TC B1 thema 1.8 + herhaling

B1 Thema 1.8 + herhaling
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet okรฉ

Onderdelen in deze les

B1 Thema 1.8 + herhaling

Slide 1 - Tekstslide

21 januari 2026
Huiswerk nakijken   + oefening 99                                 Vertel in de groep.

Thema 1.8

LessonUp: herhaling thema 1

Herhaling praatplaat: het hobbyhuis 








Slide 2 - Tekstslide

Woordenschat
1. betrouwbaar
2.de rommel
3. openstaan voor
4. graven
5. knutselen
6. versieren
7. zaaien
8. timmeren
9. in verband met
10. snoeien

Slide 3 - Tekstslide

Woordenschat
1. fluiten
2. aan de slag gaan
3. gastvrij
4. heimwee krijgen
5. lievelings-
6. ondanks
7. ontstaan
8. de uitdaging
9. weigeren
10. de ruimte

Slide 4 - Tekstslide

Wordwall
Schrijf een zin.
Gebruik het woord!

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Link

Werk in groepjes
Vul de blauwe woorden die we geleerd hebben 
op de juiste plek in de tabel in. 



Slide 7 - Tekstslide

Vaste combinaties
                              
                              Weet jij welk werkwoord erbij kan?

                   Voorbeeld:    een handtekening   +    ZETTEN

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Link

Maak 4 zinnen met 'aan het'
Schrijf zinnen van 6 woorden.

Voorbeeld: Ik ben de was aan het doen.

Slide 10 - Tekstslide

Wat doet zij?

Slide 11 - Open vraag

Wat doet de jongen?

Slide 12 - Open vraag

Wat doen zij?

Slide 13 - Open vraag

Wat doet hij?

Slide 14 - Open vraag

Handige zinnen
Pak papier!
Wat vind je leuk? Maak een zin met "om te". 

Wat doe je NIET GRAAG?

โ€˜Schrijf een zin met minimaal 5 woorden.




Slide 15 - Tekstslide

Schrijf vier zinnen met:
1. onafhankelijk
2. lievelings-
3. klaarmaken
4. onder leiding van

Slide 16 - Open vraag

De voltooide tijd

Slide 17 - Tekstslide

Schrijf het voltooid deelwoord:

Ik heb vlakbij de kust (snorkelen)

Slide 18 - Open vraag

Schrijf het voltooid deelwoord:

Ik heb mijn hond (trainen)

Slide 19 - Open vraag

Schrijf het voltooid deelwoord:

Ik heb mijn enkel (kneuzen)

Slide 20 - Open vraag

Schrijf de zin in de voltooide tijd:

De pianist speelt prima.

Slide 21 - Open vraag

Zet de zin in de voltooide tijd:

De kapper knipt mijn haar in een mooi model.

Slide 22 - Open vraag

Ben je klaar voor de toets?
๐Ÿ˜’๐Ÿ™๐Ÿ˜๐Ÿ™‚๐Ÿ˜ƒ

Slide 23 - Poll