voorbereiding toets, pinto en 4 aspecten van een boodachapp

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
MZMBOStudiejaar 3,4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Aanzet tot diepergaand gedachtegoed, zoals dat van Hoffman en Hofstede (dimensies)
4 aspecten van een boodschap

  1. Zakelijke
  2. Relationele
  3. Expressieve
  4. Appellerende

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

In het boek wordt gesproken van inhoudelijk en relationeel aspect
Eerste indeling
Twee lagen
  • Boodschappen op inhoudsniveau
  • Boodschappen op betrekkingsniveau
(1.7 Inhoudelijke en relationele aspect van de communicatie)

We zeggen inhoudelijk het ene, maar communiceren er  
-meestal onbedoeld- nog van alles bij

Slide 7 - Tekstslide

Naar aanleiding van dat in Nederland meestal de inhoud centraal staat.


Zakelijke Aspect
Het inhoudsniveau is het zakelijke aspect, dit is de feitelijke inhoud van de boodschap

Het gaat hier om wat de zender wil over brengen:
bv. meningen, feiten, informatie
(of het lukt is een tweede)

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Voorbeelden:
• ‘Ik heb een brief ontvangen’ = Ik heb een brief ontvangen
• ‘De deur is nog open’ = De deur is niet dicht.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Relationele aspect
Gaat over hoe de zender de ontvanger ziet. 

Spreekt er waardering of minachting uit de boodschap? Staat de zender boven, naast, of onder de ontvanger? Is de relatie zakelijk of juist persoonlijk? Vriendelijk of aanvallend? 

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld:
• ‘Hoe héb je dat kunnen doen?’ = Ik vind je een stommeling

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het expressieve aspect
 Dit is wat de zender laat zien over zijn of haar eigen mening, gevoel, oordeel over de boodschap. 

Is de zender enthousiast of geërgerd? Zelfverzekerd of zoekend? Staat de zender achter de boodschap of niet? 

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden:
• ‘De deur staat weer open’ = Ik erger me dood aan die open deur.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het appellerende aspect
 Dit is wat de zender graag wil dat de ontvanger doet of vindt. 

Het is het beroep (appèl) dat de zender op de ontvanger doet. Wil de zender slechts informeren of ook overtuigen? Geruststellen of opjagen? Moet de ontvanger iets terugzeggen of liever niet? 

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden:
• ‘De deur staat nog open’ = Doe die deur even dicht!
• ‘Ik ben eventjes bezig’ = Val me nu niet lastig!

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Feedback is
A
terugkoppelen hoe de boodschap over komt
B
vertellen wat iemand moet doen.
C
hetzelfde als evalueren.
D
altijd verbaal.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een voorbeeld van verbale communicatie is
A
zweten
B
emoticons versturen
C
geschreven taal
D
een agressieve houding

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij eenzijdige communicatie
A
Kan de boodschap op 1 manier worden opgevat
B
praat iemand in zichzelf
C
Is er geen ontvanger
D
heeft de ontvanger de mogelijkheid te reageren

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is geen medium?
A
e-mail
B
krant
C
megafoon
D
radio

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke boodschap is het meest zakelijk
A
Het is hier rommelig
B
Wat een gigantische puinhoop
C
Jij mag nu je die rommel opruimen
D
Opruimen, die rotzooi

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke boodschap komt het relationele aspect het meest naar voren
A
Mooie boel weer, met die treinen die niet rijden.
B
Het is 14.00 uur.
C
Fijn dat je me geholpen hebt.
D
Ruim je kamer maar op.

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Coderen is
A
een boodschap overbrengen.
B
een boodschap interpreteren.
C
een boodschap omzetten in woorden.
D
een boodschap omzetten in betekenis.

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ruis omvat
A
alleen storingen vanuit de ontvanger
B
alleen storingen vanuit de boodschapper
C
alleen storingen vanuit de omgeving
D
alle factoren die de communicatie verstoren.

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Communicatieproblemen komen het sterkst naar voren

A
tussen mannen en vrouwen
B
in de communicatie met mensen met dezelfde culturele identiteit
C
wanneer er veel hiërarchie is
D
in de communicatie met mensen uit een andere cultuur

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Door lezen leerdoelen.
Kijk of je ze kan beantwoorden
Als dat niet lukt, raadpleeg je boek of de ppts
kom je er niet uit vraag je buurvrouw of buurman
Als die het ook niet weet, vraag je mij
Klaar? Je kan je vragen uit werken voor je eigen samenvatting

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

r.vandorresteijn@alfa-college.nl
06-16062900

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies