STARTREKENEN VO 2F: H3 - les 1

1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen vandaag
Aan het einde van de les ken je:
Manieren van handig rekenen bij vermenigvuldigen; 
- omkeren
- splitsen
- veranderen
- vergroten of verkleinen 
- schakelen 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tafels

Je moet de tafels van 1 t/m 12 kennen om deze manieren goed te kunnen toepassen. 

https://tafeltjesleren.nl/

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omkeren
Je kunt getallen in een vermenigvuldiging OMKEREN. De uitkomst blijft dan hetzelfde. 

15 x 4 =                             4 x 15 = 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op.
12 x 3 =

Slide 5 - Open vraag

Strategieën bespreken
Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op.

11 x 6 =

Slide 6 - Open vraag

Strategieën bespreken
Splitsen
Je kunt een van de getallen in een vermenigvuldiging splitsen.

Voorbeeld: 6 x 43 = 
Stap 1: Splits een van de getallen.            43 splits je in 40 en 3.
Stap 2: vermenigvuldig de getallen.       40 x 6 = 240 
                                                                                  3 x 6 = 18 
Stap 3: tel de uitkomsten op.                      240 + 18 = 258

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op.

28 x 5 =

Slide 8 - Open vraag

Strategieën bespreken
Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op.

27 x 6 =

Slide 9 - Open vraag

Strategieën bespreken
Veranderen 
Je kunt een getal in een vermenigvuldiging veranderen in een getal waarmee je makkelijker kunt rekenen. Je maakt een van de getallen dan groter of kleiner. 
Voorbeeld: 19 x 3 = 

Stap 1: verander een van de getallen en reken de vermenigvuldiging uit.        19 x 3 = 
                                                                                                                                                              20 x 3 = 60 
Stap 2: verreken het verschil.                                                                                                 Je hebt nu 1 x 3 = 3                                                                                                                                                                     te veel. Dit moet je                                                                                                                                                                     er weer afhalen. 
                                                                                                                                                               60 - 3 = 57
19 x 3 = 57

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op.

8 x 31 =

Slide 11 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op.

4 x 21 =

Slide 12 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Vergroten of verkleinen
Je kunt in een vermenigvuldiging het ene getal vergroten door het met een getal te vermenigvuldigen. Je moet dan het andere getal verkleinen door hetzelfde getal te delen. Voorbeeld: 
                        5       x        18 = 
                  x2                           :2 

                       10 x 9  = 90
                       

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op

28 x 5 =

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op

24 x 4 =

Slide 15 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Schakelen 
Je kunt een vermenigvuldiging met meer dan twee getallen makkelijker maken door te schakelen. Je vermenigvuldigt dan eerst twee getallen die bij elkaar passen. 
Voorbeeld: 

12 x  4 x 5  = 
12 x 20 = 240 

               
              

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Reken de som uit op kladpapier - schrijf het antwoord op

23 x 5 x 2 =

Slide 17 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Handig rekenen met nullen blz.68
Je kunt in een vermenigvuldiging met getallen die op nullen eindigen eerst de nullen wegstrepen. Daarna zet je het totaal aantal nullen in de uitkomst terug. 

Stap 1. Streep de nullen weg 
Stap 2. Reken de vermenigvuldiging uit. 
Stap 3. Zet alle nullen terug in de uitkomst. 
 
5(00) x 3(0.000)=
5 x 3 = 15
500 x 30.000 = 15. 000.000

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2 blz. 65
12 x 14 =

Welke strategie gebruik je?

Slide 19 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

4 x 21 = 84
Opdracht 2 blz. 65
4 x 21 =

Welke strategie gebruik je?

Slide 20 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

26 x 5 = 130
Opdracht 2 blz. 65
50 x 10 =
Welke strategie gebruik je?

Slide 21 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

50 x 10 = 500
Opdracht 2 blz. 65
7 x 5 x 6 =
Welke strategie gebruik je?

Slide 22 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

7 x 5 x 6 = 210
Opdracht 2 blz. 65
6 x 36 =
Welke strategie gebruik je?

Slide 23 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

6 x 36 = 216
Opdracht 2 blz. 65
28 x 5 =
Welke strategie gebruik je?

Slide 24 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

28 x 5 = 140
Opdracht 2 blz. 65
23 x 5 x 2 =
Welke strategie gebruik je?

Slide 25 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

23 x 5 x 2 = 230
Opdracht 2 blz. 65
80 x 600 =
Welke strategie gebruik je?

Slide 26 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

80 x 600 = 48.000
Opdracht 2 blz. 65
7 x 36 =
Welke strategie gebruik je?

Slide 27 - Open vraag

Strategieën bespreken

Gebruik de strategie die jij het makkelijkste vindt!

7 x 36 = 252
Vermenigvuldigen met decimale getallen 
Bij het vermenigvuldigen van decimale getallen kun je de vermenigvuldiging eerst zonder komma uitrekenen. Je zet de komma daarna op de juiste plaats in de uitkomst. 

Voorbeeld: 7 x 0,4 = 
                        7 x     4 = 28
                        7 x 0,4 = 2,8 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Handig rekenen bij decimale getallen
Je kunt de manieren van handig rekenen ook gebruiken bij het vermenigvuldigen van decimale getallen. 
Voorbeeld: 8 x 1,6 = 

Stap 1. Splits 1 van de getallen                              Splits 1,6 in 1 en 0,6                              Stap 2. Vermenigvuldig de getallen                   8 x 1 = 8       8 x 0,6 = 4,8
Stap 3. Tel de uitkomsten op                                   8 + 4,8 = 12,8 

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk 14 december!
Boek: 
Maak de startopdracht 
Maak opdracht 1 t/m 11

Studiemeter Huiswerk: 
Startrekenen online --> 2F VO (paarse leerwerkboek) --> Domein 1 getallen --> oefeningen --> vermenigvuldigen --> handig vermenigvuldigen met gehele getallen --> handig vermenigvuldigen met decimale getallen

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen vandaag
Aan het einde van de les ken je:
  • Manieren van handig rekenen bij vermenigvuldigen; omkeren, splitsen, veranderen, vergroten of verkleinen en schakelen (je moet de tafels van 1 t/m 12 kennen om deze manieren goed te kunnen toepassen). 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies