3.6.1 Omrekenen. Breuken, Kommagetallen en Procenten (uitleg)

1 / 44
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenISK

In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 70 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie 
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: Boek (Staart rekenen of Smart rekenen of foutloos rekenen), Chromebook, JdW-map, schrift met wiskunde rijtjes papier, pen, potlood, liniaal of geodriehoek, gum. 
timer
3:00

Slide 2 - Tekstslide

Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan het welbevinden van leerlingen. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zitten startklaar en zijn bijvoorbeeld ingelogd in LessonUp en hebben hun JdW-map op tafel.
Hoe schrijf je 2,5 als breuk?
A
2/3
B
1/2
C
3/5
D
2 1/2

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Voorkennis

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je 7,58 als breuk?
A
7 29/50
B
7 58/1000
C
7 17/50
D
71/100

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is 5 3/100 in kommagetal?

A
11,4
B
5,3
C
5,03

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is 8 3/25 in kommagetal?

A
8,12
B
8,012
C
8,1

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

      Leerdoelen
1.Ik kan uitleggen hoe je breuken, kommagetallen en procenten in elkaar omrekent.
2.Ik kan eenvoudige breuken, kommagetallen en procenten in elkaar omrekenen.
3.Ik kan in een nieuwe of realistische situatie (bijvoorbeeld bij kortingen, metingen of statistieken) breuken, kommagetallen en procenten in elkaar omrekenen en het resultaat controleren.

Slide 8 - Tekstslide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 10 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Piet heeft 30 procent van de batterij van zijn telefoon gebruikt. Hoeveel procent heeft hij nog over?
A
20 procent
B
80 procent
C
70 procent
D
50 procent

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel procent van dit raster is blauw?
A
10 procent
B
20 procent
C
25 procent
D
50 procent

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel procent is het kommagetal 0,25
A
25%
B
50%
C
75%
D
100%

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zet je 0,33 om naar percentage?
A
0,333%
B
330%
C
33%
D
3,3%

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is 0,05 in procenten?
A
0,05%
B
5%
C
0,5%
D
50%

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel is 1,5 in procenten?
A
15%
B
0,15%
C
150%
D
1,5%

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is 0,2 als percentage?
A
2%
B
20%
C
0,2%
D
200%

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe zet je 0,75 om naar een percentage?
A
0,075%
B
75%
C
7,5%
D
0,75%

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

schrijf als kommagetal:
36%
A
3,6
B
0,036
C
0,36
D
0,0036

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is 75% als kommagetal?
A
0,90
B
0,75
C
0,25
D
0,50

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Maak van 65% een kommagetal.
A
6.5
B
0.6
C
0.065
D
0,65

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is 25% in kommagetal?
A
0,10
B
0,5
C
0,25
D
0,75

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf als kommagetal:
1,5%
A
0,15
B
1,5
C
0,015
D
0,0015

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je 20% op als kommagetal?
A
0,2
B
0,5
C
1/2
D
1/5

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je 60% op als kommagetal?
A
6/10
B
3/5
C
0,6
D
6/100

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 23% als kommagetal
A
2,3
B
0,2
C
0,023
D
0,23

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf als kommagetal:
15%
A
0,15
B
1,5
C
0,015
D
15

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 33% als kommagetal
A
33,0
B
3,30
C
0,33
D
0,033

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf 1,7% als kommagetal
A
0,17
B
0,017
C
0,0017
D
1,7

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het kommagetal die hoort bij 18%?
A
1,8
B
0,18
C
18
D
0,018

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kunt breuken en decimale getallen vergelijken

2/7 < 0,56
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kunt breuken en decimale getallen vergelijken

3/4 < 0,36
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kunt breuken en decimale getallen vergelijken

1/10 < 0,01
A
Waar
B
Niet waar

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je kunt breuken en decimale getallen vergelijken

3 3/17 < 4,01
A
Waar
B
Niet waar

Slide 35 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
De docent geeft aan met welke opdrachten je nu zelfstandig aan de slag gaat.
timer
8:00
Geef hier aan wat de huiswerkopgaven zijn voor differentiatie 

Slide 38 - Tekstslide

6. Actieve verwerking

De docent maakt expliciet hoe de 
leerstof actief verwerkt dient te worden.  
De docent heeft gemodelleerd. De leerlingen gaan nu actief inoefenen.
Er is hier ruimte voor verlengde instructie. 

De ondersteuning wordt geleidelijk afgebouwd. De docent zorgt voor afwisseling in oefentypes en maakt gedurende de les het leren zichtbaar. 

De docent zet bijvoorbeeld in op hardop denken opdrachten en koppelt daar een geïnformeerde vervolgstap aan.

Slide 39 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Slide 40 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Terugkijken 
op de leerdoelen
  1. 1. Ik kan het recept voor Omrekenen. Breuken, Kommagetallen en Procenten (uitleg) benoemen.
  2. 2. Ik kan het recept voor 3.6.1 Omrekenen. Breuken, Kommagetallen en Procenten (uitleg) nauwkeurig opschrijven (T1).
  3. 3.Ik kan het recept voor 3.6.1 Omrekenen. Breuken, Kommagetallen en Procenten (uitleg) correct toepassen (T1).

Slide 41 - Tekstslide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner.

Exit Ticket
Hoe goed heb je de les begrepen?
😒🙁😐🙂😃

Slide 42 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

De les is afgelopen.
Ruim je spullen op en laat je plek netjes achter.
Tot ziens!

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 44 - Video

Deze slide heeft geen instructies