Anorganische stoffen

Anorganische stoffen
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Anorganische stoffen

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De algemene formule van een zuur ziet er als volgt uit :
A
H&M
B
HZ
C
MOH
D
MNM

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Binair zuur
Ternair zuur
HCl
HNO3
H2SO4
H2CO3
HF

Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk(e) van onderstaande zuren is/zijn tweewaardige zuren?
A
H3PO4
B
H2SO4
C
HNO2
D
HBr

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

zuren bevatten
A
covalente bindingen
B
ionbindingen
C
metaalbindingen
D
geen van bovenstaande

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als men zuren in water brengt zullen ze :
A
dissociëren
B
oplossen
C
uit elkaar vallen
D
ioniseren

Slide 6 - Quizvraag

H3O+ vormen, dus protondonors zijn

Binaire zuren

Gasvormig

Ternaire zuren

Vloeibaar & vast

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke toepassingen heeft zoutzuur?

Slide 8 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Basen vormen in water steeds :
A
H3O+ ionen
B
OH- ionen
C
H2O ionen
D
H+ ionen

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Basen zijn dus
A
protonacceptors
B
protondonors
C
elektronendonors
D
elektronenacceptors

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

We onderscheiden : 

  • hydroxide basen (vb. NaOH)

  • stikstofbasen (vb. NH3)

Naamgeving : 
Naam metaal + (voorvoegsel) + hydroxide


Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hydroxiden zijn
A
ionverbindingen
B
zitten in een molecuulrooster
C
covalente bindingen
D
metaalbindingen

Slide 14 - Quizvraag

vaste stoffen
Stikstofbasen bestaan uit
A
ionbindingen
B
covalente bindingen
C
metaalbindingen
D
geen van bovenstaande

Slide 15 - Quizvraag

gasvormig
Toepassingen basen : NaOH

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassingen basen : 
NH3

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oxiden
  • Metaaloxiden : (voorvoegsel) + naam metaal + (voorvoegsel) + oxide
  • Niet metaaloxiden : (voorvoegsel) + naam niet metaal + (voorvoegsel) + oxide

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Metaaloxiden zijn ionverbindingen en niet - metaaloxiden covalente bindingen
A
waar
B
niet waar

Slide 19 - Quizvraag

Toepassingen pagina 13
Toepassingen niet metaaloxiden & metaaloxiden

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De algemene voorstelling voor een zout is :
A
MZ
B
HZ
C
MOH
D
MO

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Zouten : 
  • Naamgeving : (voorvoegsel) naam metaal + (voorvoegsel) naam zuurrest
  • Indien meerdere ionladingen mogelijk 
  • bij metaalion : stock notatie
  • Speciale zouten : 
  • ammoniumzouten (vb. NH4Cl) 
  • waterstofzouten (vb. Na2HPO4)
  • dubbelzouten (vb. KNaSO3)
  • hydraten (vb. MgSO4.7H2O)

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Toepassingen zouten

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies