2. Meedoen: Hoe verander je iets?

Les 2: Hoe verander je iets? . . .

MEEDOEN!

Actief! Burgerschap

1 / 19
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBurgerschapskundeMaatschappijleer+1Middelbare schoolMBOhavo, vwoLeerjaar 3-6Studiejaar 1-3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Introductie

Tweede les uit de reeks Meedoen! van Actief! Burgerschap. Leerlingen leren zes manieren kennen om iets te veranderen in de samenleving: petitie, demonstratie, online campagne, boycot, lobby en naar de rechter. Op een kijkplaat ontdekken ze per middel een voordeel en een nadeel, en met de scholierenacties van LAKS tegen de 1040-urennorm (2007) zien ze hoe dat in het echt gaat. In het actiespel maken teams met tien actiepunten een actieplan voor een probleem van het rad, en een rad met gebeurtenissen laat zien of hun plan standhoudt. Een stelling over clicktivisme sluit de les af. De les bouwt voort op les 1 (Wat geef je, wat krijg je?), maar is ook los te geven. Lesduur: 50 minuten. Elke opdracht kan met en zonder devices. Sluit aan bij de SLO-conceptkerndoelen burgerschap (juli 2025), kerndoel 3, onderdeel maatschappelijke betrokkenheid (3B): maatschappelijke initiatieven en de middelen die zij inzetten om de samenleving te veranderen, en onderdeel democratische betrokkenheid (3A): inspraak en besluitvorming.

Instructies

Onderdelen in deze les

Les 2: Hoe verander je iets? . . .

MEEDOEN!

Actief! Burgerschap

Les 2 uit de reeks Meedoen! van Actief! Burgerschap. Lesduur: 50 minuten. Weinig tijd? Sla de meerkeuzevraag over het burgerinitiatief (slide 9), de stelling (slide 14) en de begrippenlijst (slide 17) over. Dan duurt de les ongeveer 41 minuten.

In les 1 ging het over wat je geeft aan de samenleving: rechten, plichten en vrijwillig meedoen. Deze les gaat over iets veranderen: welke middelen zijn er, en wat werkt? In les 3 maken de leerlingen een eigen plan.

Voorbereiden: lees de spelregels van het actiespel (slide 10 t/m 13). Leerlingen werken in teams van 3 of 4. Zonder devices: print per team het werkblad Actieplan uit de docentenhandleiding.

Hoe werkt het?

  • Dit weet je al

  • Dit leer je nu

  • Doen

  • Terugkijken

  • Kijken

  • Klik hier

  • Afbeelding vergroten

Leg kort uit wat de symbolen betekenen. Rechtsboven op elke slide zie je wat je gaat doen.

Na de les:

  • kun je zes manieren noemen om iets te veranderen in de samenleving.

  • kun je per manier een voordeel en een nadeel noemen.

  • kun je uitleggen waarom een combinatie van middelen vaak het beste werkt.

Lees de leerdoelen samen, 1 minuut.

Kerndoel 3, onderdeel maatschappelijke betrokkenheid (3B): onderzoeken van de rol en de impact van maatschappelijke initiatieven, bewegingen en organisaties en de middelen die zij inzetten om de samenleving te veranderen. Ook kerndoel 3A (democratische betrokkenheid): inspraak en besluitvorming.

1

Niets, het heeft toch geen zin

2

Klagen bij vrienden

3

Een petitie starten

4

Naar de leerlingen- of studentenraad

5

Er iets over posten online

Je school schaft de kluisjes af. Wat doe jij als eerste?

Opener, 3 minuten. De poll is anoniem. Er is geen goed of fout antwoord.

Bespreek kort de uitslag: wat kiezen de meeste leerlingen? Waarom kiest iemand "niets"? (Vaak omdat ze denken dat het toch geen zin heeft. Precies daar gaat deze les over.)

Zonder devices: lees de vijf antwoorden voor en laat leerlingen hun hand opsteken.

Deze vraag komt aan het eind van de les terug (slide 15). Onthoud de uitslag of maak een foto van het scherm.

Dit weet je al

LES 1

Je doet al mee. Met rechten, met plichten en met wat je vrijwillig doet voor een ander.

Maar wat doe je als je iets oneerlijk vindt?

En hoe zorg je dat er iets verandert?

Voorkennis activeren, 2 minuten. Vraag: wat weet je nog van les 1? Wat is een recht, wat is een plicht? (Een recht mag je gebruiken, een plicht moet je volgens de wet.) Wat kregen vrijwilligers ervoor terug?

Heeft de klas les 1 niet gehad? Vraag dan: wat zou jij willen veranderen op school, in je buurt of in de wereld? Schrijf een paar antwoorden op het bord. Die kun je straks in het actiespel gebruiken.

Zes manieren om iets te veranderen

PETITIE

DEMONSTRATIE

ONLINE CAMPAGNE

BOYCOT

LOBBY

NAAR DE RECHTER

?
?
?
?
?
?

Klik op een vraagteken: hoe werkt het?

Kijkplaat, 5 minuten. Klik de vraagtekens één voor één open en bespreek elk middel. Vraag bij elk middel: wat is het voordeel, wat is het nadeel? Met devices: klik op 'toon bij leerling', zodat leerlingen zelf klikken. Zonder devices: klik zelf en lees voor.

Petitie: het recht om een verzoek in te dienen bij de overheid staat in de Grondwet (artikel 5, petitierecht). Een petitie kan iedereen starten, en je biedt hem aan bij wie beslist. Een gewone petitie verplicht niemand tot iets. Over het burgerinitiatief, een speciale vorm, gaat slide 9. Voordeel: makkelijk en snel. Nadeel: een handtekening kost weinig moeite, dus maakt soms weinig indruk.

Demonstratie: het recht om te betogen staat in de Grondwet (artikel 9). Je meldt een demonstratie vooraf bij de gemeente. Voordeel: veel aandacht, je laat zien hoeveel mensen het ermee eens zijn. Nadeel: veel werk, en het kan uit de hand lopen.

Online campagne: een post, video of hashtag. Voordeel: snel veel mensen bereiken, ook buiten je eigen omgeving. Nadeel: de aandacht is ook snel weer weg, en je krijgt soms veel kritiek.

Boycot: je koopt iets niet meer, of je kiest bewust voor iets anders. Voordeel: een bedrijf merkt het direct. Nadeel: je hebt veel mensen nodig voordat het effect heeft.

Lobby: praten met wie beslist. Mail een Kamerlid of gemeenteraadslid, of spreek in bij de gemeenteraad. Dat mag iedereen. Op school of op het mbo kun je naar de leerlingenraad of studentenraad. Voordeel: je zit dicht bij de mensen die beslissen. Nadeel: het kan lang duren.

Naar de rechter: als de overheid of een bedrijf zich niet aan de wet houdt. Voorbeeld: in 2019 oordeelde de Hoge Raad in de zaak van Urgenda dat de Staat meer moest doen om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen. Voordeel: een uitspraak van de rechter moet worden uitgevoerd. Nadeel: het duurt lang en kost geld.

Verwachte misvatting: "Een petitie verandert nooit iets." Soms wel, vooral samen met andere middelen. Zie slide 8.

Organisaties die je kunnen helpen: LAKS (scholieren in het voortgezet onderwijs) en JOB (studenten in het mbo).

Voordeel en nadeel. Bij welk middel hoort het?

Petitie

Demonstratie

Online campagne

Boycot

Lobby

Naar de rechter

Duizenden mensen zien het meteen, maar na een week is het vergeten.

Het besluit is bindend, maar je bent jaren en veel geld verder.

Veel mensen zetten hun naam eronder, maar de beslisser hoeft er niets mee.

Je praat direct met wie het besluit neemt, maar het duurt vaak lang.

Je raakt iemand in zijn portemonnee, maar je hebt veel mensen nodig.

Iedereen ziet hoeveel mensen het ermee eens zijn, maar het kost veel werk.

Sleepvraag, 3 minuten. Leerlingen koppelen elk voor- en nadeel aan het goede middel. Zo oefenen ze de zes middelen van de kijkplaat en hun voor- en nadelen. Met devices: klik op 'toon bij leerling'. Zonder devices: lees de kaartjes voor en laat de klas het middel noemen.

Antwoorden: duizenden mensen zien het meteen maar het is snel vergeten, is een online campagne. Een bindend besluit na jaren en veel geld, is naar de rechter. Veel namen eronder maar de beslisser hoeft niets, is een petitie. Direct praten met wie beslist maar het duurt lang, is lobby. Iemand in zijn portemonnee raken met veel mensen, is een boycot. Laten zien hoeveel mensen het ermee eens zijn maar veel werk, is een demonstratie.

De kaartjes noemen het middel bewust niet. Leerlingen moeten het voordeel en het nadeel zelf koppelen.

Verwachte misvatting: leerlingen verwarren de online campagne met de petitie, omdat je een petitie ook online tekent. Het verschil: een petitie verzamelt steun voor één verzoek, een campagne probeert zoveel mogelijk mensen te bereiken en te overtuigen.

Bespreek: welk middel heeft volgens jullie het grootste voordeel? Er is geen middel zonder nadeel. Daarom combineer je ze, en dat ga je straks in het actiespel doen.

Scholieren in actie

2007

Scholieren moesten elk jaar 1040 uur op school zijn. Veel scholen vulden dat met ophokuren: uren op school zonder les.

De scholierenorganisatie LAKS kwam in actie. Een petitie kreeg meer dan 50.000 handtekeningen, en duizenden scholieren demonstreerden.

Welke middelen zie je? En werkte het?

Voorbeeld, 2 minuten. Een echt voorbeeld van scholieren die iets wilden veranderen.

Achtergrond: in 2007 hield de overheid vast aan 1040 lesuren per jaar. Scholen hadden niet genoeg docenten en lessen, en vulden de uren met zogenaamde ophokuren: leerlingen zaten op school zonder echte les. De scholierenorganisatie LAKS kwam in actie met een petitie (ruim 54.000 handtekeningen) en demonstraties in november 2007, onder andere op het Museumplein in Amsterdam.

Vraag: welke middelen zie je? (Een petitie, demonstraties, aandacht in de media, een organisatie die het regelde.) Werkte het? (Gedeeltelijk. Staatssecretaris Van Bijsterveldt gaf scholen wat meer ruimte, maar de regel bleef. Pas in 2015 kwam er een norm voor de hele opleiding in plaats van vaste uren per jaar. Verandering gaat vaak in stapjes.)

Verwachte misvatting: "Scholieren hebben toch niets te zeggen." Dat valt mee: LAKS praat nog steeds mee met het ministerie, en de acties zorgden wel voor beweging.

Een recenter voorbeeld, ook voor het mbo en hbo: in 2024 demonstreerden studenten in Utrecht en Den Haag tegen de geplande langstudeerboete. Met succes: eind 2024 schrapte de politiek de boete, na protesten en een akkoord tussen coalitie en oppositie over de onderwijsbegroting.

Goed om te weten: LAKS komt nog steeds op voor scholieren, bijvoorbeeld met een meldpunt voor klachten over de eindexamens. Voor mbo-studenten is er JOB.

Bronnen: DutchNews (november 2007, ruim 54.000 handtekeningen), Zembla (BNNVARA), LAKS, Hart van Nederland en DUIC (2024), NPO en HvanA over het schrappen van de langstudeerboete.

Met een burgerinitiatief moet de Tweede Kamer jouw onderwerp bespreken. Hoeveel handtekeningen heb je minstens nodig?

A

10.000

B

25.000

C

40.000

D

100.000

Meerkeuzevraag, 3 minuten. Het goede antwoord is C: 40.000. Dat heet een burgerinitiatief. Iedereen die mag stemmen, kan er een starten en tekenen.

Bespreek: is 40.000 veel of weinig? (Nederland heeft ruim 13 miljoen kiezers, dus het is maar een klein deel. Toch is het veel werk om zoveel mensen te laten tekenen.) Belangrijk: de Kamer moet het onderwerp dan bespreken, maar hoeft er niet mee in te stemmen.

Wie A of B kiest, onderschat hoeveel steun je nodig hebt. Wie D kiest, overschat het.

Zonder devices: leerlingen steken 1, 2, 3 of 4 vingers op.

Bron: Tweede Kamer, "Een burgerinitiatief starten" (tweedekamer.nl).

Het actiespel

  1. Jullie team krijgt een probleem.

  2. Je hebt 10 actiepunten.

  3. Kies je acties. Op is op.

  4. Het rad bepaalt wat er gebeurt.

  5. Je plan slaagt met minstens één aandacht-actie én één beslisser-actie.

WAT KOST HET?

AANDACHT

Petitie - 1 punt

Online campagne - 2 punten

Naar de krant - 2 punten

Boycot - 2 punten

Demonstratie - 3 punten

BESLISSER

Lobby - 2 punten

Naar de rechter - 5 punten

Uitleg actiespel, 3 minuten. Maak nu al teams van 3 of 4 leerlingen, zodat je bij de volgende slide meteen kunt draaien. Elk team krijgt op de volgende slide een probleem en heeft 10 actiepunten om acties te kopen. Op is op: je kunt niet alles doen, dus je moet kiezen.

Een beslisser is degene die over het probleem gaat: de directeur, de gemeente, een politicus, de sportclub. Met hem of haar praten heet lobby. Aandacht krijg je met een petitie, een online campagne, de krant of een demonstratie. Naar de rechter kost veel punten, omdat het lang duurt en geld kost.

Wanneer slaagt een plan? Als het minstens één aandacht-actie heeft (petitie, online campagne, krant, boycot of demonstratie) én één beslisser-actie (lobby of naar de rechter). Een boycot telt als aandacht, omdat het bedrijf en de media merken dat er iets aan de hand is. De rechter telt als beslisser, omdat de rechter een besluit kan nemen dat moet worden uitgevoerd. Zo komt leerdoel 3 terug: combineren werkt.

Verwachte misvatting: "Hoe meer acties, hoe beter." Nee: het gaat om de goede combinatie, niet om zoveel mogelijk.

Zonder devices: zet de prijslijst op het bord of laat het werkblad Actieplan zien.

Welk probleem krijgen jullie?

Draai aan het rad, één keer per team.

Is een probleem al gekozen? Draai dan opnieuw.

Heb je zelf een beter probleem? Overleg met je docent.

Problemen verdelen, 3 minuten. Draai één keer per team. Komt een probleem twee keer? Draai opnieuw, of laat twee teams hetzelfde probleem doen en vergelijk hun plannen.

De problemen: een telefoonverbod voor iedereen onder de 18 jaar (stel dat de regering dat wil invoeren: het team bedenkt hoe ze het tegenhouden of juist steunen, en in de klas geldt in het voortgezet onderwijs al sinds 2024 een landelijke afspraak), geen betaalbare studentenkamers, weinig hulp bij stress op school, de sportclub wordt veel duurder, zwerfafval na een festival, stagediscriminatie (een stage niet krijgen vanwege je naam of afkomst).

Een team mag ook een eigen probleem kiezen, bijvoorbeeld iets van het bord bij slide 5. Let op dat het een probleem is waar je echt iets aan kunt doen.

Verwachte misvatting: "Dit probleem kunnen wij toch niet oplossen." Je hoeft het niet in één keer op te lossen. Een eerste stap is ook iets.

Let op: stagediscriminatie kan dichtbij komen voor leerlingen die het zelf hebben meegemaakt. Het team kiest dan zelf of het dit probleem wil.

Zonder devices: schrijf de zes problemen op het bord en laat elk team een nummer gooien of kiezen.

Ons actieplan: welk probleem, welke acties en hoeveel punten?

Je hebt er 10.

Actieplan maken, 5 minuten. Elk team typt één antwoord: het probleem, de acties die ze kiezen en hoeveel punten elke actie kost. Samen hooguit 10 punten.

Loop rond en vraag: waarom kies je deze actie? Wie wil je ermee bereiken? Welke actie doen jullie eerst?

Goede plannen hebben vaak een combinatie: aandacht krijgen (petitie, online campagne, naar de krant) en dan praten met wie beslist. Wie alles in één demonstratie of een rechtszaak stopt, heeft weinig over als het tegenzit.

Verwachte misvatting: "Naar de rechter is het sterkst, dus dat doen we." Het kost de helft van je punten, het duurt lang, en je hebt een zaak nodig waarin iemand de wet overtreedt.

Zonder devices: elk team vult het werkblad Actieplan in.

Wat gebeurt er?

Het rad draait voor elk team.

Gaat het over een actie die jullie niet hebben? Draai opnieuw.

Meevaller: een gratis actie erbij.

Tegenvaller: schrap een actie.

Gebeurtenissen, 10 minuten. Draai het rad voor elk team. Gaat de gebeurtenis over een actie die het team niet heeft, zoals regen bij een demonstratie terwijl ze niet demonstreren? Draai dan opnieuw. Bij een meevaller krijgt het team een gratis actie naar keuze. "De beslisser wil praten" telt als een gratis lobby. "De beslisser heeft geen tijd" laat de lobby wegvallen: heeft het team nog een rechtszaak, dan slaagt het plan nog. Bij een tegenvaller valt de genoemde actie weg, of het team schrapt zelf een actie. Check daarna: heeft het plan nog minstens één aandacht-actie én één beslisser-actie? Dan slaagt het.

Laat daarna drie teams in één zin vertellen: wat is ons probleem, wat doen we eerst en waarom? Vraag de klas: welk plan heeft de meeste kans van slagen? Waarom?

Verwachte misvatting: "Pech is pech, daar kun je niets aan doen." Een goed plan houdt rekening met tegenvallers, bijvoorbeeld door meer dan één manier om aandacht te krijgen.

Bespreek tot slot: wat valt op? (Teams die verschillende middelen combineren, kunnen beter tegen een tegenvaller. Wie praat met de beslisser, heeft vaak meer effect dan wie alleen aandacht trekt. Verandering kost tijd.)

Zonder devices: het rad draait op het scherm. Werkt het scherm niet? Laat een team een dobbelsteen gooien: 1 tot en met 6 zijn de zes gebeurtenissen in de volgorde van het rad.

1

Ja, elke handtekening telt

2

Een beetje, maar je moet meer doen

3

Nee, dat is te makkelijk

Een petitie online tekenen kost tien seconden. Telt dat als meedoen?

Alleen klikken zonder meer te doen, heet clicktivisme.

Stelling, 3 minuten. De poll is anoniem. Bespreek daarna de uitslag.

Achtergrond: online iets tekenen of liken zonder verder iets te doen, heet ook wel clicktivisme. Argumenten voor: veel kleine steuntjes samen kunnen indruk maken, zoals bij een burgerinitiatief met 40.000 handtekeningen. Argumenten tegen: het kost geen moeite, dus beslissers nemen het minder serieus, en mensen denken dat ze klaar zijn terwijl er nog niets veranderd is.

Vraag door: wat is de volgende stap na een handtekening? (Delen, mensen overtuigen, naar een bijeenkomst gaan, de beslisser mailen.)

Verwachte misvatting: "Online iets doen telt nooit." Online kan wel helpen, als het een eerste stap is. Een burgerinitiatief kun je bijvoorbeeld ook digitaal steunen.

Zonder devices: leerlingen steken 1, 2 of 3 vingers op, eerst met de ogen dicht.

1

Niets, het heeft toch geen zin

2

Klagen bij vrienden

3

Een petitie starten

4

Naar de leerlingen- of studentenraad

5

Er iets over posten online

Nog een keer. Je school schaft de kluisjes af. Wat doe jij nu als eerste?

Terugkijken, 1 minuut. Dezelfde vraag als aan het begin van de les (slide 4). Vergelijk de uitslag: kiezen nu minder leerlingen voor "niets"? Kiezen meer leerlingen voor de leerlingen- of studentenraad, omdat die met de beslissers praat?

Er is geen goed of fout antwoord. Vraag een paar leerlingen waarom ze nu anders kiezen, of juist niet.

Zonder devices: lees de vijf antwoorden voor en laat leerlingen hun hand opsteken.

Noem uit je hoofd zoveel mogelijk manieren om iets te veranderen.

Wat wil jij veranderen, en welke twee combineer je?

Reflectie, 4 minuten. Met devices: leerlingen typen een antwoord, eventueel anoniem. Zonder devices: leerlingen schrijven het voor zichzelf op.

Verwachte antwoorden bij het eerste deel: petitie, demonstratie, online campagne, boycot, lobby, naar de rechter. Ook goed: naar de krant, de leerlingenraad of studentenraad, een burgerinitiatief. Wie er minder dan vier noemt, kijkt nog eens naar slide 6.

Dit antwoord kunnen de leerlingen in les 3 gebruiken, als ze een eigen plan maken. Bewaar de antwoorden of laat leerlingen hun antwoord opschrijven.

Verwachte misvatting: "In mijn eentje kan ik niets veranderen." Dat hoeft ook niet: zoek anderen, of ga via de leerlingenraad of studentenraad.

Let op: sommige leerlingen willen iets veranderen wat persoonlijk is. Laat antwoorden alleen voorlezen als de leerling dat wil.

Begrippenlijst

Petitie - een verzoek met handtekeningen aan de overheid of een organisatie.

Burgerinitiatief - met 40.000 handtekeningen moet de Tweede Kamer jouw onderwerp bespreken.

Demonstratie - met een groep de straat op om te laten zien wat je vindt.

Online campagne - posts, video's of een hashtag om online veel mensen te bereiken.

Boycot - bewust iets niet meer kopen of gebruiken om iets te veranderen.

Lobby - praten met wie beslist, om hem of haar te overtuigen.

Clicktivisme - online iets tekenen of liken, zonder verder iets te doen.

De begrippen uit deze les, 2 minuten. Laat leerlingen ze eventueel overnemen in hun schrift.

Naar de rechter staat bewust niet in de lijst: het is geen nieuw begrip, en de lijst heeft hooguit zeven begrippen.

VOLGENDE LES

Ons plan

Je weet nu hoe je iets verandert. Volgende les maak je een echt plan voor je school of buurt, en pitch je het aan de klas.

Vooruitblik op les 3, 1 minuut. Vraag de leerlingen om hun antwoord van slide 16 te bewaren: dat is een goed begin voor hun plan.

De link naar les 3 komt hier zodra die les klaar is.