3H/V Nieuwsbericht schrijven

3H/V Nieuwsbericht schrijven
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

3H/V Nieuwsbericht schrijven

Slide 1 - Tekstslide

Wat zijn ook alweer de kenmerken van een nieuwsbericht? (kijk in je aantekeningen)

Slide 2 - Woordweb

Herhaling: kenmerken nieuwsbericht
  • actueel
  • informatieve tekst
  • objectief
  • (vaak) plaatsnaam aan het begin
  • onder de kop vaak de naam van de schrijver
  • tweedeling
  • inleiding bevat samenvatting
  • 5W1H-vragen --> antwoorden 

Slide 3 - Tekstslide

De informatie in een nieuwsbericht is
A
objectief
B
subjectief

Slide 4 - Quizvraag

Een nieuwsbericht heeft een
A
tweedeling
B
driedeling

Slide 5 - Quizvraag

Een nieuwsbericht bestaat uit een
A
kern en slot
B
inleiding en kern
C
inleiding en slot
D
inleiding, kern en slot

Slide 6 - Quizvraag

Welke vragen worden vaak in de inleiding van een nieuwsbericht beantwoord?

Slide 7 - Open vraag

Nieuwsbericht bekijken
We lezen zo samen een nieuwsbericht. 
Schrijf in je schrift op welke manier je de kenmerken van een nieuwsbericht terugziet. Geef zo veel mogelijk concrete voorbeelden uit de tekst.
  • actueel
  • informatieve tekst
  • objectieve informatie
  • tweedeling
  • inleiding bevat de belangrijkste informatie
  • Antwoord op de 5W1H-vragen

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Nieuwsbericht besproken:
  • actueel --> bericht is van zaterdag 4 november 2023
  • informatieve tekst --> mening auteur staat er niet in vermeld.
  • objectieve informatie --> mening auteur wordt niet beschreven. Er wordt verteld over Barbapapa en de opname van het woord in de Van Dale.
  • tweedeling --> alinea 1 is de lead/inleiding en de rest vormt de kern. De laatste alinea bevat nog nieuwe informatie en hoort dus nog bij de kern.
  • inleiding bevat de belangrijkste informatie --> de eerste alinea vormt een samenvatting. De kern geeft achtergrondinformatie en details.
  • Antwoord op de 5W1H-vragen. Wat: Barbapapa wordt opgenomen in de Van Dale. Wie: hoofdredacteur Ton den Boon. Waarom: Het is zo algemeen talig geworden. Waar: Van Dale. Waar: /. Hoe: /. 

Slide 10 - Tekstslide

Nieuwsbericht schrijven
Lesdoel: Je leert hoe je een nieuwsbericht hoort te schrijven.

Slide 11 - Tekstslide

Stap 1: onderwerp bepalen

Slide 12 - Tekstslide

Stap 2: leespubliek bepalen

Slide 13 - Tekstslide

Op welke 5 punten kun je ook alweer letten voor het vaststellen van het leespubliek?

Slide 14 - Woordweb

Leespubliek
  • Bepaal je leespubliek zo concreet mogelijk. Bijvoorbeeld: volwassenen algemeen (nieuws). Kinderen van basisschoolleeftijd met interesse in dieren (Freeks wilde wereld). Etc.  

Slide 15 - Tekstslide

Bedenk nu hoe jij je tekst zo goed mogelijk kunt afstemmen op jouw leespubliek:

lay-out
wel/geen kleur, afbeeldingen, lettertype, etc.
bron
in welke bron komt jouw tekst?
onderwerp
sluit dit aan bij je leespubliek?
taalgebruik
denk na over zinslengte, vaktaal, moeilijke/makkelijke woorden, jongerentaal of juist formeel taalgebruik, etc.
aanspreekvorm
u/je

Slide 16 - Tekstslide

Stap 3: informatie verzamelen
Informatie verzamelen: verzamel de antwoorden op de 5W1H-vragen en noteer deze

> wie, wat, waar, wanneer en hoe?

Slide 17 - Tekstslide

Stap 4: volgorde bepalen & schrijfplan invullen
Zet de belangrijkste informatie in de inleiding: wie, wat, waar, wanneer.

De overige informatie (achtergrondinformatie, toelichting, etc.) zet je in de kern: waarom & hoe.
Breng op de juiste manier alinea's aan: in de kern behandel je één w-vraag per alinea.

Op deze manier is je tekst 'oprolbaar' (van belangrijk naar minder belangrijk)

Slide 18 - Tekstslide

Schrijfplan invullen

Slide 19 - Tekstslide

Stap 5: schrijf de tekst
  1. Begin met de inleiding. 
  2. Schrijf daarna de rest van de tekst.
  3. Schrijf tot slot de kop. 

Denk ook aan je naam (schrijver) en plaatsnaam bij het nieuwsbericht.

Slide 20 - Tekstslide

Stap 5: schrijf gevarieerd!
> wissel de lengte van de zinnen af

Veel korte zinnen? Voeg zinnen samen met een voegwoord.
Koningin Maxima kwam te laat op het congres, omdat ze met Lex de tango stond te dansen op de oprit van Paleis Soestdijk en de tijd vergat.
Veel lange zinnen? Maak er losse zinnen van en gebruik verwijswoorden.
Minister Rutte kwam gisteren laat aan voor het congres in Kopenhagen.
Hij ontmoette daar de vicepresident  Knäckebröd van Denemarken.


Slide 21 - Tekstslide

Stap 5: schrijf gevarieerd!
> zinvolgorde afwisselen (= inversie)

De politie is het afgelopen vaak geconfronteerd met geweld en bedreiging.

Het afgelopen jaar is de politie vaak geconfronteerd met geweld en bedreiging.

Het zinsdeel dat voorop staat, krijgt de meeste nadruk !



Slide 22 - Tekstslide

Stap 5: schrijf gevarieerd!
> woordkeuze afwisselen

Gebruik niet steeds hetzelfde woord, gebruik dan liever:

1. een synoniem (opa-grootvader)
2. een verwijswoord (opa-hij)
3. een omschrijving (opa-de oude man)


Slide 23 - Tekstslide

Stap 5: spellingcontrole in word
> pas op met de spellingcontrole in Word!

Het programma haalt wel typ- en spelfoutjes uit je tekst.
Let op hoofdletters, interpunctie en dubbel woorden, maar...

In werkwoordspelling is Word erg slecht!
> wanneer veranderd en wanneer verandert? Dat weet hij niet!
Dus pas op met Word als checker van je werkwoordspelling !


Slide 24 - Tekstslide

Stap 6: Bronnen
Vermeld overal je bronnen. Bijvoorbeeld: 
  • Dat schrijft onderzoeker Lidwien Smit van de Universiteit Utrecht in het Algemeen Dagblad.
  • Dat zegt een woordvoerder van de provincie tegen nu.nl.
  • Dat zei de minister van Justitie en Veiligheid dinsdag in Nieuwsuur.

Slide 25 - Tekstslide

Stap 7: lay-out
De tekst staat er. Werk nu nog aan een goede, passende lay-out.
Denk aan: 
  • lettertype & lettergrootte (kop, tussenkopjes, gewone tekst)
  • wel/geen kleurgebruik
  • wel/geen afbeeldingen
  • alinea's --> witregels

Slide 26 - Tekstslide

Stap 8: controleer
Controleer je tekst op inhoud, opbouw en taal. Tip: laat ook iemand anders je tekst daar nog eens op beoordelen.
  • Inhoud: staat alles er in? Klopt het wat je hebt geschreven? Ben je volledig? Ben je duidelijk? Begrijpt de lezer je, denk je? Ben je objectief?
  • Volgorde: staat de informatie in een logische volgorde? Heb je een duidelijke tweedeling? 
  • Taal: is de spelling in orde? Heb je goede, begrijpelijke zinnen geformuleerd? Zijn je zinnen niet te lang? 

Slide 27 - Tekstslide

Stap 9: aanpassen & verbeteren
Verbeter je tekst waar nodig. Gebruik de feedback die je hebt ontvangen.

Slide 28 - Tekstslide