02 VWO5 Zin in zin hoofdstuk 3 les 4




Ethiek en moraal

1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
GodsdienstMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les




Ethiek en moraal

Slide 1 - Tekstslide

Huiswerk deze week
  • 2e opzet van het Essay tonen in de klas (kijk goed naar de aanwijzingen in de Essay opdracht
  • uitreiken en bespreken planning voor de presentaties!

  • Nogmaals Lezen pagina's 43 t/m 46 (H3) (dus géén extra huiswerk i.v.m. het Essay)
  • Nogmaals Maken: opdrachten 10 & 21 hoofdstuk 3























Slide 2 - Tekstslide

Huiswerk volgende week
- Lezen pagina's 47 t/m 50 (H3)
- Maken: opdrachten 22 t/m 30 hoofdstuk 3





Slide 3 - Tekstslide

En wie zijn jullie?
Informatie
Roosterwijzigingen, agenda, en lesvrij
Mails over deze verzoeken zal ik niet beantwoorden!!!

Slide 4 - Tekstslide

Vorige week
Stem met je medeleerling af welk onderwerp jij hebt gekozen en hoe jullie samen gaan werken aan de presentatie...

Slide 5 - Tekstslide

Planning presentaties VWO5 
In je Essay opdracht vind je de planning voor de presentaties

Slide 6 - Tekstslide

Indeling van de ethiek

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Beginselethiek
  •  Ander woord beginsel--> recht of principe
  • Bij een ethisch probleem moet gekeken worden naar één of meerdere beginselen (rechten, principes)
Voorbeelden beginselethiek
recht op privacy
recht op gelijkwaardigheid
recht op leven
recht op eerbied van het leven 
recht op de waardigheid van de mens
etc.

Slide 9 - Tekstslide

Gevolgen Ethiek
Het gaat niet om het handelen zelf maar om het gevolg --> handeling mag dus goed of fout zijn --> zolang het gevolg positief is 

Twee grote stromingen zijn:
  • Hedonisme 
  • Eudemonisme 
  • Utilisme 

Slide 10 - Tekstslide

Drie ethische theorieën
Het utilisme
De plichtethiek
De deugdenethiek

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Video

Utilisme
Een handeling is moreel juist als als ze bijdraagt aan het vergroten van het geluk van zoveel mogelijk mensen.
Het gaat dus om het gevolg van de handeling.

Slide 13 - Tekstslide

Plicht ethiek
Hier gaat het om je innelijke plicht om iets goeds te doen.
bv je geweten verplicht je om iets te doen.
Bij twijfel: vraag je af of jouw manier van handelen een algemen wet zou moeten worden.
Het gaat hier niet om de gevolgen van de handeling , maar om de poging/handeling zelf.
je handelt als een autonoom mens

Slide 14 - Tekstslide

De deugdenethiek is de oudste vorm van ethiek.
  • Deze ethiek vertelt je hoe je als mens moet zijn.
  • Als je een goed mens bent bezit je deugden (kwaliteiten) en een goed mens doet automatisch het goede.

Slide 15 - Tekstslide




Hedonisme





Epicurus 341-270 v.Chr



uitleg

Slide 16 - Tekstslide

Volgens Epicurus, de uitvinder van hedonisme, is genot dus juist het zoeken van een midden tussen wat goed voelt en fout.


Slide 17 - Tekstslide

Wat betekent (denk je) het woord "utilisme"?
A
zingeving
B
doel
C
moreel handelen
D
nuttig

Slide 18 - Quizvraag

Kant
J.S. Mill
Epicurus
Je houden aan je eigen wetten en regels.
Vrijheid van meningsuiting.
Het belang van vriendschap.
Autononie van de mens.
Het belang van het individu.
De hedonistische calculus.

Slide 19 - Sleepvraag

Prescriptieve ethiek is beschrijvende ethiek.
Er is geen universeel moraal mogelijk zonder God.
Wijsgerige ethiek neemt de mens als uitgangspunt.
Jeremy Bentham was de grondlegger van het Hedonisme.
Het utilisme wordt ook wel  gevolgenethiek genoemd.

Slide 20 - Sleepvraag

F
H
B
S
A
A
D
T
N
M
P
K
L
V
W
E
K
I
H
E
T
S
T
S
G
K
Intrinsieke waarden zijn waarden die op zichzelf belangrijk zijn. (D,8)
Persoonlijk moraal zijn de normen en waarden van een groep of persoon. (A,5)
Bij ethiek bedrijven doe je geen uitspraken met zekerheid, argumentatie is belangrijk .(C,4)
Universele geldigheid van normen en waarden bestaat. (A,8)
Christelijke ethiek is hetzelfde als wijsgerige ethiek. (G,1)
Christelijke ethiek heeft God als uitgangspunt. (F,7)
Er zijn veel verschillende ethische stromingen. (H,4)
Geld is een voorbeeld van een intrinsieke waarde. (G,3)
Gewetensbezwaar betekent dat je bezwaar maakt tegen je eigen geweten. (B,2)
Het gemeenschappelijk moraal komt tot uiting in de grondwet. (D,5)
Wijsgerige ethiek heeft God als uitgangspunt. (E,4)
Prescriptieve ethiek is he zelfde als beschrijvende ethiek. (G,6)

Slide 21 - Sleepvraag


Het Utilisme noem je ook wel                                     . De grondlegger heet                              .


Het gaat om het geluk van de                                  .                                                                                          
                                          
                                       heeft deze ethiek verder uitgebreid.  

Hij was een groot voorstander van                                                          .

Een                          is  een gedragsregel en een waarde is een                             .


Het                                              zijn de normen en waarden van een   persoon of groep.


Beschrijvende ethiek noem je ook wel                                 ethiek.

De christelijke ethiek vindt zijn basis altijd  in  de eeuwige                          .

Een                              moraal is niet mogelijk zonder God.
gevolgenethiek
meerderheid
Bentham
John Stuart Mill
vrijheid van meningsuiting
norm
ideaal
persoonlijk moraal
descriptieve
God
universeel

Slide 22 - Sleepvraag

(post)
Modern Hedonisme

Slide 23 - Tekstslide

Welk begrip hoort niet bij utilisme
A
meerderheid
B
geluk / genot
C
eigenbelang
D
Bentham

Slide 24 - Quizvraag

Plichtethiek
Utilisme
Levinas
Kant
Bentham

Slide 25 - Sleepvraag

Kant
Utilisme
Waarde van de enkeling
Nut voor zoveel mogelijk mensen
Betham
Doelethiek
plichtethiek
Rawl
Geluk
Moreel juist handelen

Slide 26 - Sleepvraag

Kant's idee van vrijheid hield in dat je ...
A
... kunt doen wat je wilt
B
... je plicht moet vervullen

Slide 27 - Quizvraag

Bij Kant gaat het vooral om:
A
verantwoordelijkheid
B
vrijheid
C
god
D
mensen

Slide 28 - Quizvraag

Kant. Welk begrip is niet van toepassing
A
Plicht
B
Immanuel
C
Verlichtingsfilosoof
D
Deugdethiek

Slide 29 - Quizvraag

Kan volgens het utilisme een 'leugentje om bestwil' toegestaan zijn?
A
Ja, zolang je door te liegen het totale nut in de wereld vergroot.
B
Nee, liegen is altijd verkeerd ook al is je motief juist.

Slide 30 - Quizvraag