Marketing lesweek 3: les 2

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
MarketingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je benoemt de functies van verpakkingen. 
  • Je legt uit waarom het plaatsbeleid van een onderneming niet alleen met de fysieke plaats te maken heeft. 
  • Je beschrijft het begrip bedrijfskolom. 
  • Je maakt zelf een bedrijfskolom.   

Slide 2 - Tekstslide

Functies verpakkingen

Slide 3 - Tekstslide

Verpakking

Slide 4 - Tekstslide

Noem 3 verpakkingsfuncties

Slide 5 - Open vraag

Een bierproducent verkoopt zijn bier in kratjes van 12 flesjes à 30 cl.

Wat is de belangrijkste functie van zo’n bierkratje?
A
Bescherming bieden
B
Emotional appeal versterken
C
Herkenning bevorderen
D
Imago ondersteunen

Slide 6 - Quizvraag

Bescherming bieden

Slide 7 - Tekstslide

Een fabrikant heeft op de verpakking van een pak luiers een lachende baby afgebeeld.

Van welke functie van de verpakking is hier sprake?
A
Emotional appeal
B
Image building
C
Labelling

Slide 8 - Quizvraag

Emotional appeal
De verpakking is een prachtig promotiemiddel dat door kleur, vorm, formaat, functie en de inzet van reclameteksten de aandacht op zich kan vestigen en emoties bij de consument kan oproepen. Deze functie noemen we het emotional appeal.

Slide 9 - Tekstslide

Waar staat dit etiket voor?
A
Paraplu
B
Droog houden
C
Waterbestendig
D
Geen idee

Slide 10 - Quizvraag

Waar staat dit etiket voor?
A
Glas
B
Wijn
C
Breekbaar
D
Niet drinken

Slide 11 - Quizvraag

Waar staat dit etiket voor?
A
Deze zijde boven
B
Rechtop houden
C
Rechtdoor
D
Voorzichtig

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Video

Plaats
  • 4 p's 
  • directe of indirecte 
  • consument of groothandel/detailhandel
  • bij distributiebeleid denken we aan:
  1. productielocaties
  2. opslag
  3. transport & logistiek
  4. verkooplocaties

Slide 14 - Tekstslide

Plaatsbeleid
Heeft dus niet alleen te maken met de plek waar het product verkocht wordt, maar ook waar het product gemaakt wordt. 

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

directe distributie
  • fabrikant -> consument 
  • voordelen:
  1. lage distributiekosten, prijs dus lager
  2. meer controle over product
  3. meer contact met klant

Slide 18 - Tekstslide

indirecte distributie
  • product naar consument met tussenschakels
  • bv, via groothandel: fabrikant levert in grote hoeveelheden, verkoop aan detailhandel
  • detailhandel: verkoopplaatsen aan consument
  • nadeel:
  • meer distributiekosten
  • voordeel:
  •  handiger als een bedrijf net begint

Slide 19 - Tekstslide

Distributiebeleid
De route die het product aflegt van fabrikant tot eindgebruiker. Alle schakels die gepasseerd worden noemen we de bedrijfskolom

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Video

Voorbeeld: BOL.com
Distributie:
Producten van anderen
Locatie:
Webshop

Slide 22 - Tekstslide

Voorbeeld: IKEA
Distributie:
Eigen winkels + producten
Locatie:
Beide

Slide 23 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen directe en indirecte distributie?
A
Indirect heeft meer tussenschakels.
B
Direct heeft geen tussenschakels, maar indirect wel.
C
Indirect heeft geen tussenschakels, maar direct wel.
D
Bij direct is het aanbod kleiner dan bij indirect.

Slide 24 - Quizvraag

Online winkel
Fysieke winkel
Beide
Albert Heijn
Wehkamp
Shell
Coolblue
Tubantia

Slide 25 - Sleepvraag

Directe distributie
Indirecte distributie
Albert Heijn
Wehkamp
Shell
Coolblue
Tubantia

Slide 26 - Sleepvraag

Wat zijn voordelen van directe distributie?
A
onafhankelijk advies
B
meer contact met klant
C
meer controle over product
D
lage vaste kosten

Slide 27 - Quizvraag

Welke winkel maakt gebruik van directe distributie (meerdere antwoorden goed)
A
bol.com
B
Jumbo
C
Ikea
D
Hema

Slide 28 - Quizvraag

1
2
3
4
5
Zet voor het product chips de volgende schakels op de juiste plek in de bedrijfskolom
Chipsfabriek
Aardappelgroothandel
Aardappelboer
Detailhandel
Distributiecentrum

Slide 29 - Sleepvraag

Opdrachten
Opdrachten uit het boek 4.11 t/m 4.15

Slide 30 - Tekstslide