In deze les zitten 30 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Herhalen grammatica
Bespreken HB 105, mandata 11 en 12 oneven
Bespreken HB blz. 36, opdracht 20, 22 b en c, 23.
Vervolg Les 44
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Slide 3 - Tekstslide
Vragen Grammatica?
Slide 4 - Open vraag
Geen vragen (meer)?
Maak maar twee rijtjes....
Slide 5 - Tekstslide
Hulpboek blz. 114
Werkwoord- Coniunctivus in bijzinnen
Slide 6 - Tekstslide
Slide 7 - Tekstslide
Slide 8 - Tekstslide
Slide 9 - Tekstslide
Slide 10 - Tekstslide
Slide 11 - Tekstslide
Slide 12 - Tekstslide
Slide 13 - Tekstslide
Slide 14 - Tekstslide
Slide 15 - Tekstslide
Slide 16 - Tekstslide
Hulpboek blz. 105
Mandatum 11 en 12 (oneven).
Slide 17 - Tekstslide
Mandatum 11
1 Wanneer jij hulp nodig zult hebben, zal ik jou altijd helpen.
2 Nadat de gasten waren aangekomen, zijn ze naar de eetkamer geleid.
3 De jongen was blij, omdat hij door zijn vader werd geprezen.
4 Hoewel de man de vrouw vaak had gezien, wist hij toch haar naam niet.
5 Mijn broer heeft mij geholpen, zoals hij had beloofd.
6 Zodra de gast binnenkwam, heeft een slavin zich tot hem gewend en een beker vol met wijn aan hem aangeboden.
Slide 18 - Tekstslide
Mandatum 11
7 De meester heeft een slaaf naar de markt gestuurd, om wijn te kopen.
8 Met luid geschreeuw speelden de kinderen buiten, zodat de woorden van moeder nauwelijks door vader werden gehoord.
9 De storm was zo hevig, dat in het bos veel bomen werden vernield.
10 De arme burgers hebben hun uitgaven gespaard, met de bedoeling dat later geld niet voor hen ontbrak/zou ontbreken.
11 De arme burger vreesden, dat later geld voor hen ontbrak/zou ontbreken.
Slide 19 - Tekstslide
Mandatum 12 (oneven)
1 De vader heeft slaven gestuurd, om zijn zonen te zoeken.
3 De vrienden zagen niet waarheen de jongens renden.
5 De leider vertelde, hoe de soldaten de brede rivier hadden overgestoken.
7 De jongens hebben zo snel mogelijk gerend, om het gevaar te ontvluchten.
9 De jongens renden te weinig snel (= te traag), zodat ze het gevaar niet ontvluchtten.
Slide 20 - Tekstslide
Mandatum 12 (oneven)
11 Niemand wist, waarvandaan de gevangengenomen vijanden naar Rome geleid waren.
13 Ik ben meteen gekomen, nadat jij mij had geroepen.
Slide 21 - Tekstslide
Claudius
Lees Tekstboek blz. 156
Hulpboek blz. 36
Opdracht 20, 22 b en c, 23.
Slide 22 - Tekstslide
Opdracht 20
Buitenlands: Hij slaagde erin om Brittania te veroveren en hij stelde orde op zaken aan de noordgrens van het Romeinse Rijk door de Rijn definitief als grens aan te wijzen.
Binnenlands: Hij breidde het burgerrecht uit en stichtte tal van kolonies; hij legde een nieuwe haven aan bij Ostia; hij reorganiseerde het staatsbestuur door het instellen van ministeries onder leiding van vrijgelatenen.
Slide 23 - Tekstslide
Opdracht 22b
Tres milites (r. 1) = drie soldaten
narra (r. 8) = vertel
quid (r. 8) = wat
invaserunt (r. 13) = zij drongen binnen
praedam (r. 14) = buit
pedes hominis (r. 17) = de voeten van een man
condidisset (r. 18 = hij had zich verborgen
Metu (r. 20) = angst
sustulimus (r. 27) = wij hebben opgetild
Imperator noster (r. 28) = onze keizer
Slide 24 - Tekstslide
Opdracht 22c
Metu (r. 20) = angst
sustulimus (r. 27) = wij hebben opgetild
Imperator noster (r. 28) = onze keizer
Slide 25 - Tekstslide
Opdracht 22c
Eigen verwerking, bijvoorbeeld: Drie soldaten vertellen elkaar verhalen. Een van hen vertelt dat hij ooit met anderen een huis is binnengedrongen op zoek naar buit. Daar zag hij de voeten van een man (Claudius?) die zich had verborgen. Deze was erg bang. Deze man hebben hij en zijn metgezellen opgetild en ‘onze keizer’ genoemd.
Slide 26 - Tekstslide
Opdracht 23
a. A Vertel ons: ‘Wat heb jij ooit voor het vaderland gedaan? B Vertel ons, wat jij ooit voor het vaderland gedaan hebt!
b. Twee van de volgende antwoorden:
- De eerste bestaat uit twee hoofdzinnen, de tweede uit een hoofd- en een bijzin.
- In de eerste zin staan aanhalingstekens, in de tweede niet.
- In de eerste zin staat een vraagteken, in de tweede een uitroepteken.
Slide 27 - Tekstslide
Opdracht 23
c. Fecisti is een indicativus. Dan moet feceris een coniunctivus zijn.
d. (met de bedoeling) dat ik jou redde/om jou te redden.