Voorbereiding schrijftoets

Voorbereiding schrijftoets
1 / 9
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolhavoLeerjaar 6

In deze les zitten 9 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Voorbereiding schrijftoets

Slide 1 - Tekstslide

Vandaag
Voorbereiden schrijftoets
Verslag werkwoorden vt

Slide 2 - Tekstslide

Doelen
Je weet wat je moet kennen/kunnen voor de schrijftoets
Je weet hoe je de werkwoorden in de vt moet maken

Slide 3 - Tekstslide

Stappenplan prompt
* Doel
* Publiek
* Inhoud
* Keuze tekstsoort

Slide 4 - Tekstslide

Behandelde tekstsoorten:
- recensie
- radioprogramma
- instructies/handleiding
- verslag/rapport
- nieuwsbericht

Slide 5 - Tekstslide

Conventies 'verslag'
1. De Lay-out (Visuele Conventies)

Titel: Een duidelijke, informatieve kop bovenaan (bijv. "Verslag over het gebruik van sociale media op school").
Koppen (Subheadings): Gebruik tussenkopjes om de verschillende secties te scheiden. Dit is verplicht voor een verslag.
Datum en Auteur: Vermeld vaak de datum en wie het verslag heeft geschreven (onderaan of direct onder de titel).
Opsommingstekens: Het gebruik van bullet points wordt aangemoedigd voor de leesbaarheid van feiten of aanbevelingen.



Helderheid: De taal moet direct en efficiënt zijn. Geen bloemrijk taalgebruik, maar focus op de feiten.

Slide 6 - Tekstslide

2. Structuur en Inhoud
Inleiding: Wat is het doel van dit verslag? Waarom schrijf je het?
Kern: Verdeeld in logische paragrafen met tussenkopjes. Hier presenteer je de bevindingen of feiten.
Conclusie/Aanbevelingen: Vat de belangrijkste punten samen en geef (indien gevraagd) een advies voor de toekomst.


Slide 7 - Tekstslide

3. Register en Stijl
Register: Formeel of semi-formeel. Vermijd straattaal of te informele afkortingen.
Objectiviteit: Gebruik vaak de lijdende vorm (passieve vorm)  ("Men heeft geconstateerd dat..." in plaats van "Ik zag dat...").

Slide 8 - Tekstslide

Verslag
* Check of je de conventies van het verslag hebt verwerkt.
* Markeer de werkwoorden in de vt
* Vul de tabel in: hele werkwoord - betekenis - werkwoord in de vt enkelvoud + meervoud
* Vul je lijstje aan tot minimaal 20 veel voorkomende werkwoorden
* Laat je lijst controleren + leer uit je hoofd!

Slide 9 - Tekstslide