In deze les zitten 12 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Log alvast in.
Leerdoelenformulier voor je leggen.
Lesplanning:
Lesdoel bespreken
Terugblik H8: t/m 8.4
Theorie: 8.5
Zs/Zf + huiswerkcontrole
Afsluiting
Daarna de telefoon op de kop
op de hoek van je tafel.
Slide 1 - Tekstslide
Lesdoel
Je hebt de leerdoelen van 8.5 behaald, of
weet wat je nog moet doen om deze te behalen.
Slide 2 - Tekstslide
Terugblik
Werk de haakjes weg: 5(k-2m) + 3(2m-n) - 3m(3+5)
Hoe noemen we de getallen bij 57?
Hoe noemen we het geheel?
Bereken 7 - 5 . (3-2)42
Hoeveel is (-3)4? En -34?
Hoe toets je voorgaande in op de rekenmachine?
We bespreken opgave en blz 114 en 116.
29
35
Slide 3 - Tekstslide
8.4: Machten rekenmachine
In 65 staat de 6 op de grond
en de 5 "op het dak".
Daarom gebruiken we het dakje ^
op de rekenmachine.
Toets in 6 ^ 5 = 7.776
Voor breuken gebruik je de ab/c toets
O
O
O
O
Slide 4 - Tekstslide
8.4: Wetenschappelijke notatie
honderd = 100 = 10 x 10 = 102
duizend = 1000 = 10 x 10 x 10 = 10...
tienduizend = 10.000 = .....
3,5 duizend = 3,5 x 1 duizend = 3,5 x 103
5.000.000 = 5 x 1.000.000 = 5 x 106
Hoe schrijf je dan 8,75 x 105 voluit?
Dus bij 105 schuif je de komma 5 plaatsen naar rechts.
Wetenschappelijke notatie
<ul><li>9,3 miljoen is de notatie in woorden;</li><li>9.300.000 is de notatie met cijfers;</li><li>9,3 x 10<sup>6</sup> is de wetenschappelijke notatie.</li></ul><div><sub><font color="#ec484d">De laatste is afgerond op 1 decimaal, dus alleen het eerste deel wordt dan afgerond op 1 decimaal.</font></sub></div>
Slide 5 - Tekstslide
8.4: Kleine getallen
Dus bij 105 schuif je de komma 5 plaatsen naar rechts.
1,8 x 105 = 180.000
Wat zal het volgende dan voluit geschreven zijn? 1,8 x 10-5
= 0 , 000 018
Dus bij 10-5 gaat de komma 5 plaatsen naar links.
Wetenschappelijke notatie
<ul><li>9,3 miljoen is de notatie in woorden;</li><li>9.300.000 is de notatie met cijfers;</li><li>9,3 x 10<sup>6</sup> is de wetenschappelijke notatie.</li></ul><div><sub><font color="#ec484d">De laatste is afgerond op 1 decimaal, dus alleen het eerste deel wordt dan afgerond op 1 decimaal.</font></sub></div>
Slide 6 - Tekstslide
Huiswerkcontrole
Het huiswerk was:
Maken H8H: Opgaven t/m 39
Nakijken huiswerk van vorige keer
Ik loop rond om te controleren.
Ondertussen vullen jullie in:
Welke opgave moeten we bespreken?
Slide 7 - Tekstslide
Bespreken van het huiswerk:
Opgaven t/m 39
Slide 8 - Woordweb
8.5: Herleiden met machten
We weten dat 52 = 5 x 5 = 25. Ook weten we dat 53 = 5 . 5 . 5 = 125
En ook dat a2 = a . a
Bij het product van twee machten met hetzelfde grontal tel je de exponenten op. Het grondtal blijft gelijk.
Immers: a2. a3 = a . a . a . a . a = a5
Hoe kan ik dan p4 . p6 herleiden?
En 8a2 . 2a?
Slide 9 - Tekstslide
8.5: Herleiden met machten
We weten dat je gelijksoortige termen samen kunt nemen bij herleiden. 5a + 2a = 7a, terwijl 5a + 2b = K.N.K.
We weten dat a2 = a . a = aa
In gelijksoortige termen komen precies dezelfde letters met dezelfde exponenten voor. Alleen gelijksoortige termen kun je samen nemen.
Immers: a2 +a3 = aa + aaa = K.N.K. Maar a2 + a2 = aa + aa = 2aa = 2a2