Grammatica H4

Grammatica H4
benodigdheden: laptop
1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Grammatica H4
benodigdheden: laptop

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
-Uitleg H4: beknopte bijzin + tussenwerpsel

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

doelen H4
-Ik kan een beknopte bijzin herkennen, benoemen en maken.
-Ik kan tussenwerpsels herkennen en benoemen.

Slide 6 - Tekstslide

terugblik: beknopte bijzin

Slide 7 - Tekstslide

hoofdzin/bijzin
hoofdzin = zelfstandige zin
bijzin = afhankelijke zin, kan niet zonder de hoofdzin

Je moet niet meteen boos worden als hij een fout maakt.
Ik vertrouw die politicus niet, omdat hij al vaker gelogen heeft.

Slide 8 - Tekstslide

hoofdzin/bijzin
hoofdzin => ow + pv zijn eigenlijk niet uit elkaar te halen

bijzin => er kunnen een of meerdere woorden tussen ow + pv 
                  staan 

Toen zij op de top van de berg waren aangekomen, namen de toeristen meteen een selfie.

Slide 9 - Tekstslide

beknopte bijzin
Een beknopte bijzin heeft geen persoonsvorm en geen onderwerp. Een beknopte bijzin is alleen correct als het denkbeeldig onderwerp hetzelfde is als het onderwerp in de hoofdzin:
Na de computer te hebben opgestart, kon ik weer verder met mijn verslag.

Slide 10 - Tekstslide

beknopte bijzin
Na de computer te hebben opgestart, kon ik weer verder met mijn verslag.

beknopte bijzin: Na de computer te hebben opgestart
hoofdzin: kon ik weer verder met mijn verslag

Correct, want:  ow hoofdzin = denkbeeldig ow beknopte bijzin

Slide 11 - Tekstslide

beknopte bijzin
Na de computer te hebben opgestart, werkte alles weer.

beknopte bijzin: Na de computer te hebben opgestart
hoofdzin: werkte alles weer

Foutief, want:  ow hoofdzin        denkbeeldig ow beknopte bijzin

Slide 12 - Tekstslide

beknopte bijzinnen herkennen
1. voltooid deelwoord: 
    Op het station aangekomen, kocht Ivo eerst een ijsje.
2. onvoltooid deelwoord:
     Rillend van de kou, kwam Anne binnen.
3.  te + infinitief:
     Na de fraude te hebben ontdekt, deed Thijs meteen aangifte.

Slide 13 - Tekstslide

Verander de bijzin in een beknopte bijzin:

Terwijl ze van de zon geniet, leest Elsa een boek.

Slide 14 - Open vraag

tussenwerpsel

Slide 15 - Tekstslide

tussenwerpsel
-> Uitroepen (hé, oef, shit) en klanknabootsingen (klats, 
      piefpafpoef) heten tussenwerpsels. 

-> Tussenwerpsels staan, meestal aan het begin of einde van 
      een zin, vaak van de rest gescheiden door een komma.

Slide 16 - Tekstslide

soorten tussenwerpsels
-van bevestiging en ontkenning: ja, jawel, nee;
-van emotie (verbazing, schrik, pijn): au, ach, hoera, bah, foei, hèhè, oei;
-van sociaal contact: hoi, houdoe, goedenavond, halt, pardon;
-van klanknabootsing: miauw, waf, brr, tok(toktok), plof, tuut(tuut).

Slide 17 - Tekstslide

-hoofdzin
-bijzin
-beknopte bijzin

-tussenwerpsel

Slide 18 - Tekstslide

En nu?
1) zelfstandig verder werken aan project Grammatica (tekst + 
    opdrachten uitwerken)

2) Test jezelf: opdracht 1 en 2 van alle onderdelen

Slide 19 - Tekstslide