Afsluitende themaquiz: Mediawijsheid jaar 2

1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschaptoetsPraktijkonderwijsLeerjaar 2

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Themaquiz: Mediawijsheid
Jaar 2

Slide 2 - Tekstslide

Themaquiz

Deze themaquiz bestaat uit 2 type vragen:
Meerkeuzevragen
Open vragen (toepassings- en inzichtsvragen)

De themaquiz bestaat uit 20 vragen. 

Veel succes!
Waar
ben ik?

Slide 3 - Tekstslide


1. Wat zijn online omgangsvormen?
Les: Online omgangsvormen
A
Beleefdheidsregels op het internet
B
Communicatiemiddel
C
Snel kunnen typen op het internet
D
Aardig zijn op het internet

Slide 4 - Quizvraag


2. Een voorbeeld van online omgangsvormen is dat we online tegen elkaar schelden.
Les: Online omgangsvormen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 5 - Quizvraag


3. Een mediawijs persoon gebruikt media om zichzelf te ontwikkelen (of vermaken) zonder daarbij anderen te schaden. 

Deze uitspraak is ...
Les: Online omgangsvormen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 6 - Quizvraag


4. Waarom vinden we likes zo belangrijk? 
Les: Online omgangsvormen
A
Likes maken ons boos.
B
We willen ergens bij horen en bevestiging krijgen.
C
Door likes voelen we ons minder eenzaam.

Slide 7 - Quizvraag


5. Een ander woord voor online pesten is ...
Les: Online 
pesten
A
Plagen
B
Dreigtweets en haatberichten
C
Cyberpesten
D
Verspreiden van beeldmateriaal

Slide 8 - Quizvraag


6. Er is niet één vorm van online pesten. 

Deze uitspraak is ...
Les: Online 
pesten
A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag


7. Sexting mag niet. Als je dit doet dan is dit stafbaar. 

Dit is ...
Les: Online 
pesten
A
Juist
B
Onjuist

Slide 10 - Quizvraag


8. Iedereen kan een mediamaker zijn. 

Wat wordt hiermee bedoeld?
Les: Ik ben een mediamaker
A
Alleen bij de televisie of de radio kun je media maken.
B
Als je een mobiel hebt en je post een video, snap of tweet dan maak je media.
C
Je kunt de eerste zijn die iets belangrijks filmt.
D
Je kunt zelf bepalen wat je wel of niet deelt.

Slide 11 - Quizvraag


9. Wat betekent viral gaan?
Les: Ik ben een 
mediamaker
A
Een scoop
B
Een populair YouTube kanaal
C
Een belangrijk nieuwsitem
D
iets wat heel snel, heel veel gedeeld wordt.

Slide 12 - Quizvraag


10. Op veel sociale mediaplatforms zijn regels bedacht over wat je wel en niet mag posten.

Deze uitspraak is ...
Les: Ik ben een mediamaker
A
Juist
B
Onjuist

Slide 13 - Quizvraag


11. Als je je niet aan de regels houdt op social mediaplatforms dan kan je ...
Les: Ik ben een mediamaker
A
Een waarschuwing krijgen
B
Bericht verwijderd worden
C
Profiel verwijderd worden
D
Alle antwoorden zijn juist

Slide 14 - Quizvraag


12. Wat is auteursrecht?
Les: Ik ben een 
mediamaker
A
Iets wat jij maakt mag iedereen gebruiken.
B
Iets wat jij maakt mag niemand gebruiken.
C
Wat iemand gemaakt heeft is van diegene. De maker kan zelf bepalen of andere mensen het materiaal mogen gebruiken

Slide 15 - Quizvraag


13. Je kunt aan chocola of roken verslaafd zijn, maar je kunt ook verslaafd zijn aan media. 

Deze uitspraak is ...
Les: 
Mediaverslaving
A
Juist
B
Onjuist

Slide 16 - Quizvraag


14. De digitale balans bestaat uit 3 punten. 

Welke zijn dit?
Les: 
Mediaverslaving
A
Lichamelijke gezondheid, mentale gezondheid en anti sociale gezondheid
B
Mentale gezondheid en sociale gezondheid
C
Bewegende gezondheid, slaap gezondheid en sociale gezondheid
D
Lichamelijke gezondheid, mentale gezondheid en sociale gezondheid

Slide 17 - Quizvraag


15. Wat is een digitale detox?
Les: 
Mediaverslaving
A
Voor een periode helemaal zonder digitale media of minder digitale media gebruiken.
B
Geen Snapchat gebruiken
C
Helemaal nooit meer digitale media gebruiken.

Slide 18 - Quizvraag

Toepassingsvragen en inzichtsvragen

Slide 19 - Tekstslide


16. Leg in je eigen woorden het verschil uit tussen (online) pesten en (online) plagen
Les:Online 
pesten

Slide 20 - Open vraag


17. Leg het wanneer sexting strafbaar kan zijn. 
Les: Online
Pesten

Slide 21 - Open vraag


18. De digitale balans bestaat uit sociale gezondheid, lichamelijke gezondheid en mentale gezondheid.

Geef voor alle drie een cijfer (1 tot 10) en leg uit waarom je dit cijfer hebt gegeven. 

Voorbeeld: Lichamelijke gezondheid een 8, want ik sport best veel maar ik heb wel soms moeite met slapen.


Les: 
Mediaverslaving

Slide 22 - Open vraag


19. Net voor je neus zie je een ongeluk gebeuren tussen twee auto's. Het ziet er heftig uit. Eén persoon komt uit één van de auto's. Je kijkt goed en het is de vlogger Gio. Hij ziet er gewond uit. 

Leg uit of je dit wel of niet zou filmen en waarom je dit zou doen?
Les: Ik ben een
Mediamaker

Slide 23 - Open vraag


20. Schrijf de 4 belangrijkste online omgangsvormen op die jij gebruikt als jij online bent. 
Les: Online omgangsvormen

Slide 24 - Open vraag

Einde van de themaquiz: Mediawijsheid jaar 2

Slide 25 - Tekstslide