cross

NN1 H2 de ik-vorm van werkwoorden

NN1 H2 de ik-vorm van werkwoorden
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare school

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

NN1 H2 de ik-vorm van werkwoorden

Slide 1 - Tekstslide

Maak een ik-gedicht.
Noteer 5 eigenschappen van jezelf en zet die onder elkaar

Slide 2 - Open vraag

Instructievideo over de ik-vorm:

https://player.vimeo.com/video/225246568

Slide 3 - Tekstslide

De ik-vorm van het werkwoord

Voor de spelling van de werkwoorden heb je speciale spellingsregels. In die spellingsregels gebruik je vaak de ‘ik-vorm’. De ik-vorm is het woord dat in de tegenwoordige tijd achter ‘ik’ komt te staan.

Zo schrijf je de ik-vorm van een werkwoord:
● hele werkwoord: denken → ik denk → de ik-vorm van denken is denk.
● hele werkwoord: slapen → ik slaap → de ik-vorm van slapen is slaap.

● schudden → ik schud → de ik-vorm is schud.

Slide 4 - Tekstslide

Let op!

De ik-vorm eindigt nooit op een v of een z: 
● proeven → ik proef → de ik-vorm is proef.
● reizen → ik reis → de ik-vorm is reis.

De ik-vorm eindigt nooit op twee dezelfde medeklinkers: 
bukken → ik buk → de ik-vorm is buk.
● zetten → ik zet → de ik-vorm is zet.
● schudden → ik schud → de ik-vorm is schud.

Slide 5 - Tekstslide

Schrijf van het werkwoord de ik-vorm op:

kopen

Slide 6 - Open vraag

Schrijf van het werkwoord de ik-vorm op:

maaien

Slide 7 - Open vraag

Schrijf van het werkwoord de ik-vorm op:

zingen

Slide 8 - Open vraag

Wat is de ik-vorm van:

lezen
A
ik lees
B
ik leez

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de ik-vorm van:

pakken
A
ik pakk
B
ik pak

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de ik-vorm van:

graven
A
ik graaf
B
ik graav
C
ik graf
D
ik grav

Slide 11 - Quizvraag