5.5: Milieu of Genotype?

5.5: Milieu of Genotype?
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

5.5: Milieu of Genotype?

Slide 1 - Tekstslide

Programma
  • Leerdoelen
  • Bibliotheek-tijd
  • Verwerken

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen begrippen 5.5 
  • Je leert welke methoden er worden gebruikt om de genetische eigenschappen aan te passen.
  • Je leert hoe stoffen buiten het DNA de genetische eigenschappen kunnen beïnvloeden
  • je leert wat het nature - nurture debat is.

nature, nurture, tweelingonderzoek, klassieke veredeling, genetische modificatie, transgene organismen, vector, gentherapie, epigenetica, methylgroep, epigenetische code


Slide 3 - Tekstslide

Bibliotheek-tijd
Lezen bladzijde 179-181
Bestudeer bron 23 en 24
timer
10:00

Slide 4 - Tekstslide

Nature/ nurture
Men is in de biologie, nieuwsgierig naar de oorzaak van eigenschappen:

  • nature (genotype)
of
  • nurture (milieu/ opvoeding).

Slide 5 - Tekstslide

Tweelingenonderzoek
Laten zien in hoeverre eigenschappen:
  • erfelijk zijn of 
  • door het milieu bepaald worden blijkt vaak uit tweelingonderzoeken.

Eeneiïge tweelingen:
  • hetzelfde DNA 
  • niet altijd hetzelfde milieu.
  • Welke eigenschappen verschillen?

Slide 6 - Tekstslide

Genen beïnvloeden
Klassieke veredeling:
  • Planten/ dieren met gunstige combinatie van allelen kruisen (bij dieren heet dat fokken)

Genetische modificatie:
  • DNA van een organisme inbrengen in het DNA van een ander organisme: transgene organismen.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Vind jij dat genetische modificatie mag?
A
ja
B
Nee
C
Weet ik niet

Slide 9 - Quizvraag

GMO's
Genetically Modified Organisms:
  • genetische gemodificeerde organismen. Organismen waar lichaamsvreemd DNA / RNA in is gebracht. Bijvoorbeeld mais/ soja/ bacteriën 
  • doel is ze betere eigenschappen te geven dan het origineel.
  • Veel ethische kwesties.

Slide 10 - Tekstslide

Gentherapie
Wat:
  • cellen genetisch aanpassen
Doel:
  • om een ziekte met een genetische oorzaak te genezen.
Voorbeeld:
  • de COVID 19 prikken: viraal RNA inbrengen en menselijke cel Virus eiwit laten maken.
  • CRISPR-CAS: met behulp van techniek uit bacteriën genen in de mens aanpassen
  • genetisch gemodificeerde bacteriën: menselijk DNA voor insuline inbrengen in bacterie die gaat dan insuline maken



Slide 11 - Tekstslide

Gentherapie
Oude methode: 
  • Gebruikt virussen (vector) om nieuwe stukken DNA in de celkern te brengen van stamcellen.
  • Stamcellen worden teruggeplaatst en zijn de bron van gezonde cellen.
  • Is niet erg precies. Kan dus fout gaan.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Genetisch modificatie

Slide 14 - Tekstslide

Vind jij dat genetische modificatie mag?
A
Ja
B
Nee
C
Weet ik niet

Slide 15 - Quizvraag

Epigenetica
Het verschil in eigenschappen:
  • te maken met de aanwezigheid van genen
  • en of deze genen aan of uit staan.
  • Aan het DNA vast zitten allerlei stoffen die de activiteit van genen beïnvloeden. Methylgroepen
Hoe kunnen genetische eigenschappen veranderen zonder dat de genetische code is gewijzigd?

Slide 16 - Tekstslide

Epigenetica
  • het binden van methylgroepen (-CH3 groepen) aan het DNA zorgt voor uitschakeling van een gen.
  • De hoeveelheid methylgroepen kan worden beïnvloed door omgeving (bijvoorbeeld voedsel).
  • Deze epigenetische code is ook overerfbaar. Daardoor kan de omgeving van je ouders/ grootouders jouw eigenschappen bepalen.

Slide 17 - Tekstslide

Nature-Nurture debat
  • Onderzoek naar bijdrage genotype en milieu op je eigenschappen.
  • Tweelingenonderzoek ideaal, maar ethisch??
  • Kijk een stukje (voor zover jij zelf wil) van het filmpje op de volgende slide, als voorbeeld van wat volgens mij niet door de beugel kan.

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Leerdoelen begrippen 5.5 
  • Je leert hoe onderzocht wordt welke eigenschappen genetisch worden bepaald en welke door het milieu. 
  • Je leert welke methoden er worden gebruikt om de genetische eigenschappen aan te passen.
  • Je leert hoe stoffen buiten het DNA de genetische eigenschappen kunnen beïnvloeden
nature, nurture, tweelingonderzoek, klassieke veredeling, genetische modificatie, transgene organismen, vector, gentherapie, epigenetica, methylgroep, epigenetische code


Slide 20 - Tekstslide

Huiswerk
  • maak van bs 5.5 opdracht 1 t/m 11 
  • Kies daarbij je eigen differentiatie route
  • maak een Cornellsamenvatting van bs 5.5

Slide 21 - Tekstslide

Genetische modificatie
  • Het heeft grote voordelen, maar kan ook nadelen met zich meebrengen.
  • Een genetich gemodificeerd organisme is een transgeen organisme.
  • Een toepassing van genetische modificatie is gentherapie.

Slide 22 - Tekstslide

Verwerken
  • Ga naar de planner op It's Learning en maak de opdrachten bij de les: Erfelijkheid buitenspel? (Paragraaf 5.5).
    -> Basis: in ieder geval
    -> Extra hulp: als je denkt de leerdoelen nog niet te beheersen.
    -> Verdieping: bij uitdaging of ter oefening van toets/examenvragen.
  • Kijk de gemaakte opdrachten ook na. De antwoorden staan onder bronnen (hoofdstuk 5).

Slide 23 - Tekstslide

Leerdoelen
1. Je kunt uitleggen wat genetische modificatie, transgeen en gentherapie is.
2. Je kunt uitleggen wat het nature-nurture debat inhoudt.

Slide 24 - Tekstslide