Les 1: Rekenvaardigheden

Les 1: Rekenvaardigheden
Je hebt nodig:
Pen en papier,
Rekenmachine
Laptop
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundePraktijkonderwijsLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Les 1: Rekenvaardigheden
Je hebt nodig:
Pen en papier,
Rekenmachine
Laptop

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Je kan rekenen met een verhoudingstabel.

Je kent het verschil tussen een eenheid en grootheid.

Je kan omgaan met wetenschappelijke notatie

Slide 2 - Tekstslide

Voorbeeld: (Schrijf mee met mij)
Leroy heeft een scooter. Hij moet tanken als hij 180 kilometer heeft gereden. Hij tankt dan 4,5 liter benzine. Hoeveel benzine heeft Leroy nodig om naar Parijs te rijden? De afstand is 600 kilometer.

Slide 3 - Tekstslide

De auto van Ibrahims vader rijdt 800 kilometer op een volle tank benzine. Er kan 65 liter benzine in de tank. De auto rijdt jaarlijks 20 000 km. Ibrahim wil weten hoeveel liter benzine de auto per jaar gebruikt.

Slide 4 - Tekstslide

Op een zak met 25 kilogram pleistergips staat dat je het moet mengen met 16 liter water. Voor 7 kilogram gips heb je ..... L water nodig.

Vul het ontbrekende getal in! Gebruik een verhoudingstabel.
timer
2:00

Slide 5 - Open vraag

Grootheid en eenheid
Grootheid is iets algemeens dat je kan meten:
Bijvoorbeeld geld of afstand.

Voor geld bestaan de eenheden 'Euro,' 'cent,' 'dollar,' 'robux...'
Het blijft allemaal geld.

Afstand
 kan bijvoorbeeld in meter, kilometer, Engelse Mijl...

Slide 6 - Tekstslide

In BINAS tabel 6 staan een boel grootheden en eenheden.

Die hoef je dus niet uit je hoofd te leren, maar het is wel handig om ze een beetje te kennen.

Slide 7 - Tekstslide

Grootheden:                                     Eenheden:
kilogram
afstand
seconde
tijd
Massa
kilometer
millimeter
Jaar

Slide 8 - Sleepvraag

Wetenschappelijke notatie
Soms moet je een heel groot getal opschrijven.
Bijvoorbeeld 150.000.000 km.

Het is jammer als je dan een nul vergeet. (Kost een punt!)
Er is een manier die beter is:

Slide 9 - Tekstslide

150.000.000 is hetzelfde als 1,5 x 100.000.000.

100.000.000 is een 1 met 8 nullen. Je kan het schrijven als 108

Dus 150.000.000 is hetzelfde als 1,5 x 108

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Opdrachten voor deze week
LearnBeat Hoofdstuk 1.1 --> A t/m F
Minimaal 60% goed!

Komende les kan je hier ook nog aan werken.
Volgende week moet het voor de les af!

Slide 12 - Tekstslide

Zelfstandig op LearnBeat bezig
Twee rondes van 10 minuten; Rustig voor jezelf.
Tussendoor 5 minuutjes ontspannen.
H 1.1: Onderdeel A t/m F
timer
10:00

Slide 13 - Tekstslide