SO1 - Rode vlekken in het gezicht

SO1 - Rode vlekken in het gezicht
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeneeskundeWOStudiejaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

SO1 - Rode vlekken in het gezicht

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inhoud
  • Wat houdt een auto-immuunziekte in?
  • Centrale en perifere tolerantie
  • SLE

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat houdt een auto-immuunziekte in?

  • het immuunsysteem reageert op je eigen antigenen
  • specifieke cellen, gehele lichaamelijke systeem

  • Twee mechanismen ter voorkoming
  • Centrale tolerantie
  • Perifere tolerantie

Slide 3 - Tekstslide

het valt je eigen lichaam aan
Centrale tolerantie
  • lymfocyten die tijdens de ontwikkeling                                                         aan eigen cellen binden in                                                                              apoptose gaan
  • Dit heet deletie of negatieve selectie.

  • In de thymus --> AIRE SYSTEEM
  • In het beenmerg --> apoptose / tweede modificatie

  • Niet waterdicht --> tweede mechanise

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Perifere tolerantie
  • Ontsnapte T- & B-cellen 



  • Anargie (functionele inactivatie)
  • costimulatoire signalen
  • Suppressie door regulerende T-cellen (TREGs)
  • cytokines --> suppresie costimulatoire moleculen op de APC.
  • Activatie-geïnduceerde celdood
  • Fas receptor (death receptor)

Slide 5 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
Tolerantie mechanismen (Figuur 5-19 uit Robbins Basic Pathology 10th ED, Kumar et al, 2023)

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is SLE?
  • Systemische lupus erythematosus --> systemische immuunziekte 
  • Heterogeen klinisch beeld
  • Prevalentie: 400/100,000
  • vrouwen>mannen

  • Diagnose
  • Klachten
  • Criteria
  • Behandeling
  • Lange termijn klachten

Slide 7 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
SLE - Diagnose - klachten
  • Butterfly rash (typisch voor SLE)
  • Anemie
  • Vergrote lymfeknopen
  • Pleuritis, pericarditis
  • Glomerulonefritis
  • Artritis

  • niet iedereen heeft dezelfde symptomen





Slide 8 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
Wat is het kenmerkende symptoom van (primair) Sjögren syndroom?
A
gewrichtsafwijkingen
B
lymfklierzwellingen
C
spierzwakte
D
droge mond en ogen

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

SLE - Diagnose - Criteria
  • 1. Vlindervormig exantheem
  • 2. Discoïde huidafwijking
  • 3. Zonlichtintolerantie
  • 4. Orale / nasale ulcera
  • 5. Artritis ( ≥ 2 gewrichten)
  • 6. Serositis (pericarditis, pleuritis)
  • 7. Nierlijden (oa proteïnurie)
  • 8. Neurologische symptomen
  • 9. Hematologische afwijkingen (o.a. hemolytische anemie)
  • 10. Immunologische afwijkingen (serologie)
  • 11. Anti-nucleaire antistoffen





Slide 10 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct

  • Hematologische afwijkingen, = bloedaandoeningen waarbij rode bloedcellen onjuist worden afgebroken, wat leidt tot bloedarmoede
Hoeveel Criteria moet een patiënt minstens hebben voor de diagnose SLE?
A
3
B
4
C
5
D
6

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Diagnose - Criteria
  • 1. Vlindervormig exantheem
  • 2. Discoïde huidafwijking
  • 3. Zonlichtintolerantie
  • 4. Orale / nasale ulcera
  • 5. Artritis ( ≥ 2 gewrichten)
  • 6. Serositis (pericarditis, pleuritis)
  • 7. Nierlijden (oa proteïnurie)
  • 8. Neurologische symptomen
  • 9. Hematologische afwijkingen (o.a. hemolytische anemie)
  • 10. Immunologische afwijkingen (serologie)
  • 11. Anti-nucleaire antistoffen





Slide 12 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
Serologie

  • bestudeert de interactie tussen antigenen en antistoffen in het bloed 
  • diagnostiek van infecties, immunologische reacties en Auto-immuunziektes

  • Bij SLE
  • ANA’s (antinucleaire antilichamen): vrijwel altijd aanwezig, maar niet specifiek.
  • Anti-dsDNA: 40–60%, geassocieerd met nefritis → relatief specifiek voor SLE
  • Anti-Sm (Smith-antigeen): 20–30%, vrijwel diagnostisch voor SLE
  • Anti-Ro/La: overlappend met Sjögren, kan ook bij neonatale lupus
  • Antifosfolipide-antilichamen: in 30–40%, veroorzaken trombose, miskramen en vals-positieve syfilisserologie

Slide 13 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
  • anti-dubbelstrengs DNA antistoffen
Serologie

  • bestudeert de interactie tussen antigenen en antistoffen in het bloed 
  • diagnostiek van infecties, immunologische reacties en Auto-immuunziektes

  • Bij SLE
  • ANA’s (antinucleaire antilichamen): vrijwel altijd aanwezig, maar niet specifiek.
  • Anti-dsDNA: 40–60%, geassocieerd met nefritis → relatief specifiek voor SLE
  • Anti-Sm (Smith-antigeen): 20–30%, vrijwel diagnostisch voor SLE
  • Anti-Ro/La: overlappend met Sjögren, kan ook bij neonatale lupus
  • Antifosfolipide-antilichamen: in 30–40%, veroorzaken trombose, miskramen en vals-positieve syfilisserologie

Slide 14 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
  • anti-dubbelstrengs DNA antistoffen
Antilichamen in het bloed

  • SLE = systeemziekte
  • kan overal neerslaan
  • Nieren --> filterfunctie

  •  SLE --> reumatische aandoening
  • kan samen gaan met jicht --> ook reumatische aandoening

Slide 15 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
Behandeling

  • Hydroxychloroquine (standaard)
  • Het werkingsmechanisme bij reumatoïde artritis is onbekend (Farmacotherapeutisch Kompas)

  • Medicijnen die je afweer minder maken
  • prednison

  • Verdere behandeling hangt af van welke organen bij de ziekte betrokken zijn

Slide 16 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
Lange termijn
  • Onvoorspelbaar, flares
  • 5 en 10 jaarsoverleving 90% en 80%
  • Nierfalen (grootste doodoorzaak)
  • Infecties
  • Myocardinfarct

  • Geen onderdrukking --> sneller schade


Slide 17 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct
Bij de ziekte SLE (systemische lupus erythematosus) kunnen veel verschillende auto-antistoffen gevormd worden.
Welke zijn vrij karakteristiek voor de SLE?

A
anti-centromeer antistoffen
B
anti-dubbelstrengs DNA antistoffen
C
SS-a en SS-B antistoffen
D
antihistoneiwit antistoffen

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kunnen infecties een rol spelen bij het ontstaan van auto-immuniteit?
A
een micro-organisme stimuleert een antigeen-presenterende cel tot expressie van co-stimulatoire moleculen, waardoor een auto-reactieve T-cel geactiveerd wordt
B
een micro-organisme heeft een antigeen dat heel erg lijkt op een lichaamseigen molecuul waardoor de antigeen-presenterende cel een auto-reactieve T-cel gaat stimuleren
C
beide zijn juist
D
beide zijn onjuist

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij SLE kan bijna elk orgaan worden aangedaan, maar er is wel een voorkeur voor sommige organen.
Welk van de volgende organen is het minst vaak betrokken bij SLE?
A
de pleura
B
de gewrichten
C
de huid
D
het centrale zenuwstelsel

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bronnen
  • Kumar, V., Abbas, A. K., & Aster, J. C. (2017). Robbins Basic Pathology. Elsevier.
  • Schade, afweer en herstel Literatuur deel 2. (2024). Slim Academy
  • Schade, afweer en herstel Hoorcolleges. (2024). Slim Academy.
  • Schade, afweer en herstel - Colleges week 3. (2025). Canvas. https://canvas.vu.nl/courses/77690/pages/week-3-colleges-2?module_item_id=1315363
  • Auto-immuunziektes. (2017, April 8). GENEESKUNDE. https://geneeskundeeur.wordpress.com/pathologie/immunologie/auto-immuunziektes/
  • Systemische lupus erythematodes. (2017, April 3). GENEESKUNDE. https://geneeskundeeur.wordpress.com/ziektebeelden/immunologie/auto-immuunziektes/systemische-lupus-erythematodes/
  • Systemische Lupus erythematosus (SLE). (n.d.). Jeroen Bosch Ziekenhuis. https://www.jeroenboschziekenhuis.nl/aandoeningen/systemische-lupus-erythematosus-sle#group_modal_treatment
  • Farmacotherapeutisch Kompas. (n.d.). hydroxychloroquine. https://www.farmacotherapeutischkompas.nl/bladeren/preparaatteksten/h/hydroxychloroquine#eigenschappen
  • Thuisarts. (2024, March 21). Ik heb SLE. https://www.thuisarts.nl/sle/ik-heb-sle#welke-behandelingen-kun-je-krijgen-bij-sle

Slide 21 - Tekstslide

  • naast herkenning van het antigen op het MHC van de APC meerdere signalen nodig
  • costimulatoire signalen gegeven, óf inhibitoire signalen
  • B-cellen hebben activatie door costimulatoire signalen van specifieke Th-cellen nodig
  • Eerste twee, indirect op B-cellen
  • tweede direct