Maagsonde en sondevoeding

Maagsonde en Sondevoeding




                                                                                                                                 JG
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2,3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Maagsonde en Sondevoeding




                                                                                                                                 JG

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Indicaties voor sondevoeding?

Slide 2 - Woordweb

- Chronische darmaandoening(ziekte van Crohn) 
- Aandoening keel, slokdarm en maag
- Neurologische aandoening die 
- Slikstoornissen veroorzaakt
- Coma
- Onvoldoende zelf kunnen eten en drinken
Sonde plaatsingen


Neus- maagsonde
duodenum
jejunum


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Percutaan Endoscopische gastrostomie = via de huid, met behulp van een endoscoop in de maag. 

Percutaan Endoscopische Jejunostomie = via de huid in de dunne darm geplaatst met een endoscoop (nuchtere darm)
Sonde Situatie Waar zit de sonde? Hoe wordt de sonde aangebracht? Voorbeeld
Microsonde Kortdurende voeding of medicatietoediening Via de neus naar de maag Ingebracht door de neus en naar de maag geleid, vaak met behulp van een verdovende gel1. Een patiënt die herstelt van een operatie en tijdelijk niet kan slikken.
PEG-sonde Langdurige voeding, wanneer orale inname niet mogelijk is Via een incisie in de buik direct in de maag Geplaatst via een kleine incisie in de buik met behulp van een endoscoop2. Een patiënt met een neurologische aandoening zoals ALS, die niet meer kan slikken.
PEJ-sonde Langdurige voeding direct in de dunne darm, vooral bij patiënten die geen voeding in de maag kunnen verdragen Via een incisie in de buik naar de dunne darm (jejunum) Geplaatst via een PEG-sonde en verder geleid naar de dunne darm onder endoscopische controle3. Een patiënt met ernstige reflux of maagverlamming (gastroparese).
Mic-key Button Langdurige voeding, vaak als vervanging van een PEG-sonde voor meer comfort en discretie Via een incisie in de buik direct in de maag Geplaatst in hetzelfde gaatje als de PEG-sonde, vastgehouden door een ballonnetje gevuld met water2. Een kind met cerebrale parese dat langdurige sondevoeding nodig heeft.
Hevelsonde Afvoeren van maaginhoud, bijvoorbeeld bij obstructies of na operaties Via de neus of mond naar de maag Ingebracht door de neus of mond en naar de maag geleid1. Een patiënt met een darmobstructie die maaginhoud moet afvoeren om misselijkheid en braken te voorkomen.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Neonaten zijn een bewezen hoog‑risicogroep 
Hogere strottenhoofd, grotere tong, andere epiglottis → anatomisch grotere kans op misgeleiding.
Onrijpe slik‑ en hoestreflexen → minder bescherming.
Veel huilen = openstaande epiglottis → verhoogd risico.
Zachte, kleine luchtwegstructuren → sonde komt sneller op verkeerde plek
Waar let je op bij het inbrengen van de neus-maagsonde? Hoe bepaal je de lengte?

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Video

Deze slide heeft geen instructies

sondevoeding toedienen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cliënt A. heeft sinds een week een neusmaagsonde en 3xdgs voeding. Jij gaat vandaag de sondevoeding aansluiten. Welke bewering over controle ligging sonde is juist.
A
Controle ligging is niet nodig; ze heeft sonde al een week.
B
Eén keer per dag ligging controleren door pH-meting is voldoende.
C
Voor elke toediening ligging visueel controleren.

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke checkvragen kun je stellen aan de zv. om te controleren of de sonde eventueel is verplaatst?

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Inloop snelheid berekenen

Iemand krijgt 2 liter sondevoeding per dag.
De sondevoeding wordt gegeven van 19.00 tot 7.00 uur.
Op welke stand komt de pomp te staan ( in ml/uur)?

Slide 20 - Tekstslide

rekensom = pompstand ml/uur = hoeveel ml : tijdsduur = pompstand

2 liter = 2000 ml
19-7 uur = 12 uur 
2000 : 12 = 167 ml/uur


Medicatie via de sonde
Waar let je op?
  • Op het recept aan geven dat het medicatie via sonde betreft, apotheek zorgt voor juiste toedieningsvorm.
  • Geen gecoate medicijnen fijnmalen tenzij apotheek aangeeft dat dit kan.
  • Sonde altijd naspoelen met lauw water ivm verstoppen

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Geef antwoord op de volgende vragen.
1. Op welke 3 manieren kun je SV toedienen en wat zijn de belangrijkste aandachtspunten? 
2. Hoe bereken je de pompstand van de voedingspomp?
3. Wat kan er aan de hand zijn als een zorgvrager begint te braken bij toediening sondevoeding?
4. Waar let je op qua materiaalgebruik van de voeding en de systemen/spuiten?
5. Hoe ga je te werk bij het toedienen van medicatie via de sonde? 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies