Temperatuurregulatie
Temperatuurregulatie
Leerdoelen
Je kunt uitleggen wat de normaalwaarde en afwijkende waarden van de lichaamstemperatuur van een mens zijn.
Je kunt uitleggen wat de indicaties zijn om de lichaamstemperatuur bij een zorgvrager te meten.
Je kunt uitleggen met welke soorten thermometers je de lichaamstemperatuur van een zorgvrager kunt meten.
Je kunt samenvatten hoe je op verschillende manieren de lichaamstemperatuur van een zorgvrager kunt meten.
Je kunt uitleggen hoe je moet handelen als een zorgvrager een afwijkende lichaamstemperatuur heeft.
Je kunt benoemen op welke wijze je een zorgvrager met ondertemperatuur of een verhoogde temperatuur moet verzorgen.
Een normale lichaamstemperatuur
De lichaamstemperatuur bij gezonde mensen is normaal gesproken hoger dan de omgevingstemperatuur.
Met de lichaamstemperatuur wordt de centrale lichaamstemperatuur bedoeld. Dit is de temperatuur van de romp.
De lichaamstemperatuur varieert tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius.
Een temperatuur van 37 graden Celsius werd gezien als de standaard gemiddelde lichaamstemperatuur.
Mensen zijn warmbloedige wezens. Dit houdt in dat de lichaamstemperatuur van mensen onafhankelijk is van de omgeving.
Om de lichaamstemperatuur stabiel te houden, spelen twee factoren een rol:
De warmte die het lichaam produceert, moet gelijk zijn aan de warmte die het lichaam afgeeft. Het lichaam produceert warmte door een proces van stofwisseling in de hersenen, de lever en de spieren.
Het lichaam moet in staat zijn om de warmte die het produceert, over het hele lichaam te verdelen. Daarin speelt de bloedsomloop een grote rol.
Wat is de functie van lichaamstemperatuur?
Het reguleren van lichaamsprocessen
Het bevorderen van spijsvertering
Het verhogen van hartslag
Het verminderen van zuurstofopname
Afwijkingen in de lichaamstemperatuur
Afwijkingen in de lichaamstemperatuur kunnen ontstaan door verschillen in leeftijd, geslacht, gewicht, beweging, buitentemperatuur, gezondheidstoestand of periodiek.
Bij oudere mensen, bij mensen met een verminderde gezondheidstoestand en bij mensen met ernstige hersenaandoeningen kan het temperatuurregulatiecentrum in de hersenen stoornissen gaan vertonen.
Soms gaat de lichaamstemperatuur van mensen omhoog en omlaag door de activiteiten die zij uitvoeren.
Als de temperatuur omlaag of omhoog gaat, hoeft dat niet automatisch te betekenen dat iemand ziek is.
Als iemand toch onwel wordt van een afnemende of oplopende lichaamstemperatuur, heeft hij hulp nodig om weer warm te worden of juist af te koelen.
Jij krijgt als verzorgende te maken met zorgvragers die een warmte- of koudebehandeling nodig hebben.
Wat is een belangrijk doel van warmtebehandelingen voor een verzorgende IG?
Het doden van bacteriën
Het versnellen van genezing
Het stimuleren van groei
Het verminderen van pijn
Gelukt met voorbereidingen voor
deze les?
Vragen/onduidelijkheden?
Thieme Meulenhoff basis voor deze les (verpleegtechnische handelingen N3)
Beste is theorie en opdrachten maken
Verschillende soorten thermometers
De temperatuur kun je met verschillende thermometers meten:
Kwikthermometer
Digitale thermometer
Infrarood oorthermometer
Infrarood hoofdthermometer
Via een elektrode bij baby's
Alle thermometers kennen een net iets andere wijze van meten, met ieder zijn eigen minimale afwijkingen.
Om het verloop van koorts goed te monitoren, is het belangrijk om steeds dezelfde thermometer te kiezen en dezelfde meetplaats aan te houden.
Manieren om de lichaamstemperatuur te meten
Als je de temperatuur van iemand wilt vergelijken op verschillende momenten van de dag, is het raadzaam om de meting te doen op dezelfde plek en met hetzelfde meetinstrument.
Als de zorgvrager een thermometer zelf kan aanbrengen en vasthouden, laat hem dat dan zelf doen.
Er zijn verschillende manieren waarop je de temperatuur kunt controleren. De minst betrouwbare is: via het voorhoofd of de slaap.
Hoe noemen we de methode om de temperatuur te meten in het oor?
Onder de oksel
In het rectum
In de mond
Tympanisch
Zorgvrager met een te lage lichaamstemperatuur
Bij de temperatuurregulatie spelen huid en bloedvaten een belangrijke rol. Als iemand het koud heeft, is er sprake van een verminderde doorbloeding van de huid.
Het lichaam reageert dan met het aanbrengen van een soort isolatielaagje op de huid. De haren op de huid gaan overeind staan en houden meer lucht vast, wat isolerend werkt (Kippenvel).
Verschillende gradaties van een te lage lichaamstemperatuur zijn:
Ondertemperatuur
Onderkoelingsverschijnselen
Bevriezingsverschijnselen
Zorgvrager met een ondertemperatuur
De lichaamstemperatuur bij normaal gezonde mensen varieert tussen de 36,5 en 37,5 graden Celsius.
Bij een ondertemperatuur is er sprake van een lichaamstemperatuur onder de 36,5 graden Celsius.
Sommige mensen hebben vaak last van koude handen en voeten. De bloedcirculatie is dan onvoldoende, omdat in rust het bloed minder snel stroomt: het bereikt dan de verste uiteinden minder goed. Sokken en handschoenen, maar ook een kruik bieden dan uitkomst.
Bepaalde categorieën zorgvragers lopen een groter risico op ondertemperatuur, zoals baby's, mensen met diabetes mellitus, mensen met hartfalen en mensen met schildklierproblemen.
Er kan zelfs onderkoeling optreden als iemand bovendien nat, onvoldoende gekleed of dronken (alcoholist) is of bepaalde medicijnen gebruikt.
Zorgvrager met onderkoelingsverschijnselen
Er is sprake van onderkoeling (hypothermie) bij een centrale lichaamstemperatuur van minder dan 35 graden Celsius. Er ontstaan dan problemen in de stofwisseling.
Mensen met een lichte mate van onderkoeling, zoals bij een temperatuur tussen de 32 en 35 graden Celsius, herstellen meestal spontaan.
Onder de 32 graden Celsius kan het hart geen goede spieractiviteit meer ontwikkelen; prikkels worden dan nog maar moeizaam doorgegeven.
Als de lichaamstemperatuur onder de 28 graden Celsius zakt, wordt de situatie kritiek. Dit kan uiteindelijk overlijden tot gevolg hebben.
Plaatsen van het lichaam waar de meeste warmte verloren kan gaan, zijn het hoofd, de hals, oksels en liezen. Daar liggen grote bloedvaten relatief dicht onder de oppervlakte.
Er zijn verschillende oorzaken aan te wijzen voor een te lage lichaamstemperatuur:
Verminderde warmteproductie
Blootstelling aan kou
Alcohol- en/of drugsgebruik
Letsel en/of shock
Verminderde warmteproductie
Soms zijn mensen kwetsbaar vanwege een chronische ziekte, een slechte conditie of een slechte voedingstoestand.
Bij kwetsbare mensen kan het lichaam zich minder goed op de juiste temperatuur houden, zoals bij mensen met diabetes en schildklierziekten.
Het komt voor bij ouderen die minder mobiel zijn: door afgenomen spiermassa kunnen zij minder goed warmte produceren.
Blootstelling aan kou
Het kan gebeuren dat je aan een lage omgevingstemperatuur wordt blootgesteld. Je hebt bijvoorbeeld te weinig warme kleding aangetrokken bij het schaatsen of je bent per ongeluk in het water gevallen.
In eerste instantie heb je een bleke huid. Je rilt, je bent doodmoe en je wilt alleen maar slapen.
Je kunt jezelf een beetje opwarmen door de verwarming hoger te zetten en/of warme dranken te drinken.
Als je verder onderkoeld bent geraakt, ontstaat een verlaagd bewustzijn. Je krijgt een loodzwaar gevoel in armen en benen.
Vaak is er dan ook sprake van verwardheid en desoriëntatie. In het uiterste geval kan dit overgaan in een diepe bewusteloosheid.
Alcohol- en/of drugsgebruik
Alcohol verdooft het spier- en bindweefsel in je lichaam.
Door het verdoven van het bindweefsel verzwakken de wanden van de bloedvaten. Deze stuwen dan het bloed minder goed.
Daardoor kun je je slap en vermoeid voelen, want er wordt onvoldoende bloed rondgepompt. Bloed vervoert zuurstof en die zuurstof komt daardoor niet overal terecht.
Daarnaast bestaat er door de alcohol een verminderde communicatie tussen zenuw en bloedvat.
Het bloedvat krijgt hierdoor onvoldoende prikkels om samen te trekken.
Door deze onderdrukking van het zenuwstelsel heeft iemand niet in de gaten dat hij het koud heeft. Het lichaam komt niet in actie en raakt onderkoeld.
Letsel en/of shock
Bij mensen die letsel hebben opgelopen, is de kans op onderkoeling groter. De zorgvrager kan door een ongeval een verlamming, wervelletsel, hersenschade, bewusteloosheid of shock oplopen.
Het temperatuurregulatiecentrum is dan verstoord geraakt. De zorgvrager is niet meer in staat om spieractiviteiten te ontwikkelen.
Eerste hulp die je als verzorgende bij onderkoeling kunt geven is de volgende:
Bied warme kleding en dekens aan.
Breng de zorgvrager naar een behaaglijke omgeving.
Stimuleer de zorgvrager vooral warme dranken te drinken.
Leg de zorgvrager op een warmwatermatras.
Neem regelmatig de temperatuur op.
Dien eventueel in opdracht van een arts warme intraveneuze vloeistof toe.
Zorgvrager met bevriezingsverschijnselen
Bevriezing is een verschijnsel dat meestal plaatselijk optreedt. Het celmembraan is beschadigd geraakt en cellen zijn afgestorven.
Bij bevriezingen kunnen de volgende huidbeschadigingen optreden:
Eerstegraads bevriezing: waarbij roodheid en later een bleekgrijze huidverkleuring optreedt die gepaard gaat met een stekende pijn;
Tweedegraads bevriezing: met blaarvorming die gepaard gaat met een stekende pijn;
Derdegraads bevriezing: waarbij sprake is van een spierwitte huid die hard aanvoelt en waarbij de zorgvrager geen pijn ervaart; hierbij is het in het ergste geval mogelijk dat een heel lichaamsdeel afsterft.
Wat zijn de kenmerken van eerstegraads bevriezing?
Blaren met stekende pijn
Spierwitte harde huid zonder pijn
Roodheid zonder pijn
Roodheid en later bleekgrijze huidverkleuring met stekende pijn
Als verzorgende observeer je de zorgvrager goed. Je voert allereerst handelingen uit om te voorkomen dat de zorgvrager nog meer warmte verliest. Jouw eerste hulp bestaat uit:
Inschakelen van deskundige hulpverlening
De zorgvrager direct naar een warme omgeving brengen
Verwijderen van natte kleding
Hygiënisch werken vanwege het grote risico op infectie
Eventuele blaren afdekken met een steriel verband
Regelmatige controle van vitale functies, bewustzijn en huid
Het opwarmen van de zorgvrager moet geleidelijk om het hele lichaam op te warmen. Als alleen de huid opwarmt, trekt het bloed naar de huid toe en dus weg van de organen. Daardoor koelt het lichaam nog verder af.
Jouw hulp hierbij kan bestaan uit:
Warm drinken aanbieden, maar alleen als de zorgvrager bij bewustzijn is.
Lichaamsdelen van de zorgvrager voorzichtig opwarmen met eigen lichaamswarmte (huid-op-huidcontact).
De zorgvrager een warm bad of douche aanbieden als dat fysiek nog mogelijk is.
De zorgvrager op een elektrisch opwarmmatras leggen en langzaam de temperatuur verhogen.
De zorgvrager in een isoleerdeken wikkelen als er geen opwarmmatras voorhanden is.
Zorgvrager met een te hoge lichaamstemperatuur
Verschillende gradaties van een te hoge lichaamstemperatuur zijn:
Verhoging;
Koorts;
Hyperthermie.
Een verhoogde lichaamstemperatuur is een situatie waarbij de temperatuur van het lichaam oploopt. Als er gesproken wordt van verhoging, gaat het over een lichaamstemperatuur tussen de 37,5 en 38 graden Celsius.
Zenuwuiteinden in de huid geven bij een verhoging van de temperatuur een seintje aan de hersenen. De hersenen sturen vervolgens een berichtje naar de drie miljoen zweetklieren in het lichaam om zweet af te gaan scheiden. Dit zweet verdampt op de warme huid, waardoor het lichaam weer afkoelt en de temperatuur daalt.
Zorgvrager met koorts
Bij een lichaamstemperatuur van 38 graden Celsius of hoger, is er sprake van koorts. De warmteproductie van het menselijk lichaam is hierbij groter dan de warmteafgifte.
Door de hogere lichaamstemperatuur groeien bacteriën en virussen minder goed. Dit betekent dat koorts een natuurlijke afweerreactie is om een infectie te bestrijden. De koorts verdwijnt zodra de ziekte voorbij is.
Symptomen als sufheid, benauwdheid, versnelde ademhaling of verschijnselen van uitdroging en hallucineren laten zien dat het lichaam een strijd voert.
Het is voor jou als verzorgende van belang dat je de koorts en de symptomen goed in de gaten houdt, en dat je je observaties aan de arts doorgeeft.
Koorts kan zich voordoen door interne en externe factoren.
Interne factoren kunnen zijn:
bacteriële infectie;
vaccinatie;
vergiftiging;
operatie (erna);
letsel van het temperatuurregulatiecentrum in de hersenen.
Externe factoren kunnen zijn:
tropische temperaturen;
duursport;
verbranding in de zon.
Koude rillingen
Een koude rilling is een periode in het koortsverloop, waarin de zorgvrager het beurtelings koud en warm heeft.
Dat is een gevolg van de grote hoeveelheid ziekmakende bacteriën in het bloed, die het temperatuurregulatiecentrum in de war stuurt.
Er zijn drie mogelijke stadia in het temperatuurverloop van een koude rilling waar te nemen:
Koudestadium
Warmtestadium
Transpiratiestadium
Sepsis
Regelmatig gebeurt het dat er bacteriën terechtkomen in het bloed. Het immuunsysteem komt dan direct in actie en vernietigt de bacterie voordat er klachten ontstaan.
Als er echter sprake is van een forse infectie en er verzamelen zich veel bacteriën in het bloed, dan ontstaat een levensbedreigende situatie. Dit wordt bloedvergiftiging ofwel sepsis genoemd.
De infectie is nu niet meer op één plaats te vinden, maar heeft zich via het bloed verspreid door het hele lichaam.
Welke klachten kunnen duiden op sepsis?
Koorts, lage bloeddruk, verwarring
Buikpijn, duizeligheid, vermoeidheid
Keelpijn, hoofdpijn, transpireren
Hoesten, spierpijn, misselijkheid
Een sepsis kan ontstaan als zich ergens in het lichaam een infectie ontwikkelt en het lichaam de infectie niet onder controle krijgt. Symptomen van een sepsis zijn een verlaagde bloeddruk, hoge ademhalingsfrequentie, snelle hartslag, koorts, algehele malaise en verward reageren.
Als de bloeddruk zo laag wordt dat het bloed niet meer goed wordt rondgepompt, krijgen delen van het lichaam onvoldoende zuurstof. Hierdoor kunnen organen onherstelbaar beschadigen.
Deze situatie is levensbedreigend. Een kwart van de mensen die een bloedvergiftiging oploopt, overlijdt aan de gevolgen. Het is daarom van groot belang om een sepsis tijdig te herkennen.
Zorgvrager met hyperthermie
Een zorgvrager die te lang aan te veel warmte is blootgesteld, kan last krijgen van hyperthermie.
Hyperthermie is een sterk verhoogde lichaamstemperatuur die drie gradaties kent:
Oververhitting: met verschijnselen als vermoeidheid, concentratieverlies, hoofdpijn, spierkrampen, duizeligheid en misselijkheid. Mogelijke oorzaken zijn dat iemand te intensief lichamelijke arbeid heeft verricht of te lang is blootgesteld aan warmte-afgevende materialen (werken in een machinekamer of in de felle zon).
Hitte-uitputting: met verschijnselen als hevig zweten, bleke huid, kramp, snelle hartslag en flauwvallen. Blootstelling aan extreme warmte kan de oorzaak zijn.
Hitteberoerte: met verschijnselen als een hoge hartslag, misselijkheid, een hoogrode kleur op het gezicht, droge huid, stuiptrekkingen en bewustzijnsverlies. Er kunnen shockverschijnselen of toevallen ontstaan die lijken op epileptische aanvallen. Een circulatiestilstand kan ontstaan.
Villans protocol
Opwarmen en afkoelen
Mijn Vilans Protocollen - Opwarmen en afkoelen
Bronnen
Thiememeulenhoff – Traject – Verpleegtechnische handelingen n3
Module 2: Temperatuurregulatie
Hoofdstuk 1: Temperatuurregulatie
Evaluatie
Huiswerkopdracht: lees/verdiep je in "Verpleegkundig rekenen".
-> Vloeibare medicatie, vaste medicatie en verdunnen.
Kunnen jullie in verpleegtechnische handelingen N3, module 9 verpleegkundig rekenen van Thieme Meulenhoff?
Anders powerpoint bekijken op it's learning; Module 9 verpleegkundig rekenen. Powerpoint Verpleegkundig rekenen deel 1