Breuken en gelijknamig maken (1E en 1G dinsdag)

1 / 32
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenISK

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Deze slide heeft geen instructies



Niet door les heen praten

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?

  1. Herhaling: wat is een breuk

  2. Breuken gelijknamig maken

  3. Afsluiten 


Deze slide heeft geen instructies

Breuken begrijpen

Open met herkenbare voorbeelden uit het dagelijks leven, zoals pizza, taart of chocolade verdelen. Zo koppel je het begrip breuk aan iets concreets.

Dit leer ik vandaag

Ik kan uitleggen wat een breuk is en eenvoudige breuken gelijknamig maken.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen bij breuken?

Gebruik de antwoorden om voorkennis op te halen. Denk aan woorden als half, pizza, delen, teller, noemer.

Wat is een breuk?

  • Een breuk is een deel van een geheel

  • Het geheel is verdeeld in gelijke delen

  • De breuk laat zien hoeveel delen je neemt

Benadruk dat de delen even groot moeten zijn. Dat is vaak een misvatting: leerlingen denken soms dat elk verdeeld plaatje automatisch een breuk laat zien.

Teller en noemer

Bij een breuk zoals:



  • de teller is 3

  • de noemer is 4


De noemer zegt in hoeveel gelijke delen het geheel is verdeeld.

De teller zegt hoeveel delen je neemt.

Schrijf eventueel meerdere voorbeelden onder elkaar: 1/2, 1/3, 3/4. Wijs steeds eerst de noemer en dan de teller aan.

Voorbeelden van breuken

Nog een voorbeeld

Eenvoudige breuken

1/2 = één van twee gelijke delen


1/3 = één van drie gelijke delen

3/4 = drie van vier gelijke delen


Hoe groter de noemer, hoe kleiner één deel wordt.

De laatste zin helpt leerlingen vergelijken zonder al formeel te hoeven rekenen.

Wat stelt een breukdeel voor?

  • 1/2 is een half

  • 1/3 is een derde

  • 3/4 is drie kwarten

  • Een breukdeel is steeds een deel van hetzelfde geheel

Leg uit dat je breuken alleen goed kunt vergelijken als het om hetzelfde geheel gaat.

Wat zegt de noemer van een breuk?

A

het geheel

B

de gelijke delen

C

het aantal taken

D

de grote stukken

Controleert het begrip noemer uit slides 2–5. Foute opties passen bij veelvoorkomende verwarring over wat de noemer precies aangeeft.

Vul de juiste woorden in

Een breuk is een deel van een geheel. Bij 3/4 is 3 de teller en 4 de noemer.

breuk
3/4
teller
noemer
1/3
helft
gelijke delen
breukdeel

Herhaalt de kernwoorden uit de eerste subtopic: breuk, teller en noemer.

Wat betekent gelijknamig?

Breuken zijn gelijknamig als ze dezelfde noemer hebben.


Voorbeelden:

  • 1/4 en 3/4 zijn gelijknamig

  • 2/6 en 5/6 zijn gelijknamig


Dan zijn de delen even groot.

Verbind dit met het eerdere begrip noemer: dezelfde noemer betekent dezelfde verdeling van het geheel.

Welke breuken zijn gelijknamig?

A

1/2 en 1/4

B

2/3 en 1/6

C

1/4 en 3/4

D

1/2 en 2/3

De juiste keuze heeft dezelfde noemer. De andere opties komen uit voorbeelden van niet-gelijknamige breuken in de les.

Wat betekent gelijknamig?

Bespreek dat gelijknamig betekent: dezelfde noemer, dus dezelfde verdeling van het geheel en even grote delen.

Gelijknamig maken

Soms hebben breuken niet dezelfde noemer.

Dan kunnen we ze gelijknamig maken .


Gebruik de taal 'anders schrijven, zelfde waarde'. Dat is voor A2-leerlingen vaak duidelijker dan een formele definitie.

Wat betekent gelijknamig?

  • Gelijknamige breuken hebben dezelfde noemer

  • De delen zijn dan even groot

  • Voorbeelden:


en maar ook en


  • Niet gelijknamig:


en


Koppel het woord 'gelijknamig' direct aan 'zelfde noemer'. Houd de definitie kort en consequent.

Gelijknamig maken

Je maakt de noemer gelijk, zodat je kunt optellen


Leg de betekenis uit met een pizza of reep chocolade: twee helften is evenveel als vier kwarten.

De waarde blijft gelijk

Als je teller en noemer met hetzelfde getal vermenigvuldigt, verandert de waarde van de breuk niet.


Leg de betekenis uit met een pizza of reep chocolade: twee helften is evenveel als vier kwarten.

De waarde blijft gelijk

Als je teller en noemer met hetzelfde getal vermenigvuldigt, verandert de waarde van de breuk niet.


Leg de betekenis uit met een pizza of reep chocolade: twee helften is evenveel als vier kwarten.

Voorbeeld: 1/2 en 1/4

  • 1/2 en 1/4 hebben geen gelijke noemer

  • We kiezen noemer 4

  • 1/2 = 2/4

  • Nu zijn 2/4 en 1/4 gelijknamig

Laat visueel zien dat een half hetzelfde is als twee kwarten. Dat maakt het idee van equivalente breuken tastbaar.

De waarde blijft gelijk

Bij gelijknamig maken verandert de breuk niet van waarde.


Voorbeeld: 1/2 = 2/4

De breuk ziet er anders uit, maar stelt evenveel voor.

Veel leerlingen denken dat 2/4 groter is dan 1/2 omdat 2 en 4 grotere getallen zijn. Benoem die misvatting expliciet.

Equivalente breuken

Breuken met dezelfde waarde heten equivalente breuken.


Voorbeelden:

  • 1/2 = 2/4

  • 1/3 = 2/6

  • 3/4 = 6/8

Koppel het nieuwe woord direct aan bekende voorbeelden. Het begrip is belangrijker dan het moeilijke woord zelf.

Voorbeeld: 2/3 en 1/6

  • 2/3 en 1/6 hebben geen gelijke noemer

  • We kiezen noemer 6

  • 2/3 = 4/6

  • 1/6 blijft 1/6

  • Nu zijn 4/6 en 1/6 gelijknamig

Benadruk dat je niet altijd beide breuken hoeft te veranderen. Soms heeft één breuk al de goede noemer.

Van breuk naar gelijke noemer

1/2 → 2/4


1/3 → 2/6


2/3 → 4/6


Steeds blijft de waarde gelijk.

Gebruik deze slide als korte samenvatting van de omzettingen. Laat leerlingen vooral de patronen zien in teller en noemer.

Wat gebeurt er bij gelijknamig maken?

A

de waarde verandert

B

de teller verdwijnt

C

de noemer wordt gelijk

D

de breuk wordt nul

Toetst het hoofdidee uit slides 7–13: anders schrijven, zelfde waarde, gelijke noemer.

Vul de breuken en woorden in

Bij gelijknamig maken blijft de waarde van de breuk gelijk. Je vermenigvuldigt teller en noemer met hetzelfde getal. Zo wordt 1/3 gelijk aan 2/6.

waarde
noemer
1/3
2/6
breukdeel
teller
1/6
3/6

Controleert de kern van equivalente breuken en de rekenstap uit slides 9–11.

Waarom blijft 1/6 soms hetzelfde?

Goed antwoord bevat: je verandert soms maar één breuk, omdat één breuk al de goede noemer heeft, zoals 1/6 in het voorbeeld met 2/3 en 1/6.

Wat heb je vandaag geleerd?

Reflectie zonder fout of goed. Laat leerlingen kort benoemen wat ze meenemen uit de les.

Wat hielp jou het meest?

Reflectie op het leerproces. Mogelijke antwoorden: voorbeeld 1/2 en 1/4, plaatjes, teller/noemer, samen oefenen.

Belangrijke woorden

breuk - een deel van een geheel

teller - het aantal delen dat je neemt

noemer - het aantal gelijke delen van het geheel

gelijknamig - met dezelfde noemer

equivalente breuken - breuken met dezelfde waarde

breukdeel - één of meer gelijke delen van een geheel

Deze slide heeft geen instructies

Deze slide heeft geen instructies