In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 50 min
Onderdelen in deze les
§4.2 Meten van welvaart en welzijn
Slide 1 - Tekstslide
Planning
- Herhaling §4.1
- huiswerk check
- Leerdoelen
- Uitleg
- Opdrachten nakijken par. 4.1
Slide 2 - Tekstslide
Leerdoelen
- Je weet hoe je welvaart en welzijn meet.
- Je begrijpt dat welzijn meer zegt over de levensomstandigheden in een land dan welvaart.
- Je kunt een verband leggen tussen bbp/hoofd en de verdeling van de beroepsbevolking.
Slide 3 - Tekstslide
De armoedegrens is overal hetzelfde
A
Waar
B
Niet waar
Slide 4 - Quizvraag
In welk land ligt de armoedegrens hoger?
A
Haïti
B
Noorwegen
C
Nigeria
D
Indonesië
Slide 5 - Quizvraag
bijdrage BNP
rijk land
belasting betalen
ruilhandel
arm land
ongeschoold werk
scharrel
economie
Slide 6 - Sleepvraag
Welvaart hoort bij:
A
Rijkdom
B
Macht
C
Geluk
Slide 7 - Quizvraag
Wat is bbp?
A
Buitenlandse Belasting Politie
B
Bruto Binnenlands Product
C
Bruto Broodprijs
D
Bizar Belachelijk Probleem
Slide 8 - Quizvraag
Het bruto binnenlands product (bbp) van India is .......... dan het bbp van Nederland en het gemiddelde bbp per inwoner van India is .......... dan het gemiddelde bbp per inwoner van Nederland.
A
Lager/hoger
B
Hoger/hoger
C
Hoger/lager
D
Lager/lager
Slide 9 - Quizvraag
In het denkbeeldige land Oravia zijn in 2022 de totale inkomsten 1 miljard euro. Er wonen in dat land 2 miljoen mensen. Wat is het bbp per hoofd?
Slide 10 - Open vraag
Argentinie
India
Japan
Mali
Nigeria
Zuid-Korea
Slide 11 - Sleepvraag
Hoeveel procent van de mensen verdient minder dan $ 1,90 (= € 1,70) per dag in Peru, Nigeria en Zuid-Afrika?
Slide 12 - Open vraag
In welk land ligt de armoedegrens het hoogst?
A
Nederland
B
Haiti
Slide 13 - Quizvraag
In welk land is de koopkracht het grootst?
A
Nederland
B
Japan
C
India
D
Zwitserland
Slide 14 - Quizvraag
Samen lezen 4.2
Slide 15 - Tekstslide
Meten van welvaart
Je hebt drie manieren om welvaart te meten:
Door het bruto binnenlands product per hoofd (bbp/hoofd) van de bevolking. Dit is het bedrag dat in een jaar wordt verdiend in één land.
Het welzijn, ook wel de levensomstandigheden van mensen genoemd.
De verdeling van de beroepsbevolking, dat zijn alle mensen die tegen betaling werken plus de werklozen.
Slide 16 - Tekstslide
Hoe meet je welzijn?
Koopkracht
Alfabetiseringsgraad
levensverwachting
Slide 17 - Tekstslide
Beroepsbevolking
Hoe meer mensen er in de landbouw werken, hoe armer het land.
BBP/hoofd
Het bbp/hoofd is alles wat in een jaar in één land wordt verdiend gedeeld door het aantal inwoners. Het bbp wordt uitgedrukt in euro's of dollars om zo landen met elkaar te kunnen vergelijken. Het bbp/hoofd in Nederland is ongeveer 41.000 euro en in Niger maar 725 euro.
Er zit wel een nadeel aan het bbp/hoofd, in dit bedrag wordt namelijk niet het 'zwart' werken meegewerkt of de scharreleconomie/informele sector.
Welzijn
Het welzijn wordt op drie manieren bekeken:
1. Door de levensverwachting. Dan kijk je naar hoe oud mensen worden die nu geboren worden gemiddeld zullen worden.
2. De koopkracht. Dit geeft aan hoeveel je in elk land voor één euro of dollar kan kopen. Dit is belangrijk want niet in elk land zijn de prijzen hetzelfde. Het is dus eerlijker om uit te gaan van de koopkracht dan van het bbp/hoofd, om verschillen in welvaart tussen landen te vergelijken.
3. De alfabetiseringsgraad. Hieraan kan je zien hoeveel mensen boven de 15 jaar kunnen lezen of schrijven. In veel arme landen zijn mensen analfabeet (= die kunnen niet lezen of schrijven).
Slide 18 - Tekstslide
Slide 19 - Tekstslide
Welzijn wereldwijd
Slide 20 - Tekstslide
Welzijn wereldwijd
Slide 21 - Tekstslide
De wereld ingedeeld naar ontwikkelingsgraad
De wereld kan je indelen in drie groepen landen, namelijk:
1. Centrumlanden
1. Centrumlanden. Dit zijn landen die het meest ontwikkeld zijn (koplopers), waaronder Nederland. Mensen in deze landen verdienen veel geld en werken in de dienstensector. Deze landen spelen de grootste rol in de wereldhandel.
2. Semiperiferie
2. Semiperiferie. Dit zijn landen die al een eind op weg zijn in hun ontwikkeling, zoals Zuid-Afrika, Brazillië & China. De welvaart neemt hier snel toe. Zij hebben een steeds grotere rol op gebied van de wereldhandel.
3. Periferie
3. Periferie. Dit is een groep ontwikkelingslanden, zoals Niger. Dit zijn de achterblijvers. Veel mensen hebben hier een laag inkomen en werken in de landbouw. Kleine rol in de wereldhandel.