OI 2 - Thema 7 Bewegingsvormen

Didactiek van een les of training
Thema 7 - Bewegingsvormen
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
DidactiekMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Didactiek van een les of training
Thema 7 - Bewegingsvormen

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Je zag net vier componenten staan in het model, onder andere bewegingsvormen, welke andere 3 zag je staan?

Slide 3 - Open vraag

Bewegingsvormen

Slide 4 - Woordweb

Bewegingsvormen
Heeft niks met bewegingsvormen te maken
Trainingsvormen
Filmen van de training
Leervoorstel
Oefenstof
Sport- en bewegingsactiviteiten
Leerstof
Pylonen gebruiken in de training

Slide 5 - Sleepvraag

Slide 6 - Tekstslide

Waar moet je aan denken als je een bewegingsvorm kies?

Slide 7 - Open vraag

Kwaliteitseisen bewegingsvorm
  1. Veiligheid
  2. Betekenisvol
  3. Belevingswaarde (aandacht curve)
  4. Optimale intensiteit 
  5. Differentiatie (individueel- en groepsniveau)
  6. Methodisch goed opgebouwd

Slide 8 - Tekstslide

Vraagstellingen bij een methodiek

Slide 9 - Tekstslide

Vakspecifieke methodiek

Slide 10 - Woordweb

Algemene methodiek
  1. Algemene principes (bewegingsvormen moeten aansluiten bij het niveau en je werkt van makkelijk naar moeilijk, van enkelvoudige beweging naar samengestelde beweging, situatie veranderen (arragementsniveau) opdracht veranderen (leervoorstelniveau).
  2. Deel- en totaalmethode
  3. Leergang (stappen naar het doel toe)
  4. Methodische en didactische hulpmiddelen (fluitje, camera, pylonen etc.)

Slide 11 - Tekstslide

Algemene methodische principes
Bewegingsvormen sluiten aan bij bekende en beheerste bewegingsvormen
Bewegingsvormen zijn geleidelijk oplopend in moeilijkheidsgraad
Bewegingsvormen kennen een opbouw van enkelvoudig naar samengesteld (complex)
Bewegingsvormen nemen in moeilijkheid toe op basis van veranderingen op arrangementsniveau (organisatieniveau) en/of op leervoorstelniveau
hockey: van het dribbelen, 
naar dribbelen, passeren en scoren.
zwemles: de kinderen zijn al watervrij
De les starten met drijven
Turnen: Balanceervormen op een omgekeerde bank.
Balanceervormen op een evenwichtsbalk.

Turnen: balanceren beweeglijk maken (omgekeerde bank in ringen).
Klauteren: Over het wandrek heen klauteren van voorzijde naar achterzijde.

Slide 12 - Sleepvraag

Deelmethode
Totaalmethode

Slide 13 - Tekstslide

Arrangementsniveau is...
A
Nu met je backhand spelen
B
Nu met ogen dicht
C
Veld kleiner maken
D
Alle antwoorden zijn fout

Slide 14 - Quizvraag

Wat bedoelen we met het BHU-model bij bewegingsvormen?
A
Behendig, Herhalen en Uitbreiden
B
Beslissen, heroverwegen en Uitvoeren
C
Basisvorm, Herkansingsvorm en Uitvoeringsvorm
D
Basisvorm, Herhalingsvorm en Uitbreidingsvorm

Slide 15 - Quizvraag

Je hebt informatie gekregen over bewegingsvormen. Wat neem je mee naar je LVF/gymplanner?

Slide 16 - Open vraag

Einde

Slide 17 - Tekstslide