10.4 & 10.5 Esters & spiegelbeelden

  • Ester vorming en naamgeving
  • Asymmetrisch koolstofatoom
  • Spiegelbeeld isomerie 

Wat leren we vandaag?
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

  • Ester vorming en naamgeving
  • Asymmetrisch koolstofatoom
  • Spiegelbeeld isomerie 

Wat leren we vandaag?

Slide 1 - Tekstslide

Karakteristieke groep:  


R-groep: CnH2n+1COOH
Naamgeving:  
Uitgang: –zuur
Zijgroep: -COOH (carboxylgroep)




butaanzuur        butaandizuur
Herhaling: alkaanzuren

Slide 2 - Tekstslide



Telling van de keten vanaf het c-atoom waar de zuurgroep aanhangt
Naam van het zuurrest-ion eindigt op -oaat

Slide 3 - Tekstslide

geef de systematische naam van dit molecuul
A
4-aminobutaanzuur
B
3-aminopropaanzuur
C
1-aminobutaan-4-zuur
D
1-aminopropaan-3-zuur

Slide 4 - Quizvraag

Estervorming: de zuurgroep reageert met de hydroxy-groep






H2O komt vrij: een condensatie reactie 

Estervorming: een condensatiereactie

Slide 5 - Tekstslide

Dit molecuul is een
A
Ether
B
Aldehyd
C
Ester
D
Keton

Slide 6 - Quizvraag

Ester naamgeving
De zuurgroep reageert met de alcoholgroep

Alkylgroep (alcohol kant) → -yl
Zuurrest (zuurkant) → -oaat
Water: OH van het zuurdeel en de H van het alcoholdeel

Zuurgroep heeft hoogste prioriteit ➡  de -oaat groep komt achteraan


Slide 7 - Tekstslide

Ester naamgeving
De zuurgroep reageert met de alcoholgroep

Alkylgroep (alcohol kant) → -yl
Zuurrest (zuurkant) → -oaat
Water: OH van het zuurdeel en de H van het alcoholdeel

Zuurgroep heeft hoogste prioriteit ➡  de -oaat groep komt achteraan

Ethaanzuur + ethanolethylethanoaat

Slide 8 - Tekstslide

Wat zijn de beginstoffen van deze ester?
A
methanol en ethaanzuur
B
ethanol en butaanzuur
C
butanol en ethaanzuur
D
propaan-1-ol en ethaanzuur

Slide 9 - Quizvraag

Hoe heet deze ester?
A
methylethanoaat
B
ethanylbutanoaat
C
butylethanoaat
D
propylethanoaat

Slide 10 - Quizvraag

  • Als een zuur reageert met een alkanol ontstaat een ester. Dat is een condensatiereactie. Daarbij ontstaat uit twee moleculen een nieuw groter molecuul.

  • Er wordt ook een klein molecuul afgesplitst, in dit geval water ('condens').

  • Bij de hydrolyse van een ester ontstaan een alkanol en een carbonzuur.

  • Je geeft een ester een naam door na te gaan welk deel afkomstig is van de alkanol (-yl) en welk deel afkomstig is van het zuur (wordt -oaat). Uit een alkanol en een alkaanzuur ontstaat een alkylalkanoaat en water.
Esters samengevat

Slide 11 - Tekstslide

Structuurisomerie: dezelfde molecuulformule, andere structuurformule  

Stereoisomerie, andere ruimtelijke vorm
  • cis-transisomerie: bij de aanwezigheid van een starre binding (C=C of ringstructuur)
  • spiegelbeeldisomerie: ?
Isomerie

Slide 12 - Tekstslide

Spiegelbeeld isomerie: een andere ruimtelijke bouw
Zelfde chemische eigenschappen zoals kookpunt en polariteit

Maar............

Andere fysische eigenschappen zoals geur en smaak.


Slide 13 - Tekstslide

Introductie: het asymmetrisch koolstofatoom
  • Een koolstofatoom dat in het molecuul 4 verschillende groepen heeft (C*)

  • Als er een asymmetrisch C-atoom is, is spiegelbeeldisomerie mogelijk

  • Het spiegelbeeld van het molecuul is niet identiek aan het origineel, maar is een isomeer van het origineel: spiegelbeeldisomeer 




    Slide 14 - Tekstslide

    Introductie: het asymmetrisch koolstofatoom
      • Een asymmetrisch koolstof atoom geeft een asymmetrisch molecuul
      • Deze twee moleculen zijn dus elkaars spiegelbeeld. De twee moleculen lijken sterk op elkaar, maar de ruimtelijke bouw is echt verschillend! 







      • Het maximale aantal stereoisomeren (incl. cis/trans en spiegelbeeld) = 2n

      Slide 15 - Tekstslide

      Heeft 2-chloorpentaan een asymmetrisch c-atoom? Zo ja welke?
      A
      Nee
      B
      Ja, de 1e C van links
      C
      Ja, de 2e C van links
      D
      Ja, de 3e C van links

      Slide 16 - Quizvraag

      Hoe teken je dat dan?






          Let op:
          de stippellijn betekent dat de binding naar achteren steekt 
          de dikke lijn is naar voren.





          Slide 17 - Tekstslide

          Inwendig spiegelvlak
              Symmetrische figuren hebben één of meerdere inwendige spiegelvlakken. De helft aan de ene kant van het spiegelvlak is het spiegelbeeld van de andere helft.  




              Slide 18 - Tekstslide

              Inwendig spiegelvlak
                  Symmetrische figuren hebben één of meerdere inwendige spiegelvlakken. De helft aan de ene kant van het spiegelvlak is het spiegelbeeld van de andere helft.  

                  Heeft een molecuul een inwendig spiegelvlak dan heeft ie geen spiegelbeeldisomeer



                  Slide 19 - Tekstslide

                  Een asymmetrisch koolstof atoom geeft een asymmetrisch molecuul, ook bij cyclische structuren

                  Het kan lastig zijn om te herkennen of er spiegelbeeldisomerie mogelijk is bij moleculen. Dit trucje kan uitkomst bieden: ga op zoek naar een C-atoom waar vier verschillende (groepen van) atomen aan gebonden zijn.

                  Bij cyclische structuren: kijk aan de linkerkant van de C en aan de recterkant van de C. Verschillend?
                  Asymmetrisch koolstofatoom bij cyclische structuren

                  Slide 20 - Tekstslide

                  Bij welk molekuul is de asymmetrische C atoom correct aangegeven
                  A
                  A
                  B
                  B
                  C
                  C
                  D
                  D

                  Slide 21 - Quizvraag

                  Bij welk molekuul is de asymmetrische C atoom correct aangegeven?

                  Slide 22 - Tekstslide

                  • Een asymmetrisch C atoom, C*, heeft vier verschillende groepen om zich heen.

                  • Er is sprake van spiegelbeeldisomerie als een molecuul een asymmetrisch C atoom heeft. Dan zijn het molecuul en zijn spiegelbeeld niet identiek.

                  • Ook bij cyclische structuren komt een C* voor als zich aan een C atoom vier verschillende groepen bevinden. Je bekijkt dan ‘linksom’ en ‘rechtsom’ in de ring of de groepen verschillend zijn.
                  Spiegelbeeld isomerie samenvattengevat

                  Slide 23 - Tekstslide

                  Schrijf 3 dingen op die je voor de toetsweek wil bespreken
                  timer
                  2:00

                  Slide 24 - Open vraag

                  Stel 2 vragen over iets dat je deze les nog niet zo goed hebt begrepen
                  timer
                  2:00

                  Slide 25 - Open vraag

                  Geef 1 tip aan je docent voor de volgende keer
                  timer
                  1:00

                  Slide 26 - Open vraag

                  Slide 27 - Tekstslide

                  Ether: 


                  Alkoxyalkanen

                  een subgroep van ethers
                  • Als zijgroep: - O – C – R (-oxygroep):
                  • Methoxygroep: O - CH3
                  • Ethoxygroep: O - CH2 – CH3

                  Ethoxyethaan
                  Ethers & alkoxyalkanen

                  Slide 28 - Tekstslide

                  Karakteristieke groep:  


                  R-groep: CnH2n+1 

                  Naamgeving:  
                  Uitgang: –al 
                  Voorvoegsel: oxo- 

                  Alkanal  

                  Hex-2-enal
                  Aldehyden

                  Slide 29 - Tekstslide

                  Karakteristieke groep:  


                  R-groep: CnH2n+1 
                  Naamgeving:  
                  Uitgang: –on
                  Voorvoegsel: oxo- 

                  Alkanon

                  Butanon
                  Ketonen

                  Slide 30 - Tekstslide