Hoofdstuk 2 Chemische bindingen LES 3 Metaalbinding

Chemische bindingen

Dinsdag 15 oktober 2024

VWO-4 Scheikunde Hoofdstuk 2 Les 3 Metaalbinding (pagina 88 in je boek)

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorScheikundeMiddelbare schoolWOvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Chemische bindingen

Dinsdag 15 oktober 2024

VWO-4 Scheikunde Hoofdstuk 2 Les 3 Metaalbinding (pagina 88 in je boek)

Leerdoelen

  • Je kunt de gemeenschappelijke stofeigenschappen van een metaal opnoemen.


  • Je kunt het verschil tussen een metaal en legering beschrijven.


  • Je verklaart de vorming van de metaalbinding en licht de sterkte van deze binding toe.


  • Je kunt de gemeenschappelijke stofeigenschappen van een metaal & legering en kunt deze in verband brengen met de microstructuur.


2

Macro- & microniveau

3

  • Macroniveau: Waarneembaar (met blote oog), meetbare eigenschappen

Bijvoorbeeld: kleur, hardheid, geleidbaarheid, smelt- en kookpunt.


  • Microniveau: Beschrijving op deeltjesniveau

Bijvoorbeeld: moleculen, ionen, elektronen, bindingen.

4

5

6

Metalen op macroniveau

  • Gemeenschappelijke stofeigenschappen van metalen:

    • Ze geleiden elektriciteit

    • Ze geleiden warmte

    • Ze hebben een glanzend oppervlak als ze gepolijst zijn

    • Ze hebben vaak een hoog smeltpunt, waardoor ze bij kamertemperatuur vast zijn

    • Ze zijn vervormbaar

Metalen op microniveau

  • De algemene eigenschappen van metalen op macroniveau kunnen worden verklaard middels de structuur op microniveau!


  • Metaalrooster (kristalrooster): Regelmatige rangschikking van metaalatomen in de vaste fase.


7

8

  • Ontstaan van positieve geladen atoomresten en vrij bewegende negatieve elektronen (op basis van oktetregel-> stabielere edelgasconfiguratie)


  • Metaalbinding: Binding tussen positieve atoomresten en vrij bewegende negatieve elektronen (METAALBINDING IS STERK -> HOOG SMELTPUNT!!!)


Elektrisch geleidingsvermogen

9

  • Metalen hebben goede elektrisch geleidingsvermogen.

  • Dit wordt verklaart door vrij bewegende elektronen in het metaal.

  • Wanneer een stuk metaal in een stroomkring wordt opgenomen, zullen negatief geladen elektronen naar de positieve pool bewegen en zo de stroom geleiden.

  • Warmtegeleiding (roeren met ijzeren lepel vs houten lepel tijdens het koken)




Vervormbaarheid

10

  • Vervormbaarheid: Mate waarin een materiaal vervormt ten gevolge van een uitgeoefende kracht.

  • Wanneer er druk wordt uitgeoefend op een metaal (macroniveau), verplaatsen er een rij positieve metaalionen (microniveau). Dus er verandert aan het metaalrooster feitelijk niets.




Hardheid

11

  • De meeste metalen hebben een grote hardheid. Hardheid: metalen kunnen een grote kracht weerstaan zonder te vervormen.

  • Te hoge hardheid => materiaal is niet meer vervormbaar maar bros!

  • Hardheid kan vergroot worden door bijvoorbeeld koolstof toe te voegen.

    • ijzer + koolstof -> gietijzer


Legering

12

  • Metalen kun je mengen met andere metalen

=> LEGERING = mengsel van metalen

  • Soldeer = tin + lood

    • Witgoud = goud + palladium

    • Messing = koper + zink

    • STERKSTE LEGERING (wordt gebruikt in ruimtevaartuigen) is chroom + kobalt en nikkel


Reactiviteit

13

  • Corrosie = Aantasting van een metaal door zuurstof en water


  • Edelheid = Ongevoeligheid van een metaal voor corrosie


  • Maak de opgaven 1, 2, 3, 6 en 8 op pagina 93, 94 en 95 in je boek

14