11.3 Evenredigheden

11.3 Evenredigheden
Doel: 
Je kent het verschil tussen recht evenredig en omgekeerd evenredig.
Je kunt bij allebei een formule opstellen als je een tabel of grafiek hebt
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

11.3 Evenredigheden
Doel: 
Je kent het verschil tussen recht evenredig en omgekeerd evenredig.
Je kunt bij allebei een formule opstellen als je een tabel of grafiek hebt

Slide 1 - Tekstslide

Welk van de volgende formules is recht evenredig
A
y=x3
B
y=3
C
y=3x
D
x=3

Slide 2 - Quizvraag

wel richtingscoëfficiënt (a), maar geen begingetal (b)
Vermenigvuldig je x met een getal dan moet je y met hetzelfde getal vermenigvuldigen

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Waarom bestaat (0,0) niet in
de grafiek van
y=xc

Slide 9 - Open vraag

Slide 10 - Tekstslide

Lineaire formule opstellen

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Welke formule hoort bij de tabel?

Slide 17 - Open vraag

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Lineair 
(niet recht evenreding)
Recht evenredig
Omgekeerd evenredig
y=3/x
y=2/3 x
y=1/3 x +4
3y= 4/x 
3y + 4x = 12 
y . x = 20
y - 6x = 6
y=x/3
4y=x/6
3y+3=5x+3 
4y-6x-8=0
y - 6/x=0 

Slide 22 - Sleepvraag

Formule opstellen bij omgekeerd evenredig verband
Volgens de regels van de economie geldt:
hoe lager de prijs van een product, hoe meer ervan wordt verkocht.
Bij een prijs van 0,75 cent voor een flesje water worden er op een school dagelijks 200 verkocht. 
Bereken de prijs van een flesje als je er minstens 240 per dag wil verkopen.

Slide 23 - Tekstslide

Bij een prijs van 0,75 cent voor een flesje water worden er op een school dagelijks 200 verkocht. 

Stel een formule op van de vorm

waarbij P de prijs in eurocent is en A het aantal flesjes dat wordt verkocht

P=Ac

Slide 24 - Tekstslide

P=Ac
P=75
A=200

Slide 25 - Tekstslide

Wat is nu de prijs als we 240 flesjes willen verkopen?

P=A15000

Slide 26 - Tekstslide

Wat is nu de prijs als we minstens 240 flesjes willen verkopen?

P=A15000
P=24015000
P=24015000=62,5

Slide 27 - Tekstslide