel of door het materiaal zelf? Antwoord: door het materiaal zelf, dus een idiofoon. Xylofoon en marimba hoeven leerlingen niet uit elkaar te houden.

Een set pauken

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

MEMBRANOFONEN EN HET DRUMSTEL

  • Een membranofoon klinkt door een strak gespannen vel dat je met stokken of handen slaat.

  • Pauken, grote trom, kleine trom (snaredrum), tomtoms, floortom, bongo's, conga's, djembé en tamboerijn.

  • Een drumstel bestaat uit basdrum (kickdrum), snaredrum, tomtoms, floortom, hihat en bekkens (cymbals).

  • Schrijf snaredrum of kleine trom, niet 'trommel'. Hihat en bekkens zijn idiofonen.

Syllabus: membranofonen en het drumstel (basdrum/kick(drum), cymbals/bekkens, floortom, hihat, snaredrum, tomtoms). Op het examen telt de juiste naam: kleine trom of snaredrum, niet trommel. Bongo's, conga's en djembé hoeven leerlingen niet uit elkaar te houden. Veelgemaakte fout: de pauken bij het drumstel rekenen. Pauken zijn losse ketelvormige trommels in een orkest. Image credit: Jorge Royan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Een synthesizer met toetsenbord

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

ELEKTRONISCHE INSTRUMENTEN

  • Een synthesizer maakt klank elektronisch en kan veel andere instrumenten nabootsen.

  • Een drumcomputer speelt ritmes af, zoals een drumstel dat zou kunnen doen.

  • Elektrisch versterkt: elektrische gitaar, basgitaar en elektronisch orgel.

  • Een keyboard of synthesizer kan strijkers, orgel of blazers nabootsen.

Syllabus: elektronische en elektrisch versterkte instrumenten: basgitaar, elektrische gitaar, (elektronisch) orgel, keyboard/synthesizer en drumcomputer. Keyboard en synthesizer hoeven leerlingen auditief niet uit elkaar te houden. Veelgemaakte fout: de elektrische gitaar een elektronisch instrument noemen zonder te letten op de snaren: het is een elektrisch versterkt snaarinstrument. Image credit: Melissa Ursula Dawn Goldsmith / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Welke twee instrumenten zijn allebei een membranofoon?

A

Pauken en snaredrum

B

Triangel en pauken

C

Hihat en snaredrum

D

Xylofoon en tomtoms

Pauken en snaredrum klinken door een vel. Wie triangel, hihat of xylofoon kiest, vergeet dat die van metaal of hout zijn en zelf klinken: idiofonen.

Een blokfluit

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

FLUITEN

  • Bij een blaasinstrument trilt een luchtkolom. Er zijn houten en koperen blaasinstrumenten.

  • De blokfluit heeft een snavel en klinkt zacht en helder.

  • De panfluit is een rij pijpjes waar je langs blaast. De dwarsfluit (of piccolo) houd je opzij.

  • Bij blokfluit en panfluit is alleen 'fluit' fout. Bij de dwarsfluit mag je 'fluit' schrijven.

Syllabus: houten blaasinstrumenten blokfluit, panfluit en (dwars)fluit/piccolo. Het addendum bij de syllabus zegt: blokfluit en panfluit voluit noemen, alleen fluit is fout. Uitzondering: dwarsfluit of fluit is allebei goed. Luister na deze dia naar het fragment. Image credit: Silver Spoon / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Video: Jacob van Eyck: Engels Nachtegaeltje voor solo blokfluit (Dorothee Oberlinger, kanaal Dorothee Oberlinger - Topic). Wat leerlingen horen: een blokfluit die alleen speelt, zonder begeleiding. De klank is zacht en helder en de melodie bestaat uit snelle, versierde looplijnen. Kijkvraag: welk instrument is dit en welke naam moet je op het examen schrijven? Antwoord: blokfluit, niet fluit.

Een hoboïste speelt hobo

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

HOBO, KLARINET, FAGOT EN SAXOFOON

  • De hobo heeft een dubbel riet en klinkt scherp en nasaal.

  • De fagot heeft ook een dubbel riet, maar klinkt veel lager en dieper dan de hobo.

  • De klarinet (enkel riet) klinkt zachter en ronder dan de hobo.

  • De saxofoon is van metaal, maar hoort bij de houten blaasinstrumenten omdat hij een riet heeft.

Syllabus: houten blaasinstrumenten hobo, klarinet, fagot en saxofoon (sopraan-, alt-, tenor- en bariton-). Veelgemaakte fout: de saxofoon bij de koperen blaasinstrumenten zetten omdat hij van metaal is. De indeling hout of koper hangt af van de klankbron: een riet of lippen in een mondstuk. Hobo en klarinet worden vaak verward: hobo scherp en nasaal, klarinet zacht en rond. In de examentraining hoor je de hobo en de fagot. Image credit: Samuraijohnny / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Een muzikant bespeelt een trombone

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

KOPEREN BLAASINSTRUMENTEN

  • Bij koperen blaasinstrumenten zoem je met je lippen in een metalen mondstuk.

  • Trompet, hoorn, trombone en tuba. De tuba klinkt het laagst, de trompet het hoogst.

  • De trombone heeft een schuif. Schrijf op het examen trombone, niet schuiftrompet.

  • Blaas-/toetsinstrumenten: accordeon en (kerk-, pijp-)orgel. Verder: de mondharmonica.

Syllabus: koperen blaasinstrumenten trompet, hoorn, trombone en tuba, de blaas-/toetsinstrumenten accordeon en orgel, en de mondharmonica. Het addendum noemt schuiftrompet als foute benaming voor trombone. Veelgemaakte fout: denken dat de klank van een koperen blaasinstrument uit een riet komt. Luister na deze dia naar het fragment. Image credit: Godwin Borg / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Video: J.S. Bach: Cellosuite nr. 2, bewerkt voor trombone solo (Michael Buchanan, kanaal Michael Buchanan - Topic). Wat leerlingen horen: een trombone die alleen speelt, zonder begeleiding. Het stuk is oorspronkelijk voor cello geschreven. De klank is vol en glanzend, met lange tonen die aan elkaar worden gebonden. Kijkvraag: welk koperen blaasinstrument speelt hier? Antwoord: trombone.

Welk houten blaasinstrument heeft een dubbel riet en klinkt veel lager dan de hobo?

A

Klarinet

B

Dwarsfluit

C

Fagot

D

Saxofoon

De fagot heeft een dubbel riet en klinkt diep. Wie klarinet of saxofoon kiest, vergeet dat die een enkel riet hebben. De dwarsfluit heeft helemaal geen riet.

Vul in: hout en koper

De trombone is een koperen blaasinstrument met een schuif, de hobo is een houten blaasinstrument met een riet.

trombone
schuif
hobo
trompet
blokfluit

De trombone heeft een schuif en de hobo een dubbel riet. Veelgemaakte fout: blokfluit invullen bij de hobo. De blokfluit heeft geen riet.

Een klavecimbel in een kerk

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

SNAARINSTRUMENTEN

  • Bij een snaarinstrument trilt een snaar: gestreken, getokkeld of aangeslagen.

  • Gestreken: viool, altviool, cello, contrabas (het laagst) en viola da gamba.

  • Getokkeld: akoestische gitaar, harp, luit en klavecimbel (veertjes tokkelen de snaren).

  • Aangeslagen: de piano, waarbij hamertjes de snaren raken.

Syllabus: snaarinstrumenten. Luit en gitaar (tot 1750) en viola da gamba en cello (tot 1750) hoeven leerlingen niet uit elkaar te houden. De klavecimbel klinkt scherp en tikkend, de piano ronder en met langere tonen. Veelgemaakte fout: de klavecimbel een aangeslagen instrument noemen omdat hij toetsen heeft. De snaren worden getokkeld. Luister na deze dia naar het fragment. Image credit: Tomwsulcer / Wikimedia Commons, CC0

Video: Domenico Scarlatti: Sonate K.1 (Scott Ross, klavecimbel, kanaal MEZZO). Wat leerlingen horen: een klavecimbel die alleen speelt, zonder begeleiding. De klank is scherp en tikkend, want de snaren worden getokkeld. Kijkvraag: waaraan hoor je dat dit geen piano is? Antwoord: de klank is scherper en tikkend, de tonen sterven snel weg.

Een meisjeskoor: sopranen en alten

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

ZANGSTEMMEN

  • De menselijke stem heeft vier hoofdsoorten: sopraan, alt, tenor en bas.

  • Sopraan en alt zijn vrouwenstemmen, tenor en bas zijn mannenstemmen.

  • Van hoog naar laag: sopraan, alt, tenor, bas.

  • De sopraan klinkt het hoogst en de bas het laagst en vol.

Syllabus: de menselijke stem: sopraan, alt, tenor en bas. De volgorde van hoog naar laag is sopraan, alt, tenor, bas: de alt ligt dus hoger dan de tenor, ook al is een alt lager dan een sopraan. Veelgemaakte fout: de alt een mannenstem noemen omdat hij laag klinkt. Een tenor is hoog voor een man, maar lager dan de alt. Image credit: Propa / Wikimedia Commons, CC BY 3.0

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

KLANKPROCESSEN

  • De klank van een stuk kan veranderen. Dat noem je een klankproces.

  • Contrast: de klankkleur wisselt plotseling, bijvoorbeeld van een dwarsfluit naar een trombone.

  • Menging: instrumenten klinken tegelijk en smelten samen tot één nieuwe klank.

  • Verschuiving: de klankkleur verandert geleidelijk, bijvoorbeeld doordat instrumenten één voor één bijkomen.

Syllabus: interpreteren van klankprocessen zoals contrast, menging en verschuiving. Laat leerlingen bij een bekend nummer aanwijzen waar de klank plotseling wisselt (contrast), waar instrumenten samensmelten (menging) en waar de klank langzaam verandert (verschuiving). Veelgemaakte fout: contrast en verschuiving verwisselen. Let op het woord plotseling of geleidelijk.

Zet de zangstemmen van hoog naar laag.

1

Tenor

2

Alt

3

Sopraan

4

Bas

Sopraan is het hoogst, daarna alt, tenor en bas. Verwachte fout: tenor boven alt zetten omdat een tenor een hoge mannenstem is. De alt ligt toch hoger.

Wat vond je het lastigst?

1

Slaginstrumenten en elektronica

2

Houten en koperen blaasinstrumenten

3

Snaarinstrumenten en zangstemmen

4

Klankprocessen

Gebruik de uitslag om in de examentraining extra tijd te besteden aan het lastigste onderdeel.

Welk instrument herken je nu het best?

Laat leerlingen kort zeggen waaraan ze het instrument horen: scherp, zacht, laag, tikkend, vol. Let op de juiste naam, bijvoorbeeld blokfluit of snaredrum.

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

BEGRIPPEN (1/2)

  • idiofoon: slaginstrument dat klinkt door het materiaal zelf, bijvoorbeeld triangel of xylofoon

  • membranofoon: slaginstrument dat klinkt door een gespannen vel, bijvoorbeeld pauken

  • blokfluit: houten blaasinstrument met een snavel, zacht en helder

  • hobo: houten blaasinstrument met dubbel riet, scherp en nasaal

  • fagot: houten blaasinstrument met dubbel riet, veel lager dan de hobo

Deze slide heeft geen instructies

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

BEGRIPPEN (2/2)

  • trombone: koperen blaasinstrument met een schuif

  • klavecimbel: toetsinstrument waarvan de snaren worden getokkeld, scherp en tikkend

  • contrabas: gestreken snaarinstrument dat het laagst klinkt

  • synthesizer: elektronisch instrument dat veel klanken kan nabootsen

  • sopraan en tenor: de hoogste vrouwenstem en de hoge mannenstem

Deze slide heeft geen instructies