Les 8 Slim omgaan met wasgoed, de was sorteren

Slim omgaan met wasgoed

1 / 34
volgende
Slide 1: Slide
newEditorZorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slim omgaan met wasgoed

Deze slide heeft geen instructies

Wie doet er thuis wel eens de was?

Lees na het beantwoorden blz 66/67 en maak opdr. 1, blz 67

2

m

00

s

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel

  • Ik kan wasgoed correct sorteren


  • voorbereiden en behandelen door samenstellingsetiketten en behandeletiketten te lezen


  • de juiste wasbehandeling te kiezen.

Let op dikgedrukte woorden, dit zijn begrippen!

Deze slide heeft geen instructies

Sorteren begint vóór het wassen

  • Wasgoed sorteren voorkomt verkleuring, krimp en beschadiging.

  • Je let eerst op kleur, materiaal en vervuilingsgraad.

  • Sommige kledingstukken moeten apart gewassen worden.

Lees blz 68, maak daarna blz 69, opdracht 2

5

m

00

s

Benadruk dat sorteren niet alleen om wit en bont gaat. Koppel dit aan het leerdoel: de juiste behandeling begint met een juiste indeling van het wasgoed.

Waarom kijk je eerst naar kleur, materiaal en hoe vies iets is voordat je het gaat wassen?

A

Om te voorkomen dat witte kleding roze word, je wollen trui krimpt tot Barbie trui of je modderbroek van je vader tussen het beddengoed komt

B

Zodat je alle kledingstukken eerst een cijfer kunt geven voor moeilijkheid en de wasmachine uit kunt dagen voor een wesdrijdje

C

Omdat de ingebouwde camera van de wasmachine weigert te starten als kleuren combinaties niet mooi zijn.

D

Omdat kledingstukken van verschillende materialen een hekel aan elkaar hebben en ruzie gaan maken als ze te dicht op elkaar zitten.

Deze slide heeft geen instructies

Sorteren op kleur

  • Wit: apart wassen om grijs worden te voorkomen.

  • Donker: kan kleur afgeven, vooral bij nieuwe kleding.

  • Licht en bont: samen alleen als de kleuren voldoende kleurvast zijn.

  • Rood, zwart en donkerblauw vragen extra aandacht.

Noem dat nieuwe of felgekleurde kleding in het begin vaker apart wordt gewassen omdat deze sneller afgeeft.

Sorteren op materiaal

  • Katoen: meestal stevig en goed wasbaar.

  • Synthetische stoffen: vaak kreukarm, maar gevoelig voor hoge hitte.

  • Wol: kan krimpen of vervilten.

  • Fijne was: vraagt een zachte behandeling.

Lees blz 70 en maak blz 71 opdr. 3

Leg uit dat materiaal bepaalt hoeveel beweging, warmte en wrijving een kledingstuk aankan.

Welk wasmiddel past het best?

A

Bontwasmiddel

B

Fijnwasmiddel

C

Witwasmiddel

D

Wolwasmiddel

Deze slide heeft geen instructies

Welk wasmiddel past het best?

A

Bontwasmiddel

B

Fijnwasmiddel

C

Witwasmiddel

D

Wolwasmiddel

Deze slide heeft geen instructies

Welk wasmiddel past het best?

A

Bontwasmiddel

B

Fijnwasmiddel

C

Witwasmiddel

D

Wolwasmiddel

Deze slide heeft geen instructies

Sorteren op vervuilingsgraad

  • Licht vervuild wasgoed hoeft niet met sterk vervuild wasgoed mee.

  • Handdoeken, sportkleding en werkkleding zijn vaak sterker vervuild.

  • Sterk vervuild wasgoed kan een ander programma of voorbehandeling nodig hebben.

  • Zo voorkom je dat vuil zich verspreidt in de trommel.

Lees voor jezelf de hotspot

Deze slide heeft geen instructies

Wat was je apart?

  • Wol en fijne was

  • Kleding die afgeeft

  • Kleding met kwetsbare versiering of kant

  • Zeer sterk vervuilde stukken

  • Grote stukken zoals dekbedovertrekken, als dat nodig is

Geef praktische voorbeelden: een wollen trui, een blouse met pailletten, een nieuwe zwarte spijkerbroek.

Welk wasgoed was je het best apart?

A

Nieuwe zwarte jeans

B

Witte sokken

C

Lichte handdoeken

D

Katoenen T-shirts

De juiste keuze koppelt kleur afgeven aan apart wassen. De andere opties kunnen soms samen, afhankelijk van sortering.

Sorteren van wasgoed

Je sorteert wasgoed eerst op kleur, materiaal en vervuilingsgraad. Wol en fijne was vragen extra zorg en worden vaak apart gewassen. Zo voorkom je verkleuring, krimp en beschadiging.

kleur
vervuilingsgraad
fijne was
beschadiging
temperatuur
bleken
strijken
synthetisch

Alle blanks komen rechtstreeks uit het eerste subtopic over sorteren en apart wassen.

Voorbereiden beschermt kleding

Een goede voorbereiding voorkomt schade tijdens het wassen. Je controleert daarom eerst het kledingstuk voordat het in de wasmachine gaat.

Deze slide heeft geen instructies

Zakken legen en sluitingen controleren

  • Leeg zakken volledig: papier, muntjes en tissues kunnen schade geven.

  • Sluit ritsen om haken en slijtage te beperken.

  • Maak knopen en haakjes vast als dat nodig is.

  • Controleer of er niets loshangt dat kan beschadigen.

Tissues in zakken zijn een herkenbaar voorbeeld van waarom voorbereiding belangrijk is.

Kleding binnenstebuiten keren

  • Beschermt prints, opdrukken en kleuren.

  • Vermindert slijtage aan de buitenkant.

  • Handig bij jeans, T-shirts met print en donkere kleding.

Laat zien dat dit vooral nuttig is bij zichtbare buitenlagen die door wrijving sneller slijten.

Vlekken en kwetsbare onderdelen herkennen

  • Behandel hardnekkige vlekken vóór het wassen.

  • Kijk naar oksels, kragen, manchetten en vetvlekken.

  • Let op kwetsbare onderdelen zoals kant, pailletten of losse naden.

  • Twijfel je? Kies dan een voorzichtigere behandeling.

Je hoeft geen uitgebreide vlekkenbehandeling te geven; focus op het herkennen dat voorbehandeling soms nodig is.

Checklist vóór de wasmachine

  • Gesorteerd op kleur, materiaal en vervuilingsgraad

  • Zakken geleegd

  • Sluitingen gecontroleerd

  • Binnenstebuiten waar nodig

  • Vlekken en kwetsbare delen bekeken

Deze week hebben we praktijkopdrachten 'Wassen en strijken'

In groepjes word je gehaald gaan we dit uitvoeren

Je laat door de docent aftekenen wat je hebt gedaan.

Deze slide vat de voorbereidende routine samen. Gebruik dit als vast stappenplan.

Waarom keer je kleding soms binnenstebuiten?

A

Voor meer geur

B

Voor sneller drogen

C

Voor minder slijtage

D

Voor warmer wassen

De kern is bescherming van prints, opdrukken en de buitenkant van kleding door minder wrijving.

Voorbereiden vóór het wassen

Voor het wassen leeg je eerst de zakken en controleer je sluitingen. Kleding met prints of donkere kleuren keer je soms binnenstebuiten. Hardnekkige vlekken behandel je liefst vooraf.

zakken
sluitingen
binnenstebuiten
vlekken
etiketten
mouwen
uitwendig
knoopsgaten

Check of leerlingen de vaste voorbereidingsroutine herkennen uit de checklist.

Etiketten geven de juiste aanpak

Op samenstellingsetiketten en behandeletiketten staat hoe je een kledingstuk veilig behandelt. Die informatie helpt je kiezen tussen normaal wassen, voorzichtig wassen of apart behandelen.

Deze slide heeft geen instructies

Samenstellingsetiketten lezen

  • Het samenstellingsetiket toont uit welke vezels een kledingstuk bestaat.

  • Vaak zie je een vezelpercentage, zoals katoen of polyester.

  • Die samenstelling helpt voorspellen hoe stof reageert op water, warmte en strijken.

Koppel terug naar materiaalsoorten uit het eerdere subtopic: katoen, synthetische stoffen, wol en fijne was.

Veelvoorkomende vezels

Synthetische en fijne stoffen

Katoen

  • stevig

  • neemt goed vocht op

  • kan vaak warmer gewassen worden


Wol

  • gevoelig voor krimp en vervilting

  • vraagt een zachte behandeling

Synthetische stoffen

  • drogen vaak snel

  • gevoelig voor hoge temperaturen


Fijne was

  • vraagt weinig wrijving

  • vaak geschikt voor een voorzichtig programma

Natuurlijke vezels

Houd het bij de materiaalsoorten uit de opdracht en vermijd extra textielleer buiten de scope.

Behandeletiketten begrijpen

  • Het waskuip-symbool geeft aan of en hoe warm je mag wassen.

  • Symbolen tonen ook regels voor bleken, drogen en strijken.

  • Een voorzichtig symbool betekent dat het kledingstuk extra zorg nodig heeft.

Je hoeft niet alle internationale varianten te behandelen; focus op de hoofdcategorieën die in de opdracht staan.

1

m

00

s

Van etiket naar keuze

  • Lage temperatuur → minder kans op krimp of beschadiging

  • Voorzichtig symbool → zachter programma kiezen

  • Niet bleken → geen bleekmiddel gebruiken

  • Strijksymbool → temperatuur afstemmen op de stof

Lees blz 72, maak 73 tm 77 af

5

m

00

s

Benadruk dat leerlingen niet gokken: eerst lezen, daarna pas kiezen.

Wat vertelt een samenstellingsetiket vooral?

A

De droogtijd

B

De vezels

C

De merknaam

D

De aankoopprijs

Laat leerlingen onderscheid maken tussen samenstellingsetiket (vezels) en behandeletiket (symbolen en behandeling).

Van etiket naar keuze

Op een samenstellingsetiket zie je vaak het vezelpercentage. Het waskuip-symbool laat zien of en hoe warm je mag wassen. Een voorzichtig symbool vraagt een zachter programma. Bij het strijken stem je de temperatuur af op de stof.

vezelpercentage
wassen
zachter
strijken
merklabel
spoelen
sneller
bleken

Deze vraag verbindt samenstellingsetiket, behandeletiket en de keuze voor de juiste behandeling.

Na sorteren volgt behandelen

Als het wasgoed gesorteerd en voorbereid is, kies je de juiste wasbehandeling. Daarna kan het kledingstuk veilig gewassen, gedroogd en zo nodig gestreken worden.

Deze slide heeft geen instructies

Basis van wassen

  • Kies een programma dat past bij kleur, materiaal en etiket.

  • Stem de temperatuur af op het behandeletiket.

  • Stop de wasmachine niet te vol.

  • Gebruik een passende wasbehandeling voor het soort wasgoed.

Vermijd merkspecifieke details. Het gaat om de basiskeuzes die overal toepasbaar zijn.

Wasmachine correct gebruiken

Wasgoed sorteren en etiket lezen → programma kiezen → juiste temperatuur instellen → wasgoed wassen zonder overbelasting van de trommel

Gebruik de pijlvorm hier omdat de volgorde zelf de leerinhoud is.

Leerdoelen behaald?

  • Ik kan wasgoed correct sorteren

  • voorbereiden en behandelen door samenstellingsetiketten en behandeletiketten te lezen

  • de juiste wasbehandeling te kiezen.

Huiswerk= alle opdrachten van vandaag!!! tm blz 78

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

Wasgoed sorteren - wasgoed indelen op kleur, materiaal en vervuilingsgraad

Vervuilingsgraad - hoe schoon of vuil een kledingstuk is

Samenstellingsetiket - etiket dat toont uit welke vezels een kledingstuk bestaat

Behandeletiket - etiket met symbolen en aanwijzingen voor wassen, drogen, bleken en strijken

Vezelpercentage - de verhouding van de gebruikte vezels in een stof

Fijne was - kwetsbaar textiel dat een zachte behandeling nodig heeft

Voorbehandeling - extra behandeling van bijvoorbeeld vlekken vóór het wassen

Deze slide heeft geen instructies

Begrippenlijst

Kleurvast - een stof die weinig of geen kleur afgeeft tijdens het wassen

Wastemperatuur - de temperatuur waarop een kledingstuk gewassen mag worden

Bleken - behandelen met bleekmiddel, alleen als het etiket dat toelaat

Drogen - het laten drogen van wasgoed volgens de aanwijzingen op het etiket

Strijksymbool - symbool dat aangeeft of en hoe warm je mag strijken

Kwetsbare onderdelen - delen zoals kant, pailletten, prints of losse naden die snel beschadigen

Deze slide heeft geen instructies