Instrumenten en zangstemmen (Muziek havo), les 2: Examentraining

KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

EXAMENTRAINING

Instrumenten en zangstemmen: zo pak je examenvragen aan

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorMuziekMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: houtblazers, slaginstrumenten en zangstemmen op gehoor, een instrument op een foto, en namen en klankprocessen. Acht vragen, waarvan 5 luistervragen met een fragment.

Onderdelen in deze les

KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

EXAMENTRAINING

Instrumenten en zangstemmen: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Godwin Borg / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

WAT GA JE KUNNEN?

Ik kan instrumenten en zangstemmen op gehoor en op een foto herkennen, de juiste naam geven en klankprocessen benoemen.

Deze slide heeft geen instructies

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

ZO PAK JE EEN EXAMENVRAAG AAN

  • 1. Lees: moet je een instrument, een zangstem of een klankproces benoemen?

  • 2. Luister: speel het fragment minstens twee keer. Wordt er geblazen, geslagen, getokkeld of gezongen?

  • 3. Let op de klankkleur: scherp of zacht, hoog of laag, tikkend of voluit klinkend.

  • 4. Schrijf: gebruik de volledige naam, zoals blokfluit en niet alleen fluit.

Deze slide heeft geen instructies

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

VRAAGTYPE 1: HOUTBLAZER OP GEHOOR

  • Je hoort een fragment en kiest welk instrument speelt.

  • Luister naar de klankkleur: scherp en nasaal of diep en vol?

  • Denk aan het riet: de hobo en de fagot hebben allebei een dubbel riet.

Deze slide heeft geen instructies

Video: Benjamin Britten: Pan uit Six Metamorphoses after Ovid voor solo hobo (François Leleux, kanaal François Leleux - Topic). Wat leerlingen horen: een hobo die alleen speelt, in een vrij tempo, zonder begeleiding. De klank is scherp en nasaal. Goede antwoord: hobo. Veelgemaakte fout: klarinet, omdat ook dat een riet heeft.

Welk instrument speelt in dit fragment?

A

Klarinet

B

Dwarsfluit

C

Hobo

D

Fagot

Goede antwoord: hobo, met een scherpe, nasale klank. Wie klarinet kiest, hoort een zachtere klank. Wie fagot kiest, let niet op de hoogte: de fagot klinkt veel lager.

Video: J.S. Bach: Cellosuite nr. 1, Prelude, gespeeld op fagot (Sophie Dervaux, kanaal Sophie Dervaux - Official). Wat leerlingen horen: een fagot die alleen speelt. Het stuk is oorspronkelijk voor cello geschreven en bestaat uit doorlopende gebroken akkoorden. De klank is warm en wat nasaal, lager dan een hobo. Goede antwoord: fagot. Veelgemaakte fout: hobo.

Welk instrument speelt dit fragment alleen?

A

Hobo

B

Klarinet

C

Fagot

D

Saxofoon

Goede antwoord: fagot, een houten instrument met dubbel riet en een diepe, zachte klank. Wie hobo kiest, hoort niet dat de klank veel lager en ronder is. Wie saxofoon kiest, let op de rietklank maar niet op de klankkleur.

Een set pauken

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

VRAAGTYPE 2: SLAGINSTRUMENT OP GEHOOR EN FOTO

  • Je hoort een slaginstrument of ziet een foto en benoemt het instrument.

  • Bij een vel is het een membranofoon, bij metaal of hout een idiofoon.

  • Hier zie je instrumenten met een groot vel en een koperen ketel.

Image credit: Jorge Royan / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Video: Askell Masson: Prim voor kleine trom (Evelyn Glennie, kanaal Evelyn Glennie). Wat leerlingen horen: een kleine trom die alleen speelt, met ritmes van zacht tot hard. Goede antwoord: kleine trom of snaredrum. Veelgemaakte fout: pauken, omdat ook dat een trom met vel is. Pauken hebben een duidelijke toonhoogte, de snaredrum niet.

Welk instrument speelt in dit fragment?

A

Kleine trom (snaredrum)

B

Pauken

C

Triangel

D

Bekkens

Goede antwoord: kleine trom of snaredrum, met een droge, rommelende klank door de snaren onder het vel. Pauken klinken lager en hebben een vaste toonhoogte. Triangel en bekkens zijn metaal en klinken lang door.

Welk instrument zie je op de foto bij vraagtype 2?

A

Snaredrum

B

Tomtoms

C

Bongo's

D

Pauken

Goede antwoord: pauken, ketelvormige trommels met een groot vel. Wie tomtoms kiest, denkt aan het drumstel. Bongo's zijn kleiner en worden met de handen bespeeld.

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

VRAAGTYPE 3: ZANGSTEM OP GEHOOR

  • Je hoort een stem en kiest de zangstem.

  • Eerst: mannen- of vrouwenstem? Dan: hoog of laag?

  • Van hoog naar laag: sopraan, alt, tenor, bas.

Deze slide heeft geen instructies

Video: W.A. Mozart: Die Zauberflote, Dies Bildnis ist bezaubernd schon (Fritz Wunderlich, kanaal Fritz Wunderlich - Topic). Wat leerlingen horen: een hoge, lichte mannenstem met zacht orkest eronder. Het is de aria van Tamino. Goede antwoord: tenor. Veelgemaakte fout: sopraan, omdat de stem hoog klinkt.

Welke zangstem hoor je in dit fragment?

A

Sopraan

B

Tenor

C

Alt

D

Bas

Goede antwoord: tenor, een lichte, hoge mannenstem. Wie sopraan kiest, hoort dat de stem hoog is maar ziet over het hoofd dat het een man is.

Video: W.A. Mozart: Die Entfuhrung aus dem Serail, aria van Osmin (Kurt Moll, kanaal Kurt Moll - Topic). Wat leerlingen horen: een heel lage, volle mannenstem met orkest. Het is de aria van Osmin. Goede antwoord: bas. Veelgemaakte fout: tenor.

Welke zangstem hoor je in dit fragment?

A

Bas

B

Tenor

C

Alt

D

Sopraan

Goede antwoord: bas, een heel lage, volle mannenstem. Wie tenor kiest, vergeet dat een tenor veel hoger klinkt. Alt en sopraan zijn vrouwenstemmen.

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

VRAAGTYPE 4: NAMEN EN KLANKPROCESSEN

  • Je geeft een instrument de juiste naam of benoemt wat er met de klank gebeurt.

  • Plotseling anders: contrast. Samensmelten: menging. Langzaam veranderen: verschuiving.

  • Let op een situatie in de vraag: welke instrumenten klinken wanneer?

Deze slide heeft geen instructies

Wat is op het examen de goede naam voor het houten blaasinstrument met een snavel?

A

Fluit

B

Panfluit

C

Blokfluit

D

Dwarsfluit

Goede antwoord: blokfluit. Alleen fluit is fout, dat staat in het addendum van de syllabus. De panfluit is een rij pijpjes en de dwarsfluit houd je opzij.

Alleen dwarsfluit, daarna komen fagot en trombone één voor één bij. Welk klankproces?

A

Contrast

B

Verschuiving

C

Menging

D

Geen verandering

De klankkleur verandert geleidelijk doordat er instrumenten bijkomen: verschuiving. Wie contrast kiest, let niet op het woord geleidelijk. Menging is samensmelten tot één klank, niet het langzaam veranderen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Houtblazer op gehoor

2

Slaginstrument op gehoor en foto

3

Zangstem op gehoor

4

Namen en klankprocessen

Bespreek de uitslag en speel het lastigste fragment nog een keer, met de vraag waar je het aan hoort.

♪ KLANKKLEUR · INSTRUMENTEN

TIPS VOOR OP HET EXAMEN

  • Luister eerst naar wat de klank maakt: lucht, een vel, een snaar of elektronica. Dat sluit de helft van de opties al uit.

  • Gebruik altijd de volledige naam: blokfluit, panfluit, kleine trom of snaredrum, trombone.

  • Bij een zangstem: eerst man of vrouw, dan hoog of laag. De volgorde van hoog naar laag is sopraan, alt, tenor, bas.

  • Bij klankprocessen: let op de woorden plotseling (contrast), samensmelten (menging) en geleidelijk (verschuiving).

Deze slide heeft geen instructies