2627 4Hbeco periode 1

2627 4Hbeco periode 1
1 / 42
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 42 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

2627 4Hbeco periode 1

Slide 1 - Tekstslide

Hoera, we mogen weer....
we mogen weer naar school

Slide 2 - Tekstslide

LessonUp
Per periode 1 LessonUp waarin alle lessen staan opgenomen
Handig als je een les hebt gemist en overzicht aan het einde van de periode

- Inloggen per les (code aan het begin van de les)
- Inloggen in klasomgeving (klascode lpvyf)

Slide 3 - Tekstslide

PTA en studiewijzer
 google classroom
lesgroepcode f2ovl4av

Slide 4 - Tekstslide

week 36 (1 les deze week)
Huiswerk: 
Geen
Les:
Introductie Bedrijfseconomie
§ 1.1 Procenten en promillages
(oefenstencil)
Leerdoel:
- Je weet waar bedrijfseconomie over gaat
- Je kent het verschil tussen een perunage, percentage en promillage
- Je kunt berekeningen maken met procenten en promillages

Slide 5 - Tekstslide

Waar gaat bedrijfseconomie over?

Slide 6 - Woordweb

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

week 37 les 1 
Huiswerk: 
Oefenstencil procenten en promillages
Les:
§ 1.1 Procenten en promillages
Leerdoel:
- Je begrijpt het verschil tussen afzet en omzet
- Je begrijpt het verschil tussen verkoopprijs, inkoopprijs, brutoresultaat, overige kosten en nettoresultaat
- Je begrijpt het verschil tussen procenten en procentpunten

Slide 20 - Tekstslide

vorige les: Rekenen met procenten
3 vormen:
1. Hoeveel is % van een getal?
x / 100 *  getal

2. Hoeveel % is dit van dat?
deel / geheel x 100

3. Hoeveel % meer dan / minder dan?
nieuw - oud / oud x 100 (alles achter t.o.v., dan, als, etc. = OUD)

Slide 21 - Tekstslide

afzet, verkoopprijs en omzet
excl. btw
Wat is de afzet, verkoopprijs en omzet als dit bedrijf 50 paar schoenen verkoopt?

Slide 22 - Tekstslide

afzet, verkoopprijs en omzet
excl. btw
Wat is de afzet, verkoopprijs en omzet als dit bedrijf 50 paar schoenen verkoopt?
afzet
aantal verkochte producten = 50

Slide 23 - Tekstslide

afzet, verkoopprijs en omzet
excl. btw
Wat is de afzet, verkoopprijs en omzet als dit bedrijf 50 paar schoenen verkoopt?
verkoopprijs = 
prijs exclusief btw  = € 79,95
consumenten betalen de consumentenprijs<div>inclusief btw</div><div>(bedrijf moet de ontvangen btw aan de belastingdienst afdragen)</div>

Slide 24 - Tekstslide

afzet, verkoopprijs en omzet
excl. btw
Wat is de afzet, verkoopprijs en omzet als dit bedrijf 50 paar schoenen verkoopt?
omzet = 
verkoopprijs x afzet = 
p x q = 
€ 79,95 x 50 = € 3.997,50

Slide 25 - Tekstslide

inkoopprijs, verkoopprijs, brutowinst
verkoopprijs
inkoopprijs - 
brutowinst
ingekocht voor € 30 excl. btw
Wat is de brutowinst per paar schoenen?
excl. btw

Slide 26 - Tekstslide

inkoopprijs, verkoopprijs, brutowinst
verkoopprijs   79,95
inkoopprijs -   30       
brutowinst      49,95
ingekocht voor € 30 excl. btw
Wat is de brutowinst per paar schoenen?
excl. btw

Slide 27 - Tekstslide

inkoopprijs, verkoopprijs, brutoresultaat
veel bedrijven houden een standaard verhouding aan tussen inkoopprijs en verkoopprijs, bijvoorbeeld:
- brutowinst = 25% van de verkoopprijs
- brutowinst = 25% van de inkoopprijs ('opslag')

Alles wat achter 'van' staat moet je dan gelijkstellen aan 100% in je berekeningen
= brutowinst

Slide 28 - Tekstslide

inkoopprijs, verkoopprijs, brutoresultaat
Inkoopprijs van een paar sneakers is € 30. Bereken de verkoopprijs in beide situaties:

brutoresultaat = 25% van de verkoopprijs:
brutoresultaat = 25% van de inkoopprijs:
verkoopprijs   
inkoopprijs - 
brutoresultaat           
verkoopprijs     
inkoopprijs -  
brutoresultaat        
100%
100%

Slide 29 - Tekstslide

inkoopprijs, verkoopprijs, brutoresultaat
Inkoopprijs van een paar sneakers is € 30. Bereken de verkoopprijs in beide situaties:

brutoresultaat = 25% van de verkoopprijs:
brutoresultaat = 25% van de inkoopprijs:
verkoopprijs       100%
inkoopprijs -         75%
brutoresultaat      25%
verkoopprijs      125%
inkoopprijs -     100%
brutoresultaat    25%
30 / 75 x 100 = € 40
30 / 100 x 125 = € 37,50

Slide 30 - Tekstslide

winst = resultaat
Even terug naar de AIR MAX 90 uit het eerste voorbeeld. Dit bedrijf verkocht 50 paar schoenen met een verkoopprijs van € 79,95 en een inkoopprijs van € 30. Daarnaast is gegeven dat dit bedrijf in die periode € 500 aan huurkosten, € 250 aan energiekosten, € 150 aan verzekeringskosten, en € 1000 aan loonkosten had.

Hoeveel winst heeft dit bedrijf in deze periode behaald?

Slide 31 - Tekstslide

omzet
verkoopprijs x afzet
€ 79,95 x 50
€ 3.997,50
inkoopwaarde omzet
inkoopprijs x afzet
€ 30 x 50
€ 1.500
brutoresultaat
€ 49,95 x 50
€ 2.497,50
overige kosten
€ 500 + € 250 + 
€ 150 + € 1.000
€ 1.900
nettoresultaat
€ 597,50
= resultaat voor belasting = nettowinst

Slide 32 - Tekstslide

Keuzemenu
1. Theorie LessonUp rustig herhalen
(voor als het iets te snel ging)
2. Doornemen voorbeeld 1.3, 1.4 en 1.5 uit je boek
(voor als je de toepassing nog moeilijk vindt)
3. Maken taak week 37
(voor als je klaar bent om zelf aan de slag te gaan met de stof)

Slide 33 - Tekstslide

week 37 les 2
Huiswerk: 
Lees § 1.5

Les:
§ 1.5 Indexcijfers
Tijdens de les maken we een selectie van de opgaven van deze paragraaf.

Leerdoel:
- Je kunt berekeningen met indexcijfers maken

Slide 34 - Tekstslide

1.5 Indexcijfers

Slide 35 - Tekstslide

Keuzemenu
1. kijken uitlegfilmpje over indexcijfers
(als je liever kijkt dan leest)
2. doornemen voorbeeld 1.19, 1.20, 1.21, 1.22, 1.23
(als je liever leest dan kijkt
3. maken selectie opgaven 1.18 t/m 1.24
(als je al kan rekenen met indexcijfers)

Slide 36 - Tekstslide

week 38 les 1
Huiswerk: 
Selectie opgaven § 1.5, volgt uit vorige les
Lees § 2.1
Les:
§ 2.1 Beginbalans
Tijdens de les maken we (een begin met) opgave 2.1 en 2.2
Leerdoel:
- Je kunt een balans opstellen
- Je kunt verklaren wat de verschillende balansposten inhouden
- Je kunt de volgorde van de balansposten aangeven

Slide 37 - Tekstslide

Kijk de video en bedenk voor jezelf wat er allemaal in een administratie wordt bijgehouden

Slide 38 - Tekstslide

onderdelen administratie
3.1 De balans
(= overzicht van alle bezittingen en hoe deze bezittingen zijn gefinancierd)

3.2 Veranderingen balansposten
3.3 Winst- en verliesrekening
3.4 Liquiditeitsoverzicht

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Video

Nu samen maken opgave 3.1
totaal
totaal
openingsbalans broodbakkerij 01-01-2018

Slide 41 - Tekstslide

nu maken 3.2 
 (huiswerk voor volgende les!)

Slide 42 - Tekstslide