herhalen zakelijke brief

Zakelijke brief
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Zakelijke brief

Slide 1 - Tekstslide

Planning
- Aanwezigheidslijst
- Beoordelingsformulier
- Uitleg handelingsdeel
- Lessonup zakelijke brief
- Huiswerk maken 

Slide 2 - Tekstslide

DOELEN

- Je weet volgens welke conventies (regels) je een zakelijke brief moet schrijven


Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Slide 5 - Video

Vaste indeling:
1. Afzender (schrijver)
2. Geadresseerde (ontvanger)
3. Plaats, datum
4.  Aanhef (Geachte...),
5. Inhoud: inleiding - middenstuk - slot
6. Slotgroet (Met vriendelijke groet,)
7. Ondertekening (Handtekening + naam)

Zet een

witregel

tussen de onderdelen

Slide 6 - Tekstslide

Inhoud

INLEIDING: Wie ben je en waarom schrijf je de brief?


KERN: Informatie geven.


SLOT: Wens of verwachting uitspreken.

Slide 7 - Tekstslide

Achter welke letter vind je de aanhef?
A
A
B
C
C
D
D
E

Slide 8 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de groet?
A
H
B
I
C
J
D
K

Slide 9 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de inleiding?
A
D
B
E
C
F
D
G

Slide 10 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de korte formulering van het onderwerp?
A
C
B
D
C
E
D
F

Slide 11 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de bijlage?
A
I
B
J
C
K
D
L

Slide 12 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de slotzin?
A
F
B
G
C
H
D
I

Slide 13 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de naam en adres van de ontvanger?
A
A
B
B

Slide 14 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de naam en adres van de afzender?
A
A
B
B

Slide 15 - Quizvraag

Achter welke letter vind je het middenstuk?
A
F
B
G
C
H
D
I

Slide 16 - Quizvraag

Achter welke letter vind je de plaats en de datum?
A
C
B
D
C
J
D
K

Slide 17 - Quizvraag

Wat hoort bij een zakelijke brief?
A
informele taal
B
formele taal

Slide 18 - Quizvraag

Wat hoort bij informele taal?
A
Het gebruik van het woord je
B
Het gebruik van het woord u

Slide 19 - Quizvraag

Slide 20 - Sleepvraag