3 Spelling meervouden HS

Spelling
paragraaf 3 
meervouden
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 1

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Spelling
paragraaf 3 
meervouden

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoel
Je weet straks hoe je zelfstandige werkwoorden in het meervoud zet en schrijft.

Slide 2 - Tekstslide

meervoud op -en
Zet -en achter het enkelvoud:

stoel - stoelen
bank - banken
hond - honden

Slide 3 - Tekstslide

meervoud op -en
  •  verdubbel de laatste letter
zak - zakken
  •  laat een a, e, o, of u weg
    aap - apen, uur - uren 
  • verander een f in een v
    brief - brieven 
  • verander een s in een z
    saus - sauzen 

 

Slide 4 - Tekstslide

woorden op ee
Als het enkelvoud eindigt op ee, zet je 
ën achter het enkelvoud:

idee - ideeën
slee - sleeën


Slide 5 - Tekstslide

woorden op ie
Valt de klemtoon op de ie?  --> + ën
symfonie - symfonieën 
genie - genieën


Valt de klemtoon op een andere lettergreep? --> + n
kolonie - koloniën 
bacterie - bacteriën





Slide 6 - Tekstslide

Klemtoon?
- Lettergreep waar de nadruk op ligt.

- Spreek het woord voor jezelf uit op verschillende manieren.

klemtoon of klemtoon

Slide 7 - Tekstslide

Nog een uitzondering 




Ligt de klemtoon van het woord NIET op de laatste lettergreep?

Dan verdubbel je de laatste medeklinker niet.

monniken 
haviken 

Slide 8 - Tekstslide

Trema typen 

Slide 9 - Tekstslide

meervoud van: stommerik
A
stommeriken
B
stommerikken
C
stommeriks

Slide 10 - Quizvraag

Meervoud van porie
A
poriën
B
porieën

Slide 11 - Quizvraag

meervoud van idee
A
ideën
B
ideeën
C
ideëen

Slide 12 - Quizvraag

meervoud van categorie
A
categorieën
B
categoriën
C
categories

Slide 13 - Quizvraag

meervoud van luiwammes
A
luiwammessen
B
luiwammesen
C
luiwammici
D
heeft geen meervoud

Slide 14 - Quizvraag

meervoud van kalf
A
kalfen
B
kalven
C
kalveren
D
heeft geen meervoud

Slide 15 - Quizvraag

Resumerend
Het lesdoel was:

Je weet straks hoe je zelfstandige werkwoorden in het meervoud zet en schrijft.

Doel bereikt?

Slide 16 - Tekstslide

Einde

Slide 17 - Tekstslide