De Wereld Les stereotypen en vooroordelen

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMaatschappijwetenschap/kunde+5Middelbare schoolMBOvmbo, mavo, havo, vwoLeerjaar 1-6Studiejaar 1,2

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Introductie

Iedereen heeft vooroordelen. Dat is normaal. Maar waar komen vooroordelen eigenlijk vandaan? Hoe ga je er mee om? Aan de hand van een geanimeerde video krijgen leerlingen en/of studenten uitleg hierover en leren leerlingen en/of studenten die vragen te beantwoorden. Ook zijn er twee extra video's van jongeren die met elkaar praten over wat vooroordelen met je doen en hoe je ermee om gaat.

Instructies

Tip: Bekijk van tevoren eerst zelf de video en bepaal of het nodig is om de video tijdens de les te pauzeren en toe te lichten.

VO kerndoelen: 36, 43
MBO: politiek-juridische dimensie, sociaal-maatschappelijke dimensie

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

(plattegrond)

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Wereld en IK!
Module 2 les 7: stereotypen

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon is thuis of in de kluis 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

  • Tijdens uitleg: stilte, docent is aan het woord. 
     Wil je wat vragen of weet je het antwoord? 
     Steek je vinger op en wacht je beurt af!
timer
3:00

Slide 4 - Tekstslide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
      Planning

1. Terugblik
2. Leerdoelen
3. Voorkennis
4. Stereotypen en Vooroordelen
5. Opdrachten
6. Discriminatie 
7. Afsluiting 

Slide 5 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Terugblik: Waarden ???

Slide 6 - Tekstslide

Leerlingen denken mee en geven invulling aan genoemde waarden. 

bijvoorbeeld...





 gelijkheid                             duurzaamheid                          gezondheid
rechtvaardigheid                 rechtvaardigheid                         discipline 
   moed                                    solidariteit                               solidariteit 

Slide 7 - Tekstslide

Leerlingen denken mee en geven invulling aan genoemde waarden. 

Voorbeelden van waarden
Vrijheid                Behulpzaamheid            Vertrouwen    
Gelijkheid            Saamhorigheid               Moed   
Solidariteit          Veiligheid                        Zelfstandigheid
Eerlijkheid           Duurzaamheid                Integriteit  
Respect               Loyaliteit                         Creativiteit
Discipline            Vriendschap                   Dankbaarheid

Slide 8 - Tekstslide

Leerlingen denken mee en geven invulling aan genoemde waarden. 

Waarom zijn waarden belangrijk voor mensen?

Slide 9 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
Jullie weten wat stereotypen en vooroordelen zijn. Jullie weten wat discriminatie is.

Jullie kunnen voorbeelden van stereotypen en vooroordelen noemen, en uitleggen waarom deze voor problemen kunnen zorgen.

Slide 10 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Wat weet je over vooroordelen?

Slide 11 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Stereotypen over vrouwen

Directeur MyTalent
1 van de rijksten van de wereld
Burgemeester van Haarlem
Crimineel

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een stereotype?                              SCHRIJF OP:
  • Een stereotype = een overdreven beeld van eigenschappen van een groep mensen. Dat beeld komt vaak niet (helemaal) overeen met de werkelijkheid. 

  • Een stereotype kan positief of negatief zijn.
     

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide bevat een korte lesbeschrijving voor de leerling.

Als opwarmer zou je met de leerling de afbeelding kunnen analyseren. Wat zou de afbeelding met vooroordelen te maken kunnen hebben?

Bij de nabespreking kun je stilstaan bij de volgende kernwoorden: hokjes denken, snelle oordeel, in- en out groep, wij/zij denken, indelen in groepen, etc.
Een stereotype is bijvoorbeeld: 
  • Mannen kunnen beter autorijden dan vrouwen.  

  • Gothics zijn allemaal eenzaam en
    depressief, daarom hebben ze
    zwarte kleren aan.

  • Mensen met een bril zijn slim. 

Slide 15 - Tekstslide

https://www.etsy.com/nl/listing/1108309873/goth-clothing-alternative-clothes-creepy

Deze slide bevat een korte lesbeschrijving voor de leerling.

Als opwarmer zou je met de leerling de afbeelding kunnen analyseren. Wat zou de afbeelding met vooroordelen te maken kunnen hebben?

Bij de nabespreking kun je stilstaan bij de volgende kernwoorden: hokjes denken, snelle oordeel, in- en out groep, wij/zij denken, indelen in groepen, etc.
Opdracht
Maak een lijst van 7 veel voorkomende stereotypen. 
8 minuten, in stilte. 

Klaar? Dan zachtjes fluisteren en vergelijken met je buurman/
buurvrouw. 

Daarna klassikaal. 


Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een vooroordeel?                          SCHRIJF OP:
  • Een vooroordeel = door een negatief stereotype 
    ga je negatief gaat denken over 1 persoon. Je kent die persoon nog niet maar door het stereotype heb je al een mening over hem of haar.  

  • Een vooroordeel is negatief.
     

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide bevat een korte lesbeschrijving voor de leerling.

Als opwarmer zou je met de leerling de afbeelding kunnen analyseren. Wat zou de afbeelding met vooroordelen te maken kunnen hebben?

Bij de nabespreking kun je stilstaan bij de volgende kernwoorden: hokjes denken, snelle oordeel, in- en out groep, wij/zij denken, indelen in groepen, etc.
Een vooroordeel is bijvoorbeeld: 
  • Jij bent een vrouw, dus jij kunt niet autorijden. 

  • Jij kleedt je als een gothic, dus je bent
    eenzaam en depressief.

  • Jij bent blond, dus jij bent dom.

Slide 18 - Tekstslide

https://www.etsy.com/nl/listing/1108309873/goth-clothing-alternative-clothes-creepy

Deze slide bevat een korte lesbeschrijving voor de leerling.

Als opwarmer zou je met de leerling de afbeelding kunnen analyseren. Wat zou de afbeelding met vooroordelen te maken kunnen hebben?

Bij de nabespreking kun je stilstaan bij de volgende kernwoorden: hokjes denken, snelle oordeel, in- en out groep, wij/zij denken, indelen in groepen, etc.
Stereotype (s) of Vooroordeel (v)
1. Mensen met een bril zijn slim. 
2. Jij bent Chinees, dus je werkt hard. 
3. Gamers zijn lui en niet sociaal. 
4. Rijke mensen zijn gierig. 
5. Surinaamse mensen zijn gezellig.  
6. Alle Marokkanen zijn fietsendieven.  
7.  Jij bent een meisje, dus jij bent netjes. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stereotype (s) of Vooroordeel (v)
1. Mensen met een bril zijn slim.                                                       (S) 
2. Jij bent Chinees, dus je werkt hard.                                            (V)
3. Gamers zijn lui en niet sociaal.                                                      (S)
4. Rijke mensen zijn gierig.                                                                  (S)
5. Surinaamse mensen zijn gezellig.                                              (S)
6. Alle Marokkanen zijn fietsendieven                                            (S)
7.  Jij bent een meisje, dus jij bent netjes.                                     (V)

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is volgens jou het verschil tussen stereotype en vooroordeel?

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat is discriminatie?                              SCHRIJF OP:
  • Discriminatie is als je iemand nog niet kent, maar door een vooroordeel gelijk een negatieve mening over iemand hebt en je die persoon oneerlijk behandelt.  

  • Een vooroordeel zit in je hoofd, discriminatie is als je daardoor iemand oneerlijk of slecht behandelt. 
     

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide bevat een korte lesbeschrijving voor de leerling.

Als opwarmer zou je met de leerling de afbeelding kunnen analyseren. Wat zou de afbeelding met vooroordelen te maken kunnen hebben?

Bij de nabespreking kun je stilstaan bij de volgende kernwoorden: hokjes denken, snelle oordeel, in- en out groep, wij/zij denken, indelen in groepen, etc.
Discriminatie
Discriminatie is in de wet verboden. 
In artikel 1 van de Grondwet staat dat iedereen die zich in Nederland bevindt in gelijke gevallen gelijk moet worden behandeld. Discriminatie wegens geslacht, godsdienst, leeftijd, politieke gezindheid, of op welke grond dan ook, mag niet. 
Discriminatie is strafbaar. 

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is discriminatie?
A
Een slecht idee over iemand in je hoofd door vooroordelen
B
Een oneerlijke behandeling van een persoon of groep door vooroordelen.
C
Een voorbarig gevoel door vooroordelen
D
Een foute eerste indruk door vooroordelen

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is volgens jou het verschil tussen vooroordeel en discriminatie?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Is het een vooroordeel of discriminatie?
Vooroordeel
Discriminatie
De uitsmijter van een club laat een groepje jongens met een kleurtje niet binnen.
Alle meisjes met een hoofddoek worden onderdrukt door hun vader en broers.
Een werkgever nodigt sollicitanten met een Arabische achternaam niet uit.
Vrouwen kunnen niet autorijden.

Slide 27 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom kunnen stereotypen en vooroordelen voor problemen tussen mensen of groepen mensen zorgen?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem 2 dingen die wij zelf kunnen doen om problemen door vooroordelen te voorkomen?

Slide 29 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Proppenspel: Weg ermee!
» Schrijf op het blaadje dat je van de docent krijgt 
   1 stereotype of vooroordeel waar je echt van af wil. 
    

» Als je het netjes hebt opgeschreven, dan maak je van je papier een prop. 
» Leg de prop op de hoek van je tafel.
» Wacht tot de docent vertelt wat je moet doen.
timer
4:00

Slide 30 - Tekstslide

Laat de leerlingen 1 stereotype opschrijven en 1 vooroordeel. Als ze daar mee klaar zijn, dan maken ze er een prop van. Als iedereen een prop heeft, geef de leerlingen dan 20 seconden de tijd om de proppen naar elkaar toe te gooien. Wanneer de tijd is verstreken, dan gaat iedereen weer zitten. Laat de leerlingen vervolgens 1 voor 1 een propje pakken en het hardop voorlezen. 
   Afsluiting
Jullie weten wat stereotypen en vooroordelen zijn. Jullie weten wat discriminatie is.

Jullie kunnen stereotypen en vooroordelen benoemen, en uitleggen waarom deze voor problemen kunnen zorgen.

Slide 31 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.