Les 5 Motivatie niveau 3 + 4 regulier

Motivatie

Waarom kom je voor het ene doel wel in actie en voor het andere niet?

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorSLBMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Motivatie

Waarom kom je voor het ene doel wel in actie en voor het andere niet?

Leerdoelen

Aan het eind van de les: 

  • Ik kan uitleggen wat mij motiveert; 

  • ik kan onderscheid maken tussen motivatie van binnenuit en van buitenaf; 

  • ik kan een stap kiezen waarop ik zelf invloed heb.


“Wat wil jij dit schooljaar bereiken of leren?

Wat is motivatie volgens jou?

Motivatie

“Motivatie is de reden waarom je ergens aan begint of ermee doorgaat. Motivatie zie je niet alleen in wat je zegt, maar ook in de keuzes die je maakt.”

“Iemand vindt het werk interessant. Iemand anders doet hetzelfde werk vooral voor het salaris. Wat is het verschil tussen hun redenen?”

2 soorten motivatie

Intrinsieke motivatie


“Je doet iets omdat je het zelf interessant, leuk of belangrijk vindt. Bijvoorbeeld: ik wil dit vak leren omdat het bij mijn toekomstige werk past.”

Extrinsieke motivatie


“Je doet iets vanwege een gevolg van buitenaf, zoals geld, een cijfer, diploma of een verplichting.”

Kijk naar je antwoord op de eerste vraag: “Wat wil jij dit schooljaar bereiken of leren? Welke reden komt uit jezelf? Welke reden heeft te maken met iets van buitenaf, zoals een diploma, salaris of verwachting?

Sleepvraag

Intrinsieke motivatie

Extrinsieke motivatie

Ik doe mijn best omdat ik een goed cijfer wil.

Ik zoek zelf informatie op omdat ik meer wil weten.

Ik wil mijn diploma omdat ik daarna wil werken.

Ik vind het leuk om nieuwe dingen te leren over mijn toekomstige beroep.

Verschil

Intrinsieke motivatie:

Je doet iets omdat je het zelf interessant of belangrijk vindt.

Bijvoorbeeld: “Ik wil leren hoe ik een goed klantgesprek voer, omdat ik later met klanten wil werken.”

Als iets moeilijk wordt, is de kans groter dat je wilt begrijpen hoe het werkt en opnieuw probeert. Ook zonder cijfer of controle heeft het leren voor jou waarde.


Extrinsieke motivatie

Je doet iets vanwege een resultaat, beloning of verwachting van buitenaf.

Bijvoorbeeld: “Ik oefen een klantgesprek, omdat ik anders mijn toets niet haal.”

Een deadline of diploma kan je helpen om te beginnen en door te zetten. Soms richt je je dan vooral op wat nodig is om de toets te halen. Of je daarna verder wilt oefenen, hangt af van hoe belangrijk je het zelf vindt.


Stel je zegt: “Ik wil mijn diploma halen."

Laat jouw gedrag dat ook zien?

  • Ben je aanwezig in de les?

  • Kom je op tijd?

  • Doe je mee tijdens de les?

  • Maak je opdrachten?

  • Vraag je hulp als iets niet lukt?

  • Bereid je je voor op toetsen?


Je gedrag laat vaak beter dan je woorden zien hoe belangrijk een doel voor je is.

Je wilt iets bereiken, maar iets houdt je tegen

Denk terug aan je antwoord aan het begin van de les. Wat wil jij dit schooljaar bereiken of leren?


  • Wat houdt jou soms tegen?

  • Wat kun je niet zelf bepalen of heb je geen invloed op?

  • Als je ergens geen invloed op hebt wat kun je dan wél zelf doen, regelen, vragen of bespreken?



Wat houdt jou soms tegen om te doen wat je eigenlijk wél wilt doen maar het toch niet doet?

Denk aan: moe – telefoon – geen zin – vrienden – gamen – werk – slecht plannen – te laat slapen – moeilijk vinden – stress – vergeten


Cirkel van invloed

Sommige dingen kun je niet zelf bepalen. Je kunt wel kijken welke stap jij zelf kunt zetten.


Buiten mijn invloed: wat anderen doen of wat er gebeurt.
Binnen mijn invloed: wat ik zelf doe, regel, vraag of bespreek.

Je krijgt op stage een taak die je niet begrijpt. Maar je begeleider heeft steeds weinig tijd. Wat kun jij zelf doen? Wat kun jij niet bepalen?

Hoe goed past jouw gedrag op school op dit moment bij wat jij wilt bereiken?

Wat zou jij moeten veranderen om dit te verbeteren?

Motivatieopdracht: mijn motivatie in beeld

In deze opdracht kijk je eerlijk naar jezelf. Waarom heb je voor deze opleiding gekozen? Hoe gaat het nu met je inzet, aanwezigheid en opdrachten? En wat kun jij zelf doen om iets te verbeteren? Er zijn geen goede of foute antwoorden.


Opdracht af? Mag je deze bij mij inleveren.