1C 15 april / 7.1 t/m 7.4 herhalen

schrift controle
Woordformules
Formules met letters

7.1 t/m 7.4 herhalen
7.1 t/m 7.4 herhalen
Maak opdracht 1 t/m 8 van de herhaling op blz. 74 t/m 78
Klaar? Laten zien en nakijken
en?

Huiswerk voor maandag 19 april
LET OP! Naomi doet weer een controle van het schrift
Maak opdracht 1 t/m 8 van de herhaling op blz. 74 t/m 78
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 1

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

schrift controle
Woordformules
Formules met letters

7.1 t/m 7.4 herhalen
7.1 t/m 7.4 herhalen
Maak opdracht 1 t/m 8 van de herhaling op blz. 74 t/m 78
Klaar? Laten zien en nakijken
en?

Huiswerk voor maandag 19 april
LET OP! Naomi doet weer een controle van het schrift
Maak opdracht 1 t/m 8 van de herhaling op blz. 74 t/m 78

Slide 1 - Tekstslide

7.1 t/m 7.4 herhalen

Slide 2 - Tekstslide

Zit er regelmaat in de tabel? Zo ja, welke regelmaat?
A
Nee
B
Ja, 15
C
Ja, 30
D
Ja, 7,5

Slide 3 - Quizvraag


In deze tabel zit regelmaat.
Wat is de regelmaat ?
A
Per uur gaat er 25 m af.
B
Per minuut komt er 25 m bij.
C
Per uur gaat er 25 af.
D
Per minuut gaat er 25 m af.

Slide 4 - Quizvraag

Dit is een tabel met
regelmaat. Wat is de
regelmaat?
A
200
B
200 dagen 1 km
C
+ 200 km per dag
D
geen regelmaat

Slide 5 - Quizvraag

Als deze tabel regelmaat
heeft wat is de regelmaat
dan?
A
de tabel heeft geen regelmaat
B
elk uur gaat er 3 cm af.

Slide 6 - Quizvraag

Dit is een tabel met
regelmaat. Wat is de
regelmaat?
A
2
B
-2 cm per uur
C
2 uren per centimeter
D
geen regelmaat

Slide 7 - Quizvraag

Hoe heet de verticale as?
A
y-as
B
x-as

Slide 8 - Quizvraag

Wat zijn coördinaten?
A
Puntjes met een letter in een tabel.
B
Getallen die worden gebruikt om de plaats van een punt aan te geven.
C
Getallen die aangeven waar op de wereld je je bevindt.
D
Geen idee

Slide 9 - Quizvraag

Hoe heet de lijn die je in een assenstelsel tekent?
A
de lijn
B
de grafiek
C
assenlijn
D
geodriehoek

Slide 10 - Quizvraag

Wat zijn de coördinaten van B?
A
B ( -3 , 1)
B
B ( 1, 3 )
C
B ( 3, -1)
D
B ( 1 , -3 )

Slide 11 - Quizvraag

Wat zijn de coördinaten van F?
A
F ( -1 , 1)
B
F ( 1, 1 )
C
1, -1
D
1 , 1

Slide 12 - Quizvraag

huurprijs € = 10 + 5 x tijd in dagen
Hoeveel moet je betalen bij 3 dagen?
A
€15
B
€45
C
€25
D
€10

Slide 13 - Quizvraag

huurprijs € = 10 + 5 x tijd in dagen
Hoeveel moet je betalen bij 7 dagen?
A
€35
B
€45
C
€107
D
€10

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Video

Schrijf onderstaande formule korter
huurprijs € = 10 + 5 x tijd in dagen

Slide 16 - Open vraag

huurprijs € = 10 + 5 x tijd in dagen
voorbeelden van hoe je dit korter kan schrijven:
h = 10 + 5t
h = 10 + 5d
p = 10 + 5t
p = 10 + 5d
Als je hele andere letters gebruikt dan die logisch bij de woorden van de woordformule passen moet je goed uitleggen wat de letters betekenen
bijvoorbeeld:
x = 10 + 5m                  waarbij x de huurprijs in euro´s is en m de tijd in dagen

Slide 17 - Tekstslide

Wat betekent 5t?
A
5 x t
B
5 + t
C
geen idee

Slide 18 - Quizvraag

h = 10 + 5t
Wat is het begingetal van deze formule?

A
10
B
5

Slide 19 - Quizvraag

k = 2,50 + 0,20a
Heeft deze formule een daalgetal of stijggetal?
En wat is dat getal dan?
A
daalgetal 0,20
B
stijggetal 0,20
C
daalgetal 2,50
D
stijggetal 2,50

Slide 20 - Quizvraag

Schrijf onderstaande formule korter.
bedrag in € = 150 - 7,50 tijd in dagen

Slide 21 - Open vraag

Voorbeelden van hoe je onderstaande formule korter kan schrijven:
bedrag in € = 150 - 7,50 tijd in dagen
b = 150 - 7,50t
b = 150 - 7,50d

Als je hele andere letters gebruikt dan die logisch bij de woorden van de woordformule passen moet je goed uitleggen wat de letters betekenen
bijvoorbeeld:
k = 150 - 7,50s                       waarbij k het bedrag in euro´s is en s de tijd in dagen

Slide 22 - Tekstslide

Dat was de herhaling, nu ga je aan de slag met de opdrachten van de herhaling uit je boek.
Hierna staat welke opdrachten

Slide 23 - Tekstslide

Aan de slag

Maak opdracht 1 t/m 8 van de herhaling op blz. 74 t/m 78
Klaar? Nakijken (als de nakijkboekjes niet in de kast liggen, liggen ze in lokaal 3)

Als je nog opdrachten van eerder dit hoofdstuk moet inhalen n.a.v. de schrift controle van afgelopen maandag dan kan je daar deze les dus ook nog mee aan de slag

LET OP! Naomi doet maandag weer een schrift controle om zicht te hebben hoe dit hoofdstuk gaat bij iedereen.
Dus als je nu tijdens de les met invallers besluit weinig te doen of tegen de invaller zegt dat je niks meer hoeft te doen, moet je thuis meer doen.
Gebruik je tijd in de les dus nuttig en ga aan het werk met de opdrachten van wiskunde.
Dan heb je thuis meer tijd om leuke dingen te doen :)

Slide 24 - Tekstslide

Huiswerk voor maandag 19 april
LET OP! Naomi doet weer een schrift controle om zicht te hebben hoe dit hoofdstuk gaat bij iedereen. 

Maak opdracht 1 t/m 8 van de herhaling op blz. 74 t/m 78
Als je nog opdrachten van eerder dit hoofdstuk moet inhalen n.a.v. de schrift controle van afgelopen maandag dan zijn die ook huiswerk. 

Slide 25 - Tekstslide