ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Examentraining
Brazilië: beeld en samenleving: zo pak je examenvragen aan
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Examentraining
Brazilië: beeld en samenleving: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Fernando Quevedo / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Wat ga je kunnen?
Ik kan examenvragen over Brazilië beantwoorden: bronnen beoordelen, een Lorenzcurve lezen, deelgebieden vergelijken en een toekomstscenario onderbouwen.
Deze slide heeft geen instructies
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is het vraagwoord? Beschrijf, leg uit, vergelijk of beargumenteer.
2. Bekijk: wat laat de bron zien, wie maakte hem en met welk doel?
3. Verbind: gebruik een dimensie (economie, sociaal-cultureel, demografie, politiek, natuur).
4. Schrijf: een redenering met doordat en daardoor, met gegevens uit de bron.
Deze slide heeft geen instructies
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Vraagtype 1: beelden in bronnen beoordelen
Je krijgt een foto, folder, krantenkop of filmbeeld van Brazilië.
Vraag je af: wie is de zender, wat is het doel, wie is de doelgroep?
Welke dimensie laat de bron zien, en welke ontbreekt?
Standplaatsgebondenheid: de maker kijkt vanuit zijn eigen positie en belang.
Syllabus A: informatie kritisch gebruiken, met doel, zender, doelgroep en standplaatsgebondenheid. Bij 9a.1: beoordelen van (stereotiepe) beelden van Brazilië in geografische bronnen. Veelgemaakte fout: alleen zeggen dat een bron 'eenzijdig' is, zonder uit te leggen waarom.
Een actiegroep toont alleen brandend regenwoud. Welke dimensie ontbreekt dan?
De economische: waarom boeren daar land willen
De natuurlijke: wat er met het bos gebeurt
De stereotiepe: hoe toeristen het land zien
De culturele: welke muziek er gemaakt wordt
Goed: de bron laat de natuur zien, maar niet waarom er gekapt wordt (vraag naar soja en vlees, grondprijzen). De actiegroep wil mensen in actie laten komen. 'Stereotiep' is geen dimensie. Muziek ontbreekt ook, maar is voor dit onderwerp niet relevant.
Een voetbalclip toont Brazilië als vrolijk land. Noem de zender en het doel.
Goed antwoord: zender is bijvoorbeeld een sportmerk of tv-zender; doel is verkopen of kijkers trekken; daarom toont de clip een positief, stereotiep beeld uit de culturele dimensie en laat welvaartsverschillen of werk weg. Verwachte fout: het beeld beschrijven zonder zender en doel.
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Vraagtype 2: Lorenzcurve en Gini lezen
Op de x-as staat het cumulatieve percentage van de bevolking, van arm naar rijk.
Op de y-as staat het cumulatieve percentage van het inkomen.
Lees af: welk deel van het inkomen heeft de armste helft? Vergelijk met de diagonaal.
Hoe boller de curve, hoe ongelijker, hoe hoger de Gini.
Laat leerlingen zelf een curve schetsen met de gegevens uit de vragen. Veelgemaakte fout: de percentages niet cumulatief lezen, of vergeten dat bij de diagonaal de armste 50% ook 50% van het inkomen heeft.
Land A: armste 50% heeft 25% van het inkomen. Land B: 12%. Wat klopt?
Land A heeft de hoogste Gini-coëfficiënt
Beide landen hebben dezelfde Gini-coëfficiënt
Land B heeft de hoogste Gini-coëfficiënt
Land B ligt het dichtst bij de diagonaal
Goed: bij land B heeft de armste helft een kleiner deel van het inkomen, dus de curve ligt verder van de diagonaal en de verdeling is ongelijker. Verwachte fout: land A kiezen omdat 25 een groter getal is.
Gini Brazilië 0,50, Nederland 0,26. Wat zegt dat over hun Lorenzcurves?
Goed antwoord: de Lorenzcurve van Brazilië ligt veel verder van de diagonaal dan die van Nederland, dus het inkomen is in Brazilië veel ongelijker verdeeld: de armste groepen hebben een kleiner deel van het totale inkomen. Verwachte fout: zeggen dat Nederland 'rijker' is. De Gini zegt iets over verdeling, niet over het niveau van welvaart.
Snelweg en kantoortorens in het centrum van São Paulo, 2014
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Vraagtype 3: deelgebieden vergelijken
Je krijgt een kaart of tabel met gegevens per regio of deelstaat.
Beschrijf eerst het verschil: noem de regio's en de getallen.
Verklaar daarna met een dimensie: natuur, economie, geschiedenis, bevolking.
Bij Brazilië gaat het vaak om het zuidoosten tegenover het noordoosten.
Syllabus 9a.2 werkwijzen: kenmerken van deelgebieden vergelijken en in hun geografische context plaatsen. Op de foto: het centrum van São Paulo, het economisch hart van het zuidoosten. Veelgemaakte fout: alleen beschrijven en niet verklaren, of andersom. Image credit: Wilfredor / Wikimedia Commons, CC0
Een kaart toont de laagste inkomens in het noordoosten. Welke verklaring past?
Veel industrie, veel havens en grote steden
Een koel klimaat met veel sneeuw in de winter
Weinig industrie, droog binnenland, grootgrondbezit
Er wonen daar bijna geen mensen, alleen boeren
Goed: economische (weinig industrie), natuurlijke (droge sertão) en historische (grootgrondbezit) factoren. De eerste afleider hoort bij het zuidoosten. Het noordoosten heeft juist veel inwoners, ook in grote kuststeden.
Leg uit waarom de steden in het binnenland nu sneller groeien dan aan de kust.
Goed antwoord: aan de kust woont al bijna iedereen in steden, dus daar kan het aandeel nog maar weinig stijgen. In het binnenland was de verstedelijkingsgraad lager en groeien steden nu door nieuwe economische activiteit, zoals landbouw en mijnbouw, en door migratie. Verwachte fout: verstedelijkingsgraad en verstedelijkingstempo door elkaar halen.
Een Embraer E195-E2, passagiersvliegtuig uit Brazilië, Paris Air Show 2019
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Vraagtype 4: toekomstscenario onderbouwen
Je krijgt een ontwikkeling, bijvoorbeeld: Brazilië gaat meer hightech exporteren.
Voorspel een gevolg voor werk, inkomen of regio's.
Onderbouw met een redenering en een voorbehoud: onder welke voorwaarde gebeurt het?
Denk aan politiek: good governance of juist corruptie en schommelend beleid.
Syllabus 9a.2: verschillende toekomstscenario's van Brazilië beschrijven en onderbouwen. Waarderende en voorspellende vragen vragen om een voorbehoud. Op de foto: een passagiersvliegtuig van Embraer, voorbeeld van hoogwaardige export. Veelgemaakte fout: een scenario noemen zonder redenering of voorwaarde. Image credit: Matti Blume / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Welke voorwaarde maakt kleinere welvaartsverschillen het meest kansrijk?
Stabiel beleid voor onderwijs en tegen armoede
Meer export van ruwe grondstoffen naar China
Meer ommuurde woonwijken in de grote steden
Een grotere informele sector in de steden
Goed: stabiel beleid (good governance) vergroot de kansen voor arme groepen en dus de sociale mobiliteit. Meer grondstofexport kan groei geven, maar komt vaak bij weinig mensen terecht. Verwachte fout: grondstofexport kiezen omdat groei automatisch lijkt te helpen.
Beredeneer een gevolg van meer hightech export voor zuidoost en noordoost.
Goed antwoord: hightech bedrijven vestigen zich vooral in het zuidoosten, waar al hoogopgeleiden, infrastructuur en toeleveranciers zijn. Daardoor groeit het zuidoosten sneller en kan het verschil met het noordoosten groter worden, tenzij de overheid investeert in onderwijs en infrastructuur in het noordoosten (voorbehoud). Verwachte fout: alleen zeggen dat 'Brazilië rijker wordt'.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Beelden in bronnen beoordelen
Lorenzcurve en Gini lezen
Deelgebieden vergelijken
Toekomstscenario onderbouwen
Deze slide heeft geen instructies
ONTWIKKELINGSLAND · BRAZILIË
Tips voor op het examen
Noem bij een bron altijd zender, doel en wat er ontbreekt.
Een hogere Gini betekent een ongelijkere verdeling, niet meer welvaart.
Houd verstedelijkingsgraad (hoeveel) en verstedelijkingstempo (hoe snel) uit elkaar.
Vergelijk je regio's: noem ze bij naam en gebruik de getallen uit de bron.
Bij een scenario: geef een voorbehoud, zoals 'als het beleid stabiel blijft'.
Deze slide heeft geen instructies