Les 3: De invloed op je toekomst
ONLINE
IDENTITEIT
Actief! Burgerschap
ISK / NT2
Les 3: De invloed op je toekomst
ONLINE
IDENTITEIT
Actief! Burgerschap
ISK / NT2
Deze les is een ISK/NT2-versie van Actief! Online identiteit les 3. De taal is eenvoudig (ongeveer A2), er is een woordenlijst, de opdrachten staan in korte stappen en er zijn zinsstarters bij de open vragen.
Behandel de interactieve onderdelen met devices via www.lessonup.app. Geen devices? Doe de vragen klassikaal.
Hoe werkt het?
Dit weet je al
Dit leer je nu
Doen
Terugkijken
Kijken
Klik hier
Afbeelding vergroten
Deze slide heeft geen instructies
Ja, dat doe ik
Nee, dat doe ik niet
Kijk jij wel eens naar oude posts van klasgenoten?
Deze vraag is anoniem.
Nooit
Bijna nooit
Soms
Vaak
Altijd
Denk jij aan later als je iets post?
Deze vraag is anoniem. In het origineel: hoeveel laat jij je posts beïnvloeden door wat anderen er in de toekomst over kunnen denken?
Ja
Nee
Haal jij wel eens oude posts weg?
Deze vraag is anoniem. Vraag door, waarom wel of niet?
Na de les:
Je weet dat posts lang online blijven.
Je weet dat een werkgever naar jouw sociale media kan kijken.
Je zoekt wat er online over jou te vinden is.
Je weet hoe je je sociale media beter maakt.
Aan het eind van de les kunnen de leerlingen vertellen welke invloed hun posts op hun toekomst kunnen hebben. Ook kunnen ze hun eigen sociale media bekijken en verbeteren.
Belangrijke woorden
de werkgever = de baas van een bedrijf
de stage = je werkt bij een bedrijf om het werk te leren
aannemen = iemand een baan of een stageplek geven
de eerste indruk = wat je denkt als je iemand voor het eerst ziet
googelen = iets zoeken op internet met Google
verwijderen = weghalen
Lees de woorden samen hardop. Laat leerlingen elk woord herhalen.
Vraag: hoe zeg je dit woord in jouw taal? Leerlingen mogen de vertaling in hun woordenschrift zetten.
Video, ongeveer 2 minuten: 'Amazing mind reader reveals his gift' (https://youtu.be/F7pYHN9iC9I).
Een 'gedachtenlezer' weet allerlei persoonlijke dingen over mensen. Aan het eind blijkt dat hij alles gewoon online heeft gevonden.
Tip voor ISK: bekijk de video eerst zelf. Stop na een paar scènes en vertel in eenvoudige woorden wat er gebeurt. Laat de leerlingen raden: hoe weet hij dit allemaal?
Hoe wist de man dit allemaal?
Zo begin je: Hij wist het, doordat … / Hij heeft gezocht op …
Antwoord: de man heeft alles op internet gevonden, bijvoorbeeld op sociale media. De mensen hadden het zelf online gezet. Vraag: wat kan iemand online over jou vinden?
Bijna niemand (0-20%)
Een paar (20-40%)
De helft (40-60%)
Veel (60-80%)
Bijna allemaal (80-100%)
Je gaat later werken of stage lopen.
Hoeveel werkgevers kijken naar je sociale media?
Laat de leerlingen schatten hoeveel werkgevers naar sociale media kijken voordat ze iemand aannemen.
Het juiste antwoord: meer dan 70 procent. Meer dan de helft (54 procent) zegt dat ze iemand soms niet aannemen door wat ze daar zien. Die ene post of foto kan dus belangrijk zijn voor later.
Bron: CareerBuilder, 2018 (https://press.careerbuilder.com/2018-08-09-More-Than-Half-of-Employers-Have-Found-Content-on-Social-Media-That-Caused-Them-NOT-to-Hire-a-Candidate-According-to-Recent-CareerBuilder-Survey).
Werkgevers kijken mee
Meer dan 7 van de 10 werkgevers kijken naar je sociale media.
Meer dan de helft nam iemand niet aan door iets op sociale media.
Bijna 4 van de 10 mensen denkt: mijn posts zijn niet goed als ik een baan zoek.
Meer dan een derde (37 procent) van de kandidaten geeft toe dat hun kansen op een baan slechter worden als een werkgever hun posts ziet. Uit hetzelfde onderzoek blijkt dat 84 procent minstens één oude post zou willen verwijderen.
Vraag: welke posts wil jij liever niet aan een werkgever laten zien?
In 30 seconden
In 30 seconden heb je een eerste indruk van iemand.
Je denkt meteen: hij is aardig. Of: zij is lui.
Die eerste indruk is moeilijk te veranderen.
In 30 seconden vorm je een volledige eerste indruk van iemand.
Achtergrond: door het primacy-effect blijven de eerste dingen die je over iemand hoort het langst hangen. En door de negativity bias geven we meer gewicht aan iets negatiefs dan aan iets positiefs. Daarom is een eerste indruk moeilijk te veranderen.
Persoon 1
Persoon 2
Persoon 3
Persoon 4
Jij hebt een restaurant. Je zoekt een stagiair. Kijk naar de profielfoto's.
Wie kies jij?
1
2
3
4
Vertel: jij hebt een restaurant in Utrecht. Je zoekt iemand voor een stage. Je ziet alleen de profielfoto's van de kandidaten. Wie neem je aan?
Vraag door op de volgende slide: waarom? Wijs erop dat je op basis van één foto niets weet over hoe goed iemand werkt. Let op vooroordelen, bijvoorbeeld over kleding, een hoofddoek of huidskleur.
Waarom koos jij deze persoon?
Zo begin je: Ik koos persoon … , want …
Op basis waarvan kozen de leerlingen? Wat zegt een profielfoto wel en niet over iemand?
Bespreek ook: werd iemand niet gekozen door hoe hij of zij eruitziet? Dat kan oneerlijk zijn. In Nederland mag een werkgever niet discrimineren (Grondwet artikel 1).
Google jezelf!
Google jezelf (slide 15 tot en met 18). Leerlingen zoeken wat er online over henzelf te vinden is en welke indruk dat achterlaat bij anderen, bijvoorbeeld later bij een werkgever.
Let op voor ISK: sommige leerlingen hebben weinig online, of willen om hun veiligheid niet dat anderen hun naam en zoekresultaten zien. Laat leerlingen dit voor zichzelf doen op hun eigen device. Wie dat niet wil, zoekt een bekend persoon op, bijvoorbeeld een voetballer of zanger.
Doen: zoek jezelf
Ga naar www.google.nl.
Typ je eigen naam.
Kijk: wat vind je over jezelf? Zie je rare dingen?
Zie je foto's die je niet zelf hebt gepost?
Wil je ze weg? Vraag hulp.
Leerlingen zoeken hun eigen naam op Google. Zie je vreemde dingen van of over jezelf? Waar komen ze vandaan? Staan er foto's van jou die je niet zelf hebt geplaatst? Wil je ze weg, vraag dan de persoon die de foto heeft gepost om hem te verwijderen. Help leerlingen hierbij.
Tip: zoek ook op je gebruikersnaam van sociale media.
Wat viel jou op toen je jezelf zocht?
Zo begin je: Ik zag … / Ik vond niets over … / Ik schrok van …
Deze vraag is anoniem. Wat is de leerlingen het meest bijgebleven uit de zoektocht naar zichzelf?
Doen: zoek een klasgenoot
Werk met z'n tweeën.
Zoek je klasgenoot op Google. Je klasgenoot zoekt jou.
Wat vind je? Zie je rare dingen?
Vertel het aan je klasgenoot. Wees aardig.
Let op: wat je klasgenoot vindt, kan een werkgever ook vinden!
Leerlingen googelen elkaar. Wat vind je van of over de ander? Zie je vreemde dingen? Wat je klasgenoot kan vinden, kunnen anderen ook vinden: dus ook een toekomstige stagebegeleider of werkgever.
Spreek af dat leerlingen respectvol met elkaars informatie omgaan en niets doorvertellen. Doe deze opdracht alleen als de sfeer in de klas veilig is, en alleen met leerlingen die dat willen.
Ja
Nee
Geef jij je klasgenoot een tip over zijn of haar posts?
Deze vraag is anoniem. Welke tips zouden leerlingen geven? Laat ze vertellen zonder namen te noemen.
Tips voor later
Zet je account op privé.
Verwijder oude posts die je niet meer goed vindt.
Denk na voordat je post.
Laat zien waar je goed in bent: je hobby, je sport, je werk.
Deze tips helpen leerlingen om hun eigen sociale media te verbeteren. Vraag welke tip ze vandaag of deze week gaan uitproberen. Verwijs terug naar de drie vragen uit les 1, denk na voordat je post.
Wat denk jij nu over je posts?
Zo begin je: Eerst dacht ik … Nu denk ik …
Dit is de laatste les van het thema Online identiteit. Stel de vraag over deze les of over het hele thema. Wat dachten leerlingen eerst over de invloed van hun posts? Hoe denken ze er nu over?
Deze slide heeft geen instructies