Eerste technetium-99m-generator, Brookhaven 1958 (BNL, publiek domein)
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Examentraining
Halveringstijd en dosis: zo pak je examenvragen aan
Eerste technetium-99m-generator, Brookhaven 1958 (BNL, publiek domein)
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Examentraining
Halveringstijd en dosis: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Brookhaven National Laboratory / Wikimedia Commons, publiek domein
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Wat ga je kunnen?
Ik kan activiteit, halveringstijd, halveringsdikte, dosis en equivalente dosis berekenen en aflezen.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Zo pak je een examenvraag aan
1. Noteer: wat is gegeven en gevraagd, met eenheden (t½, t, d½, d, E, m).
2. Kies: de formule uit je informatieboek: A = -ΔN/Δt, A = A0·(½)^n, I = I0·(½)^n, D = E/m of H = wR·D.
3. Reken: zet om naar SI-eenheden (dagen en uren naar s, mGy naar Gy) en bepaal n = t/t½ als geheel getal.
4. Controleer: eenheid, significante cijfers en of het antwoord redelijk is.
Deze slide heeft geen instructies
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Vraagtype 1: activiteit uit een diagram
Gemiddelde activiteit: Agem = -ΔN/Δt tussen twee punten op de kromme.
Activiteit op één moment: teken de raaklijn en gebruik de helling.
Reken dagen om naar seconden (1 d = 86 400 s) en let op de macht van 10 bij de as.
A is altijd positief: de helling is negatief, het minteken valt dus weg.
Deze slide heeft geen instructies
Bepaal Agem van t = 0 tot t = 16 d.
-3,5·10¹⁰ Bq
1,2·10¹⁰ Bq
3,5·10¹⁰ Bq
3,0·10¹⁵ Bq
Uit het diagram: N(0) = 64·10¹⁵ en N(16 d) = 16·10¹⁵, dus ΔN = -48·10¹⁵. Δt = 16·86 400 s = 1,3824·10⁶ s. Agem = 48·10¹⁵ / 1,3824·10⁶ = 3,5·10¹⁰ Bq (twee keer nagerekend). Verwachte fouten: het minteken laten staan, N(16 d) in plaats van ΔN gebruiken (1,2·10¹⁰), of dagen niet omrekenen (3,0·10¹⁵). Syllabus B2.2. Image credit: LessonUp, eigen figuur
Bepaal met de raaklijn de activiteit op t = 8,0 d.
3,2·10¹⁰ Bq
3,5·10¹⁰ Bq
4,6·10¹⁰ Bq
2,8·10¹⁵ Bq
De raaklijn gaat door (0 d; 54·10¹⁵) en (19,5 d; 0). A = 54·10¹⁵ / (19,5·86 400 s) = 54·10¹⁵ / 1,685·10⁶ = 3,2·10¹⁰ Bq (twee keer nagerekend; de echte waarde is 3,21·10¹⁰ Bq). Verwachte fouten: de gemiddelde activiteit van 0 tot 16 d nemen (3,5·10¹⁰), de gemiddelde van 0 tot 8 d (4,6·10¹⁰: 32·10¹⁵/691 200 s) of dagen niet omrekenen (2,8·10¹⁵). Syllabus B2.2 en A12. Image credit: LessonUp, eigen figuur
Botscintigrafie: de tracer hoopt zich op in het skelet (publiek domein)
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Vraagtype 2: rekenen met halveringstijd
Bereken n = t/t½. Dit moet een geheel getal zijn: 1, 2, 3, ...
Dan A = A0·(½)^n of N = N0·(½)^n: n keer door 2 delen.
Tracers hebben een t½ in uren of dagen: zet t en t½ eerst in dezelfde eenheid.
Bij een toon-aan-vraag laat je n en de berekening zien.
Image credit: Wikimedia Commons, publiek domein
A0 = 6,4·10² MBq, t½ = 6,0 h. Bereken A na 24 h.
160 MBq
40 MBq
27 MBq
80 MBq
n = 24/6,0 = 4, dus A = 640/2⁴ = 640/16 = 40 MBq (twee keer nagerekend). Verwachte fouten: delen door n (160 MBq), delen door t (27 MBq) of n = 3 nemen (80 MBq). Syllabus B2.3, context medische diagnostiek.
t½ = 5,0 d. Toon aan: na 20 d is 1/16 deel over.
n = 20/5,0 = 4 en (½)⁴ = 1/16, dus N = N0/16. Een goed antwoord noemt n = 4 en de berekening. Verwachte fout: alleen het antwoord noemen zonder n, of n = 20/5 = 4 maar dan 1/4 nemen. Syllabus B2.3.
Röntgenopname van een hand met ring (foto: Wilhelm Röntgen, publiek domein)
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Vraagtype 3: halveringsdikte en doorlaatkromme
Lees d½ af waar I is gedaald tot de helft van I0.
Gebruik I = I0·(½)^n met n = d/d½.
Moet I onder een grens komen: deel I0 steeds door 2 tot je de grens bereikt en tel de stappen n.
Daarna is de dikte d = n·d½.
Image credit: Wilhelm Röntgen / Wikimedia Commons, publiek domein
Bepaal met de halveringsdikte I achter 7,5 cm materiaal.
20 mW/m²
27 mW/m²
40 mW/m²
10 mW/m²
I0 = 80 mW/m²; I = 40 mW/m² bij d = 2,5 cm, dus d½ = 2,5 cm. n = 7,5/2,5 = 3, I = 80·(½)³ = 10 mW/m². Controleer in de figuur: bij 7,5 cm staat 10 mW/m². Verwachte fouten: 20 (n = 2), 27 (80/3, delen door n) of 40 (d½ zelf). Syllabus B2.3, A12. Image credit: LessonUp, eigen figuur
I moet dalen tot hoogstens 5,0 mW/m². Welke dikte is minimaal nodig?
10 cm
40 cm
25 cm
5,0 cm
I0 = 80 en d½ = 2,5 cm. 80, 40, 20, 10, 5: dat zijn n = 4 halveringsdiktes, dus d = 4·2,5 = 10 cm (twee keer nagerekend). Verwachte fouten: 80/5 = 16 als n nemen (40 cm), of een ander aantal stappen. Syllabus B2.3. Image credit: LessonUp, eigen figuur
Persoonlijke dosimeter (foto: IAEA Imagebank, CC BY 2.0)
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Vraagtype 4: dosis en equivalente dosis
D = E/m in Gy: reken mJ en µJ eerst om naar J.
H = wR·D in Sv. De weegfactor wR zoek je op (γ, β en röntgen: 1; α: 20).
Vergelijk H met de norm: deel door de norm en je hebt het percentage.
Let op: wR vergeten, of mSv en Sv door elkaar halen.
Image credit: IAEA Imagebank / Wikimedia Commons, CC BY 2.0
Iemand van 80 kg absorbeert 0,12 mJ α-straling (wR = 20). Bereken H.
1,5·10⁻⁶ Sv
7,5·10⁻⁸ Sv
3,0·10⁻⁵ Sv
3,0·10⁻² Sv
E = 0,12 mJ = 1,2·10⁻⁴ J. D = 1,2·10⁻⁴/80 = 1,5·10⁻⁶ Gy. H = 20 · 1,5·10⁻⁶ = 3,0·10⁻⁵ Sv (twee keer nagerekend). Verwachte fouten: wR vergeten (1,5·10⁻⁶), delen door wR (7,5·10⁻⁸) of mJ als J lezen (3,0·10⁻²). Syllabus B2.2.
Een arts krijgt 0,50 mSv per scan en doet er 30 per jaar. Hoeveel % van de norm van 20 mSv?
2,5 %
150 %
75 %
133 %
Totaal 30 · 0,50 = 15 mSv per jaar. 15/20 = 0,75 = 75 % (twee keer nagerekend). Verwachte fouten: één scan vergelijken met de norm (2,5 %), het aantal scans als mSv lezen (30/20 = 150 %) of omgekeerd delen (20/15 = 133 %). Syllabus B2.2: effectieve dosis en stralingsbeschermingsnorm.
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Activiteit uit een diagram
Rekenen met halveringstijd
Halveringsdikte en doorlaatkromme
Dosis en equivalente dosis
Kies na de uitslag een vraagtype om klassikaal door te nemen.
EXAMENSTOF · B2 · HALVERINGSTIJD, DOSIS
Tips voor op het examen
Zet bij elke berekening eerst alle gegevens in SI-eenheden.
Bepaal bij halveren eerst n = t/t½ of n = d/d½ en controleer dat het een geheel getal is.
Lees bij een diagram eerst de assen: eenheid en macht van 10.
Controleer bij een dosis of je mSv, mGy of Sv in de juiste eenheid hebt.
Deze slide heeft geen instructies