5/3 WKMD Code+ 3 + 5 Eten en drinken + De weg vragen

                                          Welkom!
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 70 min

Onderdelen in deze les

                                          Welkom!

Slide 1 - Tekstslide

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in de kluis
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek, Chromebook, JdW-map, etui 

Slide 2 - Tekstslide

Planning donderdag 5 maart
  • Eten en drinken
  • Lekker en niet lekker
  • werkbladen bij Code+ h3
  • leesboekje Lowan Eten en drinken
  • De weg vragen H5 + werkblad

Slide 3 - Tekstslide

Lesdoelen: Na deze les ...
  • kan ik een zin maken met het werkwoord eten en drinken (iedereen)
  • ken ik verschillende woorden die bij het thema eten horen (iedereen)
  • kan ik zeggen dat ik iets wel of niet lekker vind (H3)
  • weet ik hoe ik de weg moet vragen (H5)
  • begrijp ik het als iemand mij de weg wijst (H5)

Slide 4 - Tekstslide

Eten
Ik eet
jij/zij/hij eet
wij/jullie/zij eten



Slide 5 - Tekstslide

Maak een zin met het woord 'eet'.

Slide 6 - Open vraag

drinken
Ik drink
jij/zij/hij drinkt
wij/jullie/zij drinken



Slide 7 - Tekstslide

Maak een zin met het woord 'drink' of 'drinkt'

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Video

Code+ hoofdstuk 3 


I

Slide 10 - Tekstslide

Lekker en niet lekker
lekker vinden:             Ik vind ijs lekker. Ik vind groente niet lekker.
houden van:                Hij houdt van chips. Ik houd niet van water.
heerlijk vinden:          Wij vinden muntthee heerlijk.
dol zijn op:                    Zij is dol op soep.
graag eten/drinken: Ik eet graag brood. Ik drink graag koffie.



Slide 11 - Tekstslide

Zeggen wat je lekker vindt
Lekker!
Heerlijk!

Ik vind koffie lekker. Ik hou van koffie.
Anne houdt van jam.
Mohamed eet graag vlees.
Ik ben gek op patat.


Slide 12 - Tekstslide

Zeggen wat je niet lekker vindt
Ik  hou niet van thee.
Anne houdt niet van jam.
Mohamed eet niet graag vlees.
Dat lust ik niet.

Bah! Vies! (informeel-> niet netjes)

Slide 13 - Tekstslide

Team Lowan
  • woorden bij het thema Eten en drinken
  • maken werkbladen
  • woorden oefenen

Slide 14 - Tekstslide

Teams Radi en Esinn Code+ H3
  • werkblad maken bij hoofdstuk 3
  • spreekopdracht bij papier: Vertel een verhaal (zinnen) bij het plaatje

Slide 15 - Tekstslide

Team Yusuf Code+ H5
  • uitleg + filmpje
  • werkblad bij hoofdstuk 5

Slide 16 - Tekstslide

De weg vragen H5

Slide 17 - Tekstslide

Doel 
  • Je kan iemand de weg vragen.  

 

Slide 18 - Tekstslide

Hoe vraag je de weg?
  •  Sorry, mag ik iets vragen?
  •  Weet u waar de.... is?
  •  Ik zoek de bibliotheek.
  •  Weet u waar die is?
  • Mevrouw/meneer, weet u waar....................is?

Slide 19 - Tekstslide

Mag ik wat vragen?
  • Waar is het station? 
  • Antwoord:
  • Je gaat linksaf. Dan ga je rechtdoor. Dan zie je aan het einde van de weg het station.
  • OF: rechtdoor en dan de tweede straat linksaf.
  • OF: Sorry, ik woon hier niet.

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

De weg vragen

Hallo mevrouw/meneer,
mag ik u wat vragen? 

Waar is de bushalte/supermarkt? 



Wat je kan antwoorden:

1) Sorry, ik begrijp u niet. 

2) Kunt u dat herhalen? 

3) Kunt u alstublieft wat langzamer praten? 



Slide 23 - Tekstslide

Voorbeeld
1) Je loopt eerst rechtdoor.
2) Bij de Etos ga je naar rechts/links.
3) Dan neem je de tweede straat links/rechts.
4) Mijn huis zit aan de rechterkant/linkerkant.
5) Tegenover de Zeeman.



Slide 24 - Tekstslide

Lesdoelen: Na deze les ...
  •  ik kan een zin maken met het werkwoord eten en drinken 
  • ik ken verschillende woorden die bij het thema eten horen 
  • ik kan zeggen dat ik iets wel of niet lekker vind (H3)
  • ik weet hoe ik de weg moet vragen (H5)
  • begrijp ik het als iemand mij de weg wijst (H5)

Slide 25 - Tekstslide

Fijne dag! Tot de volgende keer!

Slide 26 - Tekstslide

Iets kopen op de markt of in een winkel
  • Wie is er aan de beurt?
  • Ik: Goedemorgen, twee kilo bananen, alstublieft
  • Wat mag het zijn?
  • Twee bruine broden, alstublieft
  • Anders nog iets?
  • Nee, dat was het. 
  • Ja, nog een stokbrood, alstublieft.
  • Wilt u een tasje? Dat kost wel 25 cent.
  • Ja, graag. 
  • Wilt u pinnen of contant betalen?

I

Slide 27 - Tekstslide

Iets kopen op de markt of in een winkel
  • Wilt u een tasje? Dat kost wel 25 cent.
  • Ja, graag. 
  • Wilt u pinnen of contant betalen?
  • Pinnen graag.
  • Tot ziens! Fijne dag!

I

Slide 28 - Tekstslide