Fruit herkennen

20 soorten fruit herkennen

1 / 37
volgende
Slide 1: Slide
newEditorVerkooppraktijkSpeciaal OnderwijsLeerroute 1

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

20 soorten fruit herkennen

Deze les is beeldgestuurd: leerlingen bekijken telkens een afbeelding van fruit en benoemen wat zij denken dat het is.

Wat leer ik?

Verschillende soorten fruit herkennen en de juiste naam opschrijven.

Deze slide heeft geen instructies

Welke fruitnamen ken jij al?

Gebruik de inzendingen om voorkennis te activeren. Vraag eventueel welke vruchten leerlingen al eens hebben gegeten of gezien.

1

Deze slide heeft geen instructies

2

Toon een afbeelding van een peer.

3

Toon een afbeelding van een citroen.

4

Toon een afbeelding van een mandarijn.

5

Toon een afbeelding van een limoen.

6

Toon een afbeelding van een sinaasappel.

Welk fruit zag je als eerste?

Deze slide heeft geen instructies

Welke vrucht is klein en makkelijk te pellen?

A

citroen

B

mandarijn

C

limoen

D

peer

Controleert herkenning van de citrusvruchten uit het eerste blok. Afleiders zijn vruchten die qua vorm of categorie kunnen verwarren.

Fruitnamen invullen

In het eerste deel zag je een appel, een banaan en een sinaasappel. Daarna kwamen ook de citroen en limoen voorbij.

appel
banaan
sinaasappel
citroen
peer
mandarijn
druif
kiwi

Laat leerlingen de namen koppelen aan de beelden uit het eerste blok.

7

Deze slide heeft geen instructies

8

Toon een afbeelding van een meloen.

9

Deze slide heeft geen instructies

10

Deze slide heeft geen instructies

11

Toon een afbeelding van een ananas.

12

Toon een afbeelding van een kiwi.

13

Toon een afbeelding van een mango.

Welke vrucht was het grootst?

Deze slide heeft geen instructies

Welke vrucht heeft een stekelige schil?

A

ananas

B

mango

C

kiwi

D

meloen

Toetst onderscheid tussen tropische vruchten in het tweede blok.

Herken de vruchten

In het tweede deel zag je een aardbei en een tros druiven. Ook kwamen de watermeloen en de ananas in beeld.

aardbei
druiven
watermeloen
ananas
kers
peer
mango
citroen

Let op: 'druiven' past hier door de zin met 'een tros'.

14

Toon een afbeelding van een kers.

15

Toon een afbeelding van een bosbes.

16

Toon een afbeelding van een framboos.

17

Toon een afbeelding van een perzik.

18

Toon een afbeelding van een pruim.

Welke vrucht heeft veel rode pitjes?

Deze slide heeft geen instructies

Welke vrucht is klein, blauwpaars en rond?

A

framboos

B

kers

C

bosbes

D

pruim

Controleert of leerlingen kleine vruchten uit elkaar kunnen houden in het laatste blok.

Laatste fruitsoorten

In het laatste deel zag je een perzik, een pruim en een kers. Daarna volgden ook de granaatappel en bosbes.

perzik
pruim
kers
granaatappel
meloen
kiwi
aardbei
citroen

De lege plekken volgen de volgorde van de afbeeldingen uit het laatste blok.

Welke fruitnaam onthoud jij het best?

Bespreek welke fruitnaam de leerling het best heeft onthouden en waarom juist die is blijven hangen.

Welk fruit vond jij het moeilijkst?

Gebruik de woordwolk om te zien welke fruitsoorten extra herhaling nodig hebben.

Wat hielp jou om fruit te herkennen?


1

Ik keek naar de kleur en de vorm.

2

Ik keek naar de schil en het binnenste.

3

Ik had het fruit al eens gegeten.

4

Ik kreeg een tip van de leerkracht.

5

Een andere leerling hielp mij.

6

Ik vond het nog moeilijk om het fruit te herkennen.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe leuk vond je deze oefening?

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

appel - een ronde vrucht met schil en klokhuis

banaan - een lange gele vrucht met zachte binnenkant

peer - een zoete vrucht met een smalle bovenkant

sinaasappel - een ronde citrusvrucht met oranje schil

mandarijn - een kleine citrusvrucht die makkelijk pelt

citroen - een gele citrusvrucht met zure smaak

limoen - een groene citrusvrucht met frisse zure smaak

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

aardbei - een rode vrucht met pitjes aan de buitenkant

druif - een kleine ronde vrucht die in trossen groeit

watermeloen - een grote vrucht met veel sap en vaak zwarte pitten

meloen - een grote zoete vrucht met zachte binnenkant

ananas - een tropische vrucht met stekelige schil

kiwi - een kleine bruine vrucht met groen vruchtvlees

mango - een zoete tropische vrucht met grote pit

Deze slide heeft geen instructies

Woordenlijst

perzik - een zachte vrucht met fluweelachtige schil

pruim - een gladde vrucht met pit in het midden

kers - een kleine ronde vrucht met steel en pit

framboos - een zachte rode vrucht opgebouwd uit kleine bolletjes

bosbes - een kleine blauwe paarse vrucht

granaatappel - een ronde vrucht met veel rode pitjes binnenin

Deze slide heeft geen instructies